Universiteitsmuseum duikt in slavernijverleden van de RUG (+ video)

Met twee tentoonstellingen in het kader van Bitterzoet Erfgoed en een toegift over Indonesië reflecteert het Universiteitsmuseum (UM) op het koloniale verleden van de RUG en Nederland. Niet iedereen vindt de uitvoering geslaagd.

Het is geen makkelijke opgave, toegeven dat je zelf deel uitmaakte van het slavernijverleden. Toch is dat precies de insteek van Bitterzoet Erfgoed, een groot project waarin musea, erfgoedinstellingen en culturele en educatieve organisaties in stad en provincie dit jaar aandacht besteden aan de eigen rol in het slavernijverleden.

Vergelijkende anatomie

Zo licht het Universiteitsmuseum de 18e-eeuwse wetenschapper Petrus Camper uit. Camper was een academische duizendpoot die arts, anatoom, fysioloog, verloskundige, zoöloog, antropoloog en paleontoloog was. Hij legde de basis voor de vergelijkende anatomie, waarbij hij autopsies uitvoerde om de overledenen met elkaar te kunnen vergelijken. 

‘Hij is een heel ingewikkeld figuur’, zegt museumdirecteur Arjen Dijkstra. ‘Hij is zonder twijfel een van de grootste geleerden die aan onze universiteit verbonden is geweest. Maar in de loop van de geschiedenis hebben mensen zijn onderzoeksmethode genomen om tot de conclusie te komen dat witte en zwarte mensen niet gelijk zijn.’

Menselijk materiaal

Dat terwijl Camper zelf, die leefde in de tijd van de slavernij, door een wit en zwart persoon anatomisch met elkaar te vergelijken juist het tegenovergestelde concludeerde.

Door onder de huid en in het lichaam te kijken, liet hij zien dat witte en zwarte mensen behalve hun huidskleur hetzelfde zijn en dezelfde voorouders hebben. ‘Daarmee slaat hij dus eigenlijk een argument onder de slavernij vandaan’, zegt Dijkstra.

Een ander spoor van het slavernijverleden is te vinden in de manier waarop Camper menselijk materiaal verzamelde. ‘Toestemmingsformulieren bestonden in die tijd nog niet. Vaak waren het mensen die geëxecuteerd werden, of bijvoorbeeld overleden bij een miskraam of doodgeboorte.’

Kunstroof

De tweede tentoonstelling gaat over godsdienstwetenschapper Theo van Baaren, die een deel van de huidige etnologische verzameling van de universiteit voor zijn rekening nam. Hij deed dat niet door zelf naar de landen te reizen, maar kreeg veel van zijn objecten van missionarissen die ze meenamen na hun zendingen. 

In de zaal zijn tientallen van die objecten te zien. ‘Wat we voor deze collectie hebben gedaan, is onze medewerker Vincy Kleian gevraagd met ons mee te denken en zijn persoonlijke verhaal te vertellen.’ Kleian, die een Indonesische achtergrond heeft, probeert normaal gesproken te achterhalen of museumstukken kunstroof zijn of niet.

‘Wij hebben een sterke nadruk op Indonesië liggen’, zegt Dijkstra. ‘Daarom vonden we het gepast om hem te vragen mee te denken.’

Studentenproject

Een derde tijdelijke tentoonstelling gaat ook over Indonesië en is samengesteld door een internationaal gezelschap studenten kunstgeschiedenis onder leiding van docent Joost Keizer. In de ruimte staat ruim een dozijn typisch Indonesische voorwerpen.

‘De studenten hebben allerlei Indonesische mensen uit de stad gevraagd om op die voorwerpen te reflecteren en die verhalen hebben ze erbij geschreven’, zegt Dijkstra.

Hoewel die tentoonstelling officieel niet bij Bitterzoet Erfgoed hoort, benoemt het in een zin wel het koloniale verleden van Nederland. Maar over de gevolgen van dat verleden is vervolgens weinig te lezen.

Gemiste kans

Daar wringt het juist bij geschiedkundige Barbara Henkes van de RUG, medeauteur van het boekje Sporen van het slavernijverleden in Groningen en initiatiefneemster van Bitterzoet Erfgoed. Zij vindt het een gemiste kans om te vertellen over het koloniale verleden.

‘Je kunt mooie spullen neerleggen, zoals prachtige wajangpoppen. Dan ga je voorbij aan de roof en toe-eigening van die ‘mooie spullen’ die met de Nederlandse bezetting van dat land gepaard zijn gegaan.’

Klassieke framing

‘Dat probleemloos tonen van mooie spullen uit ‘onze’ koloniën is een klassieke framing, zonder enige toelichting’, zegt Henkes. Ze noemt ook het bootje van kruidnagels dat er te zien is.

Geen uniek object, zegt ze, want er zijn er veel meer van. ‘Maar wel een veelzeggend object om de geschiedenis van de koloniale zucht naar winst over de lijken van de lokale bevolking aan te verbinden. Maar het wordt tentoongesteld zonder enige toelichting en dat is bijzonder betreurenswaardig.’ 

Al valt het niet onder de noemer Bitterzoet Erfgoed, volgens Henkes zou het UM toch de verantwoordelijkheid moeten nemen om er toelichtende teksten bij te schrijven. 

Kritiek

Henkes stuurde het museum de feedback voor de opening, waarop het museum besloot de derde tentoonstelling buiten de noemer Bitterzoet Erfgoed te laten. Ook had ze twijfels over de preparaten van witte en zwarte huid bij de tentoonstelling van Petrus Camper. Daar zijn mensen gevoelig voor, zei ze, en daar moest het museum rekening mee houden.

Het museum heeft als gevolg van haar kritiek enkele kleine veranderingen doorgevoerd. ‘We vragen meerdere groepen en het publiek nog steeds om feedback’, zegt Dijkstra daarover. En als het museum het ermee eens is dat een verandering zin heeft, dan zijn ze ook niet te beroerd om het aan te passen, zegt hij.

‘Verder leren we hoe we deze onderwerpen op de juiste manier kunnen belichten. Gun ons daar ook de ruimte in om te leren.’

English

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in