Tweede studie? RUG is een-na-duurst

Nederlandse universiteiten lopen nogal uiteen wat betreft de hoogte van hun instellingscollegegeld. Zo kost een tweede studie aan de letterenfaculteit in Tilburg 5100 euro per jaar, maar in Groningen 8300.
Door Thereza Langeler

De RUG hanteert daarmee het een-na-hoogste instellingscollegegeld van Nederland – voor letterenstudies in ieder geval. Alleen Leiden, met 9700 euro per jaar, is duurder. Waar komen die verschillen vandaan?

De meeste studenten betalen het zogenaamde wettelijke collegegeld aan hun universiteit. De hoogte van dat collegegeld wordt ieder jaar vastgesteld – dit jaar op 2060 euro – en is voor alle universiteiten gelijk. Bovenop het collegegeld krijgt een universiteit ook nog een bepaald bedrag per student aan overheidssubsidie. Hoe hoog die subsidie precies ligt, hangt af van welke opleiding de student volgt.

Er zijn ook studenten waarvoor geen rijkssubsidie gegeven wordt. Mensen die nog een tweede master- of bacheloropleiding beginnen als ze er al een hebben voltooid, bijvoorbeeld, of studenten die niet uit de Europese Unie afkomstig zijn. Aan die studenten vragen universiteiten daarom een hoger collegegeld, het zogenaamde instellingscollegegeld. Daarvan mogen universiteiten zelf de hoogte bepalen.

Verschillen

En dat doen ze heel verschillend, blijkt uit een rondgang van de NOS. Die vergeleek de instellingscollegegelden die Nederlandse universiteiten vragen voor een opleiding aan hun letterenfaculteit.

De universiteit van Leiden is verreweg de duurste, gevolgd door de RUG. Ook de Universiteit Utrecht hanteert een instellingscollegegeld van boven de 8000 euro. Nijmegen, Maastricht en de beide Amsterdamse universiteiten zitten tussen de 7000 en de 8000 euro; in Rotterdam betaal je slechts 6100 euro per jaar en in Tilburg 5100.

Dat roept de vraag op hoe universiteiten hun instellingstarief eigenlijk berekenen. Maar daar willen de meeste instellingen niets over zeggen – bijvoorbeeld uit concurrentie-overwegingen. Ook de RUG geeft geen inzicht in de rekensom, ‘omdat we dit niet wenselijk vinden’, verklaart RUG-woordvoerder Jorien Bakker.

Motie

In de Tweede Kamer is een motie aangenomen waarin staat dat het instellingscollegegeld niet hoger mag zijn dan de som van het wettelijke collegegeld en het subsidiebedrag dat de universiteit misloopt.

D66-kamerlid Paul van Meenen, die de motie indiende, vindt het ‘niet uit te leggen’ dat het instellingscollegegeld soms een stuk hoger ligt. ‘Het heeft er de schijn van dat tweede studies en internationale studenten voor instellingen een verdienmodel zijn’, zegt hij.

De Groninger Studentenbond (GSb) is het daar roerend mee eens. ‘Het is gek dat een universiteit niet-Europese studenten meer laat betalen dan wat de overheid betaalt voor andere studenten’, zegt voorzitter Sjoerd Kalisvaart. ‘Je moet niet met twee maten meten binnen het onderwijs. Zorg dat voor iedereen hetzelfde tarief geldt.’

Komende maand legt het college van bestuur de instellingstarieven voor aan de universiteitsraad, die erover moet adviseren. Wat er verder met de motie van Van Meenen gebeurt, volgt de RUG met belangstelling, aldus Bakker.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here