Advertentie

Internationalisering: the good, the bad, and the ugly

Jarenlang werd Alexandru Telea door de RUG er op uit gestuurd om studenten in het buitenland te rekruteren. En hoewel de uni steevast ontkent, was dat wel degelijk vanwege het geld, stelt hij. ‘Iedereen wist dat en praatte erover, maar het stond nooit in de openbare beleidsstukken.’

Laat ik beginnen met wat persoonlijke informatie. Na de val van het communisme in Roemenië begon ik in 1991 aan de kersverse studie informatiekunde, die volledig in het Engels was. Tijdens mijn studie van 1991 tot 1996 kreeg ik drie TEMPUS-beurzen van Nederland, en uiteindelijk kreeg ik een promotieplaats in Eindhoven. Internationalisering heeft mij absoluut goed gedaan.

Ik heb vele internationale studenten voorbij zien komen: eerst promotiestudenten in 2000, toen masterstudenten rond 2007, en uiteindelijk internationale bachelorstudenten vanaf 2008.

Ik heb deze studenten begeleid als docent, promotor, voorzitter van de examencommissie en opleidingsdirecteur van informaticaopleidingen aan de universiteit van Eindhoven, Groningen en Utrecht. Iedere keer zag ik weer dat, statistisch gezien, internationale studenten ontzettend gemotiveerd zijn.

Ze halen veel hogere cijfers dan de gemiddelde Nederlandse student (meer dan 25 procent); ze komen heel goed mee met de studie en ze vinden na hun afstuderen vaak betere banen dan de Nederlandse medestudenten.

Er lijkt dus niets te mankeren aan internationale studenten, of wel soms? Ik noem hierboven the good. Nu volgt the bad.

We moesten nog meer studenten rekruteren. Waarom? Vanwege het geld

Waarom zijn er zo veel internationale studenten? Dat is heus niet zomaar gegaan: veel Nederlandse universiteiten, en Groningen al helemaal, hebben een specifiek beleid om zo veel mogelijk internationale studenten te rekruteren. Op internationale studentenbeurzen in China, Oost-Europa en Latijns-Amerika werden wij als docenten erop uitgestuurd om nog meer studenten te rekruteren.

Waarom? Vanwege het geld: er zijn niet genoeg Nederlandse studenten om de kosten van hoger onderwijs in dit land te dekken. Iedereen wist dat en praatte erover, maar het stond nooit in de openbare beleidsstukken.

Helaas is er een mindere kant aan dit hele proces: er werden (en worden, voor zover ik weet) geen maatregelen genomen om deze internationale studenten daadwerkelijk te accommoderen. Ze krijgen halverwege de lente een zogeheten matching test. Deze is niet bindend, waardoor de universiteit de ongeschikte kandidaten er niet uit kan filteren.

Iedereen die deze test haalt, krijgt het goede nieuws tegen het einde van de lente en vervolgens hebben ze slechts drie tot vier maanden om huisvesting te vinden. De enige steun die de RUG ze geeft is een paar linkjes naar zogeheten woningcorporaties.

Dit is natuurlijk belachelijk. Het lukt een buitenlander nooit om online een huis te vinden in drie of vier maanden. Ik heb extreme gevallen gezien van niet alleen studenten, maar zelfs promotiestudenten en hoogleraren die gerekruteerd waren maar die geen woning konden krijgen.

Je moet blind zijn om het woningprobleem in Groningen niet te zien

The ugly is overduidelijk: de Rijksuniversiteit Groningen (en vele andere universiteiten) speelt een hypocriete rol in dit hele proces. Ze wil de internationals. Maar als iemand haar verantwoordelijk houdt voor het verhuizen van deze mensen, kijkt ze de andere kant op. Het geld is binnen; waarom zouden ze zich nog om de details bekommeren?

Je moet blind zijn om het woningprobleem in Groningen niet te zien. Helaas zijn dezelfde mensen die het probleem niet zien ook blind voor andere serieuze zaken, zoals de kwaliteit van de studenten die we toelaten en een diploma geven (of ze nou internationaal zijn of niet). Helaas blijft de universiteit maar zeggen dat ze het niet had kunnen weten.

Zijn er oplossingen voor deze problemen? Natuurlijk wel. Ik weet nog dat ik rond 2012 met iemand van het management van de Graduate School of Science and Engineering sprak. Hij maakte zich zorgen over de hoeveelheid nieuwe internationale studenten en waar die allemaal moesten wonen.

Ik zei: ‘Waarom speel je er niet op in? Als je studenten wil hebben, koop dan huizen op, maak afspraken met makelaars. Je hebt er het geld voor.’ Hij keek me aan alsof ik een buitenaards wezen was en begon over iets anders. Blijkbaar zaten dat soort oplossingen niet in zijn portfolio, en kon hij zich er dus niets bij voorstellen.

Hetzelfde geldt voor de kwaliteit van de studenten die we toelaten: de overduidelijke oplossing die elders in de wereld wordt toegepast – toelatingsexamens – staan niet op de politieke agenda en kunnen daarom dus niet besproken worden.

ALEXANDRU TELEA

Alexandru Telea was adjunct-hoogleraar bij het Bernoulli Institute for Mathematics, Computer Science, and Artificial Intelligence van de RUG. Ook was hij voorzitter van de examencommissie en directeur van de opleiding informatica. Tegenwoordig werkt hij bij de Universiteit Utrecht.

NASCHRIFT REDACTIE: Met PhD-studenten in de tekst worden studenten bedoeld die vanuit het buitenland naar Nederland komen om hun PhD te doen, en niet beurspromovendi (bursaal). Die constructie bestaat pas sinds 2016.

English

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

English