Quarterlifecrisis

Door Wouter Sipma

’Nobelprijswinnaar of wereldkampioen dammen, wat wil je liever worden?’ Deze – toegegeven – absurde vraag stelde de bondscoach van de Nederlandse dambond me afgelopen weekend in een gesprek naar aanleiding van een teleurstellend verlopen NK begin april. Vertaling: waar ga je nu écht voor?

Een korte achtergrond: op mijn zevende begon ik met dammen en raakte eraan verslingerd; bij de jeugd werd ik tweemaal Europees kampioen, ben sindsdien blijven groeien en werd in 2015 achtste van de wereld. Behalve die successen leverde het ook andere mooie ervaringen op zoals coachen, organiseren en reizen: ik speelde onder andere in Rusland, Kameroen, Suriname en China.

Onzeker bestaan

Aangezien het leven als dammer een nogal onzeker bestaan is, combineer ik het ‘noodgedwongen’ met studeren. De Topsportregeling van de RUG helpt me daarbij; het voelt echter alsof het sportersbestaan met de tijd alleen maar ingewikkelder is geworden.
Want sinds ik in Groningen woon en studeer zijn er nog zoveel leuks bij gekomen: wekelijks help ik ‘Cafe de las Lenguas’ (waar je met moedertaalsprekers talen kunnen oefenen) organiseren, ik heb gezellige huisgenoten, nieuwe vrienden gemaakt en de trouwe lezer merkt dat ook deze column best vaak verschijnt.

Ik ben nu 23 en aangenomen wordt dat denksporters hun top ergens tussen hun 25e en 35e bereiken; als ik de (reuzen)stap naar de absolute mondiale damtop nog wil maken, geldt dus eigenlijk: nu of nooit. In aanloop naar het aankomende WK in oktober richt ik me drie maanden fulltime op dammen; maar is dat genoeg? En wat ga ik na het WK doen?

Gepassioneerd

Als het om anderen gaat, moedig ik hen graag aan om hun hart te volgen, of het nu gaat om gepassioneerde hobby, sport of een ambitieuze studie. Dat is niet zo makkelijk, ben ik inmiddels dus zelf achter. Aan mijn omgeving ligt het niet: ik heb geweldige ouders en vrienden; zowel de universiteit als de dambond steunen me. Ze verzekeren me: elke keuze die je maakt is goed. Ze kunnen me helpen kiezen, maar tegelijkertijd ben ík het die de knoop doorhakt.

De titel van deze column heb ik niet zelf bedacht; die diagnose kreeg ik van ene Annebelle. Via Google kwam ik erachter dat ‘quarterlifecrisis’ geen nieuw woord is (helaas), maar ook dat ik lang niet de enige met dit, laten we wel wezen, luxeprobleem. Dus misschien is het ook niet zo erg om nog even te blijven dromen over de Nobelprijs én de wereldtitel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here