‘Makkelijk praten’

De opinie van Pieter Polhuis over de kamercrisis bevat een hele reeks rare redeneringen, vindt Thomas Ansell. ‘Ik weet niet of Polhuis de goedkope demagoog speelt door interculturele spanningen op te stoken, maar hij zou tenminste kunnen proberen te onderbouwen wat hij beweert.’
Door Thomas Ansell

In zijn opiniebijdrage van deze week, De RUG is geen woningcorporatie, slaagde mijn medestudent Pieter Polhuis erin om een ongelooflijke kortzichtigheid en gebrek aan medeleven te combineren met behoorlijk twijfelachtige stellingen. Dat is zo ongeveer de heilige drie-eenheid van dingen onjuist voorstellen, dus laat mij het even duidelijk op een rijtje zetten. Bijna honderd studenten lijken in tenten (ja, in tenten) te moeten wonen, terwijl het academisch jaar over enkele dagen begint. Voor alle helderheid: dat is niet normaal.

Laten we Polhuis’ gedachtekronkels één voor één bekijken. Dankzij zijn uitmuntende academische opleiding aan de RUG snapt hij het verschil tussen een universiteit en een woningcorporatie. Maar de aanname dat de aankomende internationale studenten dat níet kunnen, is nogal beledigend. Iedereen die zich ook maar eventjes verdiept in de huisvestingssituatie in Groningen, weet dat onderwijsinstellingen hier niet voor onderdak zorgen. Internationals kunnen lezen. Maar dat beschermt je niet tegen dakloosheid. Zeker niet op een huizenmarkt die zo overvol en verwarrend is als deze.

Flagrant onjuist

Flagrant onjuist is ook de suggestie dat de Nederlandse studenten hier op de een of andere manier voor betalen. Ik weet niet of Polhuis de goedkope demagoog speelt door interculturele spanningen op te stoken, maar hij zou tenminste kunnen proberen te onderbouwen wat hij beweert.

Nederlandse studenten betalen ongeveer een kwart van het collegegeld dat internationale (niet-EU-studenten, om precies te zijn) kwijt zijn. Dus het lijkt er vooral op dat een veel groter deel van die niet-EU-collegegelden terugvloeit naar tijdelijke oplossingen voor huisvesting. 8,000 euro per persoon per jaar is bepaald geen klein bedrag. En als Polhuis zo bang is dat zijn collegegeld aan niet-academische verbeteringen besteed wordt, dan kunnen we misschien ook een nieuwe bestemming vinden voor het geld dat nu naar open en gastvrije clubs als Vindicat gaat. Het is waarschijnlijker dat zijn eigen, voorbeeldige academische vorming disproportioneel is gefinancierd door niet-EU-collegegelden.

Overspannen kamermarkt

Wat veel internationale studenten bovendien niet weten, is dat door jarenlang te fanatiek werven en niet voldoende bouwen in de stad een overspannen kamermarkt is ontstaan voor iedereen die geen Nederlands spreekt. Of niet genoeg geld heeft om ’s zomers door Afrika te vliegen (ontbijt in Oeganda en lunch in Nairobi klinkt fantastisch). Ongetwijfeld keert Polhuis straks terug naar een smaakvol ingericht appartement in het centrum van Groningen, ofwel gehuurd van een aardige huisbaas (vriendje van papa?), ofwel in het bezit van een overweldigend niet-internationale studentenvereniging.

Het beeld van een universiteit die zichzelf ‘in bochten wringt’ om inkomende studenten een dak boven hun hoofd te geven, is natuurlijk prachtig. Alle universiteiten hebben een plicht om hun studenten te onderwijzen en voor hen te zorgen. Pastorale steun, daar is de RUG erg goed in — maar ik weet uit persoonlijke ervaring dat al die voorlichting en welgemeende adviezen weinig zin hebben, als je geen huis hebt om vervolgens naar terug te keren.

‘Zich in bochten wringen’

‘Wring je je in bochten’ als je een drietal enorme barakken neerzet om te voorkomen dat verwarde internationale studenten de lieflijke parken en pleinen van Groningen vervuilen? Ik zou zeggen dat je gewoon in de basale behoeftes voorziet van degenen die dat nodig hebben. Misschien is Polhuis’ onvermogen om dat te zien, te wijten aan een defect in zijn academische opleiding.

En nu heb ik het nog niet eens gehad over de meest belachelijke stelling in zijn artikel: ‘Deze houding is gevaarlijk voor het ontwikkelen van academische kritische mentaliteiten van deze nieuwe studenten.’

Ik denk dat Polhuis probeert te zeggen dat ontberingen een betere academische mindset opleveren. Als dat zo is, dan stel ik in de geest van gelijkheid en kritisch denken voor dat Polhuis en alle anderen zich vrijwillig aanbieden om in een zeer tijdelijke accommodatie te leven aan het begin van het jaar. Een soort KEI-week, zeg maar, alleen is iedereen ongelukkig.

Zelfs aan de beste academische opleiding van het land leer je blijkbaar geen medeleven.

Thomas Ansell is een masterstudent religion, conflict and globalization aan de RUG. Hij komt uit Groot-Brittannië.

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

English