Studentenhart onder de loep

Nadat Ajaxspeler Abdelhak Nouri ineen zakte op het veld, was de vraag weer actueel. Is sporten op hoog niveau gevaarlijk? Sportarts Bram Bessem van het UMCG onderzocht honderden Groningse studenten op zoek naar het antwoord.
Door Anne Floor Lanting

Ook onder studenten komt het voor. In 2007 stierf een 21-jarige Gyasroeier tijdens een training. Sindsdien worden alle eerstejaars wedstrijdroeiers van de Groningse roeiverenigingen preventief onderzocht op hartafwijkingen bij het Sport Medisch Centrum van het UMCG. Dat is verstandig, zegt sportarts Bart Bessem. ‘Wanneer een jonge sporter bezwijkt aan een hartstilstand, ligt hier namelijk meestal een aangeboren hartafwijking aan ten grondslag.’

De vraag is wel: hoe moet je zo’n hartfilmpje interpreteren? Want het hart van een topatleet zie er anders uit dan dat van een ‘gewone’ sporter. Hoe voorkom je dat je afwijkingen mist, of mensen die veilig kunnen sporten in de gordijnen jaagt?

Hartafwijking

Het is in elk geval niet het sporten zélf dat gevaarlijk is, zegt Bessem. Maar de fysieke inspanning vraagt veel van het hart en kan net dat duwtje geven waardoor een hartafwijking fataal wordt. ‘Topsporters met een aangeboren hartafwijking zouden net zo goed thuis op de bank in elkaar kunnen zakken’, zegt Bessem. ‘Maar ze hebben een twee tot drie keer grotere kans dat dit tijdens het sporten gebeurt.’

Bessem bestudeerde het effect van een intensief, negen maanden durend roeiseizoen op de harten van 69 eerstejaars wedstrijdroeiers van Gyas en Aegir. Hij vergeleek de hartfilmpjes van voor en na het seizoen, en ontdekte dat de negen maanden durende intensieve roeitraining weinig veranderingen veroorzaakte in het hart van de studenten.

‘Beide hartfilmpjes verschilden maar weinig van elkaar. De harten van de roeiers vertoonden voor aanvang van het roeiseizoen al sportgerelateerde aanpassingen, zoals een dikkere hartspier en een relatief lagere rusthartslag.’ Hij verwacht dat het verschil groter zal zijn als hij een groep voormalig niet-sporters zou bestuderen die vervolgens intensief gaan sporten.

Sportershart

Bessem bekeek ook de hartfilmpjes van 1436 studenten aan verschillende sportopleidingen in Groningen. Hij zette het aantal sporturen per week af tegen de aanpassingen aan het hart die op hun ECG te zien waren en ontdekte dat de ontwikkeling van een sportershart een geleidelijk proces is. Het is volgens Bessem moeilijk te bepalen wanneer er sprake is van sportershart.

‘De eerste tekenen doen zich voor bij een totale blootstelling aan sport van meer van dan drieduizend uur. Vanaf dat punt zie je een significante toename in het aantal aanpassingen horend bij een sportershart die op een hartfilmpje te zien zijn.’ Maar deze aanpassingen vormen geen risico voor de gezondheid. ‘Een sportershart is gezond, alleen is een hartfilmpje ervan soms moeilijk te onderscheiden van filmpjes van harten waar wel sprake is van een afwijking.’

Topniveau

Ook ontdekte hij dat er belangrijke verschillen zijn tussen de ecg’s van de vrouwelijke en mannelijke studenten. De resultaten zijn belangrijk voor het beoordelen van ecg’s door sportartsen. Wie op topniveau sport, moet sowieso een cardiologische keuring ondergaan.

Maar Bessem wil voorkomen dat afwijkende kenmerken op een filmpje snel aan hartproblemen toegeschreven worden. ‘Vrouwen hebben een relatief hogere rusthartslag dan mannen. Dit zegt niks over de sportprestaties van beide geslachten, maar betekent wel dat we bij cardiologische keuringen anders naar beide harten moeten kijken.’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in