Minister zet streep door experiment promotiestudenten (de RUG heeft er 1500) (UPDATE)

Er komt na 2024 definitief een einde het Experiment Promotiestudenten. Dat zegt minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Robbert Dijkgraaf na een evaluatie door onderzoeksbureau ResearchNed.

Die laat, aldus de minister, ‘geen overtuigende meerwaarde zien’. Ook het ‘broze draagvlak’ weegt zwaar, schrijft Dijkgraaf in een brief aan de Tweede Kamer waarin hij zijn besluit toelicht.

‘Ook past het toevoegen van het promotieonderwijs als nieuwe categorie promovendi in het stelsel niet bij mijn streven naar meer rust en ruimte in het wetenschapssysteem en een goede positie voor alle onderzoekers.’

Geen nieuwe plaatsen

Dat betekent dat de RUG na 2024 geen nieuwe plaatsen voor beurspromovendi meer krijgt. De RUG nam verreweg de meeste beurspromovendi aan (1500). Andere universiteiten zagen weinig in het experiment. Alleen de Erasmus Universiteit in Rotterdam deed in de eerste ronde op zeer beperkte schaal mee (15 plaatsen).

Degenen die nu als student-promovendus bij de RUG aan de slag zijn, maken hun traject gewoon af. Mochten ze per in augustus 2024 nog niet klaar zijn, dan gaan ze verder als werknemerpromovendi.

Voorstander

De RUG is een grote voorstander van het experiment dat in 2016 begon. Het gaf universiteiten de kans om promovendi niet aan te nemen als werknemer, maar een beurs te geven van ongeveer 1800 euro.

Promovendi zouden daardoor meer ruimte hebben hun eigen onderzoeksvoorstel te schrijven en meer vrijheid hebben. Tegelijk zouden de universiteiten goedkoper uit zijn en meer promovendi kunnen afleveren.

Minder rechten

Maar beurspromovendi hebben ook minder rechten: geen pensioenvoorziening, geen vakantiegeld, geen secundaire arbeidsvoorwaarden. Ze voelen zich vaak ondergewaardeerd, want ze doen hetzelfde werk als werknemerpromovendi die wel al die extra’s krijgen. Een manifest in 2019 dat opriep tot onmiddellijke beëindiging van het experiment, werd honderden malen ondertekend.

Die onrust is een belangrijke reden om het experiment te beëindigen, schrijft de minister. In de evaluatie staat dat er ‘kampen’ zijn ontstaan. ‘De promotiestudenten hebben gedurende het experiment meerdere malen hun gevoel van ongelijkheid en onderwaardering geuit’, staat in de brief. ‘Ik zie dat het draagvlak voor het promotieonderwijs zeer broos is.’

Arbeidsmarkt

Het experiment moest duidelijk maken of er ruimte was voor beurspromendi zonder dat werknemerpromovendi werden verdrongen van de arbeidsmarkt, waardoor het aantal promoties zou worden vergroot. Daarnaast was het de bedoeling te kijken of promovendi meer kans hadden een eigen voorstel in te dienen en of hun kansen op de arbeidsmarkt door het experiment werden vergroot.

De evaluatie geeft aan dat de eerste doelen lijken te zijn behaald. Er is geen bewijs dat beurpromovendi werknemerpromovendi verdringen. Tegelijk, schrijven de onderzoekers, was de RUG de enige instelling die grootschalig deelnam. En daar zagen de onderzoekers ‘dat het aantal werknemerpromovendi daalt op het moment dat de instroom van promotiestudenten toeneemt’. 

Ook ervaren promotiestudenten meer vrijheid om hun eigen onderzoeksvoorstel te schrijven, aldus de onderzoekers. Maar er zijn geen verschillen met betrekking tot voorbereiding op de arbeidsmarkt. 

Gebrekkige voorlichting

Maar dat is voor de minister niet voldoende om het experiment door te zetten. Hij wijst op de gebrekkige voorlichting, onduidelijkheid over de fiscale situatie en het feit dat veel begeleiders niet op de hoogte leken van het feit dat beurspromovendi geen onderwijs hoeven te geven.

Hoewel hij erkent dat de RUG verbeteringen heeft doorgevoerd, heeft het experiment ‘hierdoor aan draagvlak verloren’. ‘Het is mijn ambitie om meer rust, ruimte en continuïteit in het wetenschapssysteem te brengen en talent meer ruimte te geven.’

Applaus

Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN), dat zich al lange tijd verzet tegen het experiment, juicht het besluit van de minister toe. ‘Promoveren is werk. We kunnen niet anders dan applaudisseren voor het besluit van de minister’, reageert voorzitter Meaghan Polack. ‘Ik denk dat Dijkgraaf ook weet hoe de wetenschap in elkaar zit en een goed beeld heeft van de situatie voor promovendi.’

De RUG kan nog niet inhoudelijk reageren. ‘Nu moeten we gaan kijken wat wij nu gaan doen’, zegt een woordvoerder. ‘Contracten zullen we natuurlijk uitdienen, maar we moeten ons beraden: hoe nu verder?’

Naschrift redactie: De reacties van PNN en de RUG zijn na de eerste publicatie toegevoegd

Lees ook:

English

5 REACTIES

  1. De RUG wil altijd voor een dubbeltje op de eerste rang zitten, en dan bedoel ik natuurlijk het management echelon, die natuurlijk het echte werk doen.
    De loonslaven denken, dat het anders is, maar dan begrijpen ze niet, hoe goed de RUG qua PR en marketing is. Dat is ook niet zo vreemd, want de vakgroep marketing , nu deel van de FEB, was vroeger ook goed in het kiezen van de goede partners. En dat leverde ook nog gratis sigaretten op! Ach, we wisten niet beter! En zo weet de RUG ook nu niet beter, en Dijkgraaf, wel, die was nooit hoogleraar marketing, dus ja, dan kan het wel eens mis gaan.

  2. “Nu moeten we gaan kijken wat wij nu gaan doen’, zegt een woordvoerder. ‘Contracten zullen we natuurlijk uitdienen, maar we moeten ons beraden: hoe nu verder?”

    We zagen toch in 2019/2020 al wel dat het experiment op z’n einde kwam? Hier zou de universiteit op voorbereid moeten zijn.

  3. Gelukkig hebben we weer een vakminister, die weet waar hij het over heeft. De RUG wordt weer verplicht om fatsoenlijk werkgever te zijn voor startende wetenschappers. Promovendi doen het eigenlijke werk (zij doen de proeven en produceren dus de resultaten!) waardoor de RUG in de top 100 staat qua wetenschappelijke impact en output. Dat mag best beloond worden!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

English