Vijf stellingen om te kiezen (of niet)

De verkiezingen voor de universiteitsraad zijn volgende week. Geen idee waarop je als student moet stemmen? De UK legde Henk-Jan Wondergem (Lijst Calimero), Jasper Been (DAG) en Zeger Glas (SOG) vijf stellingen voor.
Door Freek Schueler en Wigger Brouwer

1. Een branchcampus in Yantai (China) is een goed idee

Henk-Jan Wondergem, Lijst Calimero:

‘Yantai is pas een goed idee als het het onderwijs ten goede komt. In de huidige plannen moeten bijvoorbeeld Nederlandse docenten naar China. Dat vinden wij geen goed idee, want dat helpt het onderwijs in Nederland niet verder. En stel dat de hele campus in Yantai flopt, dan is dat niet bevorderlijk voor het imago van de RUG. En ook niet voor de waarde van de diploma’s die aan Nederlandse studenten worden uitgereikt. We zijn dus niet volledig tegen een campus in Yantai, maar het plan moet wel goed worden uitgevoerd.’

Jasper Been, DAG:

‘Stel dat het allemaal lukt. Hebben we de universiteit dan beter gemaakt? Nee. We hebben de universiteit groter gemaakt, geheel in lijn met de expansiedrift van een bedrijf. Maakt Yantai het onderwijs in Groningen beter? Nee. Maakt Yantai het onderzoek in Groningen beter? Nee.  We snappen dus ook niet waarom de andere partijen met het College van Bestuur op snoepreis willen naar Yantai. Want om deze fundamentele bezwaren in te zien, hoef je niet naar China.’

Zeger Glas, SOG:

‘We zijn kritisch, maar wijzen het niet bij voorbaat af. Er zit potentie in, wij zien die potentie. Maar het is belangrijk dat er kritisch naar wordt gekeken en dat het belang van de Groningse studenten niet in het geding komt. Met een samenwerking kunnen we in de toekomst het onderwijs daar en hier verbeteren, maar concreet gezien is het daar nu nog te vroeg voor.’

2. Hoe meer internationals, hoe beter

Lijst Calimero:

‘Je moet niet gaan internationaliseren om het internationaliseren. Het moet vooral een middel zijn om het onderwijs te verbeteren. De kwaliteit van het onderwijs staat bij ons voorop. Als internationalisering het onderwijs verbetert, graag. Zo niet, dan zien we de meerwaarde er niet van in.’

DAG:

‘Nee, want de RUG heeft de verkeerde motivatie om internationals naar Groningen te halen. Internationale studenten worden nu gezien als wandelende zakken met geld. Wij willen graag werken aan een op diversiteit gestoeld internationaliseringsbeleid waarbij je het waardeert dat er op je universiteit verschillende methodologieën, zienswijzen en dus ook nationaliteiten vertegenwoordigd zijn. Meer is lang niet altijd beter.’

SOG:

‘Zoals het nu wordt gesteld, klinkt het alsof ze met busladingen voor het Academiegebouw worden afgeleverd, wat natuurlijk niet het geval is. “Hoe meer internationals, hoe beter” betekent dat je er vrijwel geen criteria aan verbindt, zolang iemand een paspoort heeft. Zo ver gaan we niet. Dat de RUG inzet op het binnenhalen van internationale studenten is echter positief en wij vinden dat de RUG zeker baat heeft bij buitenlandse studenten.’

3. De universiteitsraad bespreekt te veel zaken achter gesloten deuren

Lijst Calimero:

‘Ons uitgangspunt is transparantie; alles moet openbaar zijn. Alleen als je een hele goede reden hebt om iets vertrouwelijk te houden, bijvoorbeeld als het de belangen van de RUG in gevaar brengt, dan moet je het doen.’

DAG:

‘Wij staan voor een zo transparant mogelijke universiteit. Je ziet dat nu veel zaken, uit angst voor reputatieschade, als vertrouwelijk worden bestempeld. De universiteit is dé plek in de samenleving waar een open debat gevoerd moet kunnen worden en dat wordt nu onmogelijk gemaakt omdat de RUG bedrijfsmatig bestuurd wordt. De universiteit is geen concurrerend bedrijf, de universiteit heeft geen aandeelhouders, en we moeten daarom af van deze angstcultuur.’

SOG:

‘Wat belangrijk is en wat beter kan, is de communicatie van de universiteitsraad naar de studenten toe. Het is belangrijk dat je zoveel mogelijk openheid van zaken geeft en probeert zo goed mogelijk te communiceren wat je doet en hoe je het doet. Voor sommige dingen is het noodzaak dat ze op dat moment vertrouwelijk zijn. Maar je moet wel proberen zoveel mogelijk openheid van zaken te geven, zodat het duidelijk is wat er speelt op de RUG.’

4. De RUG moet standaard colleges in het Engels geven

Lijst Calimero:

‘Dat is een absurd standpunt. Een college Nederlands recht kan natuurlijk niet in het Engels gegeven worden. Alleen als het Engels ten goede komt van het onderwijs, dan moet je zoiets invoeren. En voordat het zover is, moeten de docenten eerst maar eens goed Engels spreken, want dat is lang niet altijd het geval; studenten klagen vaak over het gebrekkige Engels van docenten.’

DAG:

‘De universiteit is een maatschappelijke instelling met, naast een globale missie, vooral ook verplichtingen naar de eigen samenleving. Het overgrote deel van de studenten belandt uiteindelijk gewoon in een ‘Nederlandse’ werkomgeving. Het blijft daarom waardevol om, naast het Engels, ook aandacht te blijven besteden aan de Nederlandse taal. Elke opleiding moet het vertrouwen gegund worden zelf een afweging te maken en de kwaliteit van het Engels van docenten mee te nemen in haar besluit.’

SOG:

‘Alle colleges in het Engels geven is onzin. Er zijn studies waar je met Nederlands prima je weg kunt vinden. Daar is het juist goed dat colleges in het Nederlands gegeven worden. Aan de andere kant; het gros van de studenten wordt voorbereid op een arbeidsmarkt waar de Engelse taal en vaardigheden steeds belangrijker worden. Dat er veel colleges in het Engels gegeven worden, vinden wij heel positief. Echter, wanneer is het nuttig en wanneer ben je aan het overdrijven? De RUG moet kritisch kijken en een goede balans vinden tussen Engels en Nederlands.’

5. De samenwerking tussen de RUG en het bedrijfsleven is een bedreiging voor de academische vrijheid

Lijst Calimero:

‘Een bedreiging willen we het niet noemen, maar je moet de academische vrijheid wel waarborgen. Zestig procent van de onderzoeken wordt gefinancierd via een externe geldstroom vanuit het bedrijfsleven. Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang de onafhankelijkheid van het onderzoek maar gewaarborgd blijft. Onderzoekers moeten zelf bepalen wat ze onderzoeken.’

DAG:

‘Dat contact met het bedrijfsleven moet er zeker zijn. De universiteit moet zich echter niet laten dicteren. Dit gebeurt nu wel degelijk. Het bedrijfsleven dicteert in veel gevallen de onderwerpen en de onderzoeksvragen van wetenschappers. Dat is funest voor de kwaliteit van de academie. Een voorbeeld? Om hun bachelor te halen, moesten communicatiestudenten een casestudy van GasTerra uitvoeren, met als hoofdvraag: bedenk een plan om draagvlak voor gaswinning te herstellen. Je ziet hier direct wat er gebeurt wanneer het bedrijfsleven bepaalt welke vragen er gesteld worden.’

SOG:

‘Veel studenten vinden het prettig om een connectie te hebben met het bedrijfsleven. Ze hebben baat bij een praktijkgerichte vorm van onderwijs, zodat ze het gevoel hebben goed voorbereid te worden op hun carrière. Op zo’n manier het bedrijfsleven betrekken via gastcolleges of stageplekken, is positief en moet gestimuleerd worden. Onderzoeken die gefinancierd worden door bedrijven, moeten per geval bekeken worden.’

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in