‘U-raad moet verantwoording afleggen’

Het afblazen van ‘Yantai’ kwam tot stand binnen een kleine kring gekozenen die vooral elkaar overtuigd hebben, stelt Pieter Boele van Hensbroek (Globalisation Studies). ‘Fracties: geef een grondige verantwoording tegenover uw kiezers en de rest van de RUG-gemeenschap.’

Open brief aan de anti-Yantaifracties in de u-raad van de RUG.

Geachte u-raadsleden: twee urgente vragen!

Na uw blokkade op ‘Yantai’ blijven er minstens twee vragen waar de kiezer een degelijk antwoord op behoort krijgen, namelijk: Wat waren nu precies uw overwegingen op dit uitgebreide ‘dossier’? En: Als niet via een branch campus, hoe dan wel een expansieve internationalisering vorm te geven die toekomstige studenten intensief kennis laat maken met de nieuwe wereldmacht China?

In de media benadrukt u uw ‘zorgvuldige afweging’ van alle aspecten  van ‘Yantai’. Voor uw kiezers is dit voorlopig echter niet meer dan een bezweringsformule. Geen van de fracties (zelfs de vernieuwers van de Democratische Academie Groningen niet) heeft de staf uitgenodigd voor consultatiebijeenkomsten om gezichtspunten in te winnen, geen van uw fracties heeft haar voorlopige standpuntbepaling publiekelijk aan staf of studenten voorgelegd om u eventueel te corrigeren of aan te vullen.

Dramatische beslissing

Ook achteraf ontbreekt het aan democratische verantwoording door kiezers uitgebreid, punt voor punt met argument en tegenargument, uit te leggen waarom deze dramatische beslissing nodig was; een beslissing waarmee niet alleen het college van bestuur wordt geblokkeerd, maar ook een grote groep eigen collega’s die ambities hadden in Yantai. Ruim honderd hoogleraren hadden de moeite genomen ‘Yantai’ expliciet te ondersteunen, tal van stafleden hadden aangegeven graag ook in Yantai les te geven en ook de betrokken faculteitsraden hadden al ingestemd.

De grondigheid van uw afweging kan helaas ook betwijfeld worden. Geen enkele van de hoogleraren of andere collega’s met jarenlange Chinaervaring die ik kon traceren, zegt ook maar op één moment door een u-raadslid of fractie ondervraagd te zijn over hun precieze afwegingen bij het Yantaidossier. Daar tegenover staat dat bij mijn weten geen van de u-raadsleden zelf op ervaring in China of Oost-Azië kan bogen.

‘Schoothondjes’

Het heeft er alle schijn van dat onze eigen Oost-Aziëdeskundigen direct al een label als ‘schoothondjes van het cvb’ hebben gekregen en dat de meningsvorming die tot uw dramatische besluit heeft geleid vooral het resultaat is van een heel klein kringetje gekozenen die vooral elkaar overtuigd hebben. Fracties: geef een grondige verantwoording tegenover uw kiezers en de rest van de RUG-gemeenschap!

Dan ligt er een tweede prangende vraag voor u, namelijk hoe dan wél verder met internationalisering richting Oost-Azië? Vertegenwoordigers die radicaal een weg voor hun collega’s en hun instelling blokkeren, kan toch een visie gevraagd worden op welke weg dan wél te gaan.

De wereld verandert

De huidige opkomst van China verandert de wereld vergelijkbaar met de opkomst van de VS in de 19de en 20ste eeuw – of we het leuk vinden of niet!  Onze toekomstige studenten hebben er recht op deze nieuwe wereld volop en uit de eerste hand te leren kennen. Die eigen ervaring is juist nog belangrijker als je geconfronteerd wordt met wat mogelijk een bedreiging is: de nieuwe cocktail van hyperkapitalisme met antidemocratische en nationalistische staat is zeker niet alleen Chinees en kan je beter goed leren kennen dan je kop er voor in het zand te steken.

Dus, geachte u-raadsleden, wat gaan we doen? Hoog tijd om niet alleen NEE te zeggen, maar uw alternatieve visie op internationalisering op tafel te leggen. Misschien dit keer niet een visie die vooral in de kleine kring van de fractie ontwikkeld wordt.

Pieter Boele van Hensbroek, Globalisation Studies

10 REACTIES

  1. (Voetnoot bij mijn eigen tekst die deze discussie startte. UK deze bijdrage alsjeblieft niet verwijderen!)
    Excuses Caspar, ik was jullie belofte van een gedetailleerd eindrapport vergeten, dat komt door de enorme teleurstelling over het opblazen van het Yantai initiatief – ook voor de staf en afdelingen die het wel graag wilden. En wat ontzettend jammer dat dit eindrapport van de Uraadscommissie niet eerst publiekelijk aan de RUG gemeenschap is voorgelegd voor eventuele correctie of aanvulling (die zeker pertinent zijn voor dit rapport!). De academische staf is sowieso de grote afwezige in de consultaties en conclusies van de commissie.
    Het achterliggende probleem is niet de kwaliteit van de Raadsleden, een aantal beschouw ik zelfs als echt uitstekende collega’s die hard werken aan een ondankbare taak. Het probleem is een misplaatst idee van democratie voor een academische instelling – democratie bepekt tot het kiezen van een zeer klein aantal vertegenwoordigers die vervolgens parlementje gaan spelen met het bestuur. Maar zo een divers landschap van professionals kan je helemaal niet representeren en dat hoeft ook niet want zij weten zelf wat de parameters zijn voor hun optimaal functioneren. Een academische instelling heeft een democratie nodig volgens het model van de beroemde amerikaanse intellectueel John Dewey dat als basisprincipe hanteert: Every Problem has its Public. Voor elke kwestie moet geïdentificeerd worden wie er de stakeholders zijn en die moeten in beraad. De gouden regel van democratie in een instelling van professionals zou moeten zijn dat er géén beslissing over een kwestie wordt genomen zonder dat de betrokken zelf zich over die kwestie hebben uitgesproken en beraden (en – dat is een stap verder – zij zo mogelijk ook zelf een stem in het finale besluit hebben). Alleen dan kom je van een top-down bestuursmodel af – niet door gekozen bestuurders, meer macht voor de raden etc.
    Behoeven URaadsfracties geen eigen visie te ontwikkelen maar slechts ‘medezeggenschap’ praktiseren – zoals je suggereert Caspar? Dan leg je je bij voorbaat neer bij een top-won management model waarbij alle initiatief van boven komt en het hoogste dat de ‘democratie’ kan bereiken is dat het testosteron van de bestuurders een beetje afknijpen. Zo een schamel idee van participatie maakt geen mooie en sterke universiteit. Waarom de zaak niet omkeren: de staf wordt zeer geregeld uitgedaagd om problemen en mogelijke oplossingen naar voren te brengen en de bestuurders hebben de taak de meest veelbelovende alternatieven uit te werken en weer ter consultatie voor te leggen. Dus nog steeds: URaadsfracties geef een visie op internationalisering!

    • Beste Pieter. Dank voor je reactie! Voor de duidelijkheid: wij hebben niets verwijderd. Er lijkt sprake te zijn van een bug in het systeem. We vinden het erg belangrijk en waardevol wanneer er op onze artikelen wordt gereageerd. op een wezenlijke onderwerpen uit het universitaire leven.

  2. Excuses Caspar, ik was jullie belofte van een eindrapport vergeten, dat komt door de enorme teleurstelling over het opblazen van het Yantai initiatief – ook voor de staf en afdelingen die het wél graag wilden. En wat ontzettend jammer dat dit eindrapport van de Uraad commissie niet eerst (!!) publiekelijk aan de RUG gemeenschap is voorgelegd voor eventuele correctie of aanvulling (die zeker pertinent zijn voor dit ‘accountants’ rapport). De academische staf is sowieso de grote afwezige in de consultaties en conclusies van de commissie.
    Het achterliggende probleem is niet de kwaliteit van de raadsleden, een aantal beschouw ik zelfs als echt uitstekende collega’s die hard werken aan een ondankbare taak. Het probleem is een misplaatst idee van democratie voor een academische instelling – democratie beperkt tot het kiezen van een zeer klein aantal vertegenwoordigers die vervolgens parlementje spelen met het bestuur. Maar zo een divers landschap van professionals kan je helemaal niet representeren en dat hoeft ook niet want zij weten zelf wat de parameters zijn voor hun optimaal functioneren. Een academische instelling heeft een democratie nodig volgens het model van de beroemde Amerikaanse intellectueel John Dewey dat als basisprincipe hanteert: Every Problem has its Public. Voor elke kwestie moet geïdentificeerd worden wie er de stakeholders zijn en die moeten in beraad. De gouden regel van democratie in een instelling van professionals zou moeten zijn dat er géén beslissing over een kwestie wordt genomen zonder dat de betrokken zelf uitgebreid die kwestie hebben belichten en suggesties aangedragen (en – dat is een stap verder – zij zo mogelijk ook zelf een stem in het finale besluit hebben). Alleen dan kom je van een top-down bestuursmodel af – niet door gekozen bestuurders, meer macht voor de raden etc.
    Behoeven URaadsfracties geen eigen visie te ontwikkelen maar slechts ‘medezeggenschap’ praktiseren – zoals je suggereert Caspar? Dan leg je je bij voorbaat neer bij een top-down management model waarbij alle initiatief van boven komt: het hoogste dat de ‘democratie’ dan kan bereiken is het testosteron van de bestuurders een beetje afknijpen. Zo een schamel idee van participatie maakt geen mooie en sterke universiteit. Waarom de zaak niet omkeren: de staf wordt zeer geregeld uitgedaagd om problemen en mogelijke oplossingen naar voren te brengen en de bestuurders hebben de taak de meest veelbelovende alternatieven uit te werken en weer ter consultatie voor te leggen. Dus nog steeds: URaadsfracties geef uw inspirerende visie op internationalisering!

  3. Pieter had mij direct na het NOS-bericht al gemaild over dat wij verantwoording moeten afleggen. Dat vind ik ook en ik heb 7 dagen geleden ook teruggemaild dat wij dat gaan doen en dat de puntjes op de i van het eindrapport gezet werden. Waarom Pieter dan alsnog publiekelijk om verantwoording vraagt, weet ik niet. Maar goed, het eindrapport is dus nu openbaar: https://t.co/AsUzQ8ACQQ

    • Pieter vraagt om een heel andere vorm van verantwoording dan er in jullie eindrapport staat: (1) Hoe is jullie oordeelsvorming tot stand gekomen en op welke wijze is dat in samenspraak met de universitaire gemeenschap gebeurd en (2) als niet Yantai, hoe dan wél verder met internationalisering richting Oost-Azië?

      • (1) In het rapport staat al uitgebreid vermeld met wie de commissie sinds augustus/september allemaal gesproken heeft. Niet-commissieleden hebben in die tijd ook gesproken met alle decanen, met faculteitsraden, met de initiator van de brief van 113 hoogleraren, enz. In de twee jaren ervoor zijn we ook continu in gesprek geweest met verschillende partijen – al is het College natuurlijk onze primaire gesprekspartner.
        (2) Dat is niet aan ons. Wij zijn de medezeggenschap, niet de zeggenschap. Maar internationalisering kan natuurlijk op duizend manieren – het oprichten van een complete universiteit is daar maar 1 van. Wat voorbeelden van de andere 999 opties, die de RUG allang benut, zijn hier te vinden: https://www.rug.nl/education/other-study-opportunities/double-degree-programmes/double-and-joint-degree-programmes

        • (1) In het rapport staan precies 2 zinnen over met wie er allemaal gesproken is. Je korte lijstje van met wie verder gesproken is overtuigt niet.
          (2) In Groningen functioneerde altijd met veel succes het Harmoniemodel. Daarin past de strikte rolverdeling die jij aangeeft niet. In de afspraken tussen CvB en UR staat letterlijk: dat “het College van Bestuur en de Universiteitsraad van gedachten wisselen over
          aangelegenheden waarover de Raad strikt formeel geen bevoegdheden zijn toegekend.”
          Dat is een mooi recht waar Groningen trots op kan zijn. Het schept echter ook verplichtingen. Pieter vraagt dus terecht naar jullie alternatieve visie op internationalisering. Dat is meer dan een lange lijst met mogelijkheden.

          • Het dossier Yantai is een aangelegenheid waarover de Raad formeel wel bevoegdheden had. We hebben daarnaast maandelijks – en in de eindfase – vaker overlegd met het College. Het Harmoniemodel impliceert niet dat wij het beleid ontwikkelen en het bestuur dan ja of nee zegt; het impliceert wel dat wij constructief meedenken. Dat hebben we de afgelopen jaren gedaan en dat zullen we blijven doen.

          • Het belangrijkste wat uit het rapport naar voren komt is niet met hoeveel voor- en tegenstanders gesproken is, maar hoe het plan voor UGY zoals gepresenteerd aan de UR (en de academische gemeenschap) er uit zag. En dat was voor een grote meerderheid van de raad onvoldoende. Zoals Olaf Scholten in de vandaag geplaatste reconstructie zegt: “Ergens had ik graag gewild dat ik ervoor kon zijn. Maar met dit plan kón het niet.”

  4. Tja, ik vind het toch wel wat ver gaan om democratisch verzet tegen Yantai zo weg te zetten. Binnen onze Letterenfaculteit is er door de Faculteitsraad meerdere malen over gesproken, en ook op de werkvloer was het een regelmatig terugkerend gesprek. Het aantal voorstanders van Yantai was minimaal. Ik weet dat ook binnen de economische faculteit het verzet breed gedragen werd.
    De rhetoriek over zogenaamd ondemocratische gekozen vertegenwoordigers bevalt me niet zo.
    Dr. Willem Jongman

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.