Projectleider studentenoverlast moet Schildersbuurt verzoenen

De gemeente Groningen roept een ‘projectleider studentenoverlast’ in het leven om de problemen tussen studenten en bewoners in de Schildersbuurt te verminderen.

Studenten en Stadjers in de Schildersbuurt liggen opnieuw met elkaar in de clinch. Volgens sommige buurtbewoners loopt de overlast door studenten de spuigaten uit, daarom stuurde de buurtvereniging een tweede brandbrief naar de gemeente.

In september vorig jaar deed een aantal buurtbewoners dat ook al. De grootste ergernis was het toegenomen aantal huisfeesten in de zomer na de eerste coronamaatregelen. 

Overlasthuizen

Na de eerste brief stelde de gemeente een lijst op van 135 studentenhuizen die bekend staan als ‘overlasthuizen’. Als er klachten binnen zouden komen van deze huizen, zou de politie direct over mogen gaan op het uitdelen van boetes en bovendien stereoapparatuur in beslag mogen nemen.

Nu komt daar ook een ‘projectleider studentenoverlast’ bij. Die zal na de zomer een bijeenkomst organiseren voor alle betrokken partijen, waaronder buurtbewoners, studenten, pandeigenaren en politie, zegt Corien Koetsier, woordvoerder van verantwoordelijk wijkwethouder Carine Bloemhoff (PvdA). 

Samen oplossingen vinden

‘Hij gaat alle partijen met elkaar in contact brengen en ze met elkaar laten praten’, zegt Koetsier. ‘Het doel is zorgen dat iedereen zijn verhaal kan doen. Dat iedereen kan zeggen waar ze mee zitten en wat ze willen en dat er samen naar oplossingen kan worden gekeken.’ 

Hoewel iedere Groningse wijk al een zogenaamde gebiedsmanager heeft, is die voor de problemen in de Schildersbuurt niet afdoende. ‘Die persoon is zoveel tijd kwijt aan de studenten, dat er nauwelijks tijd overblijft voor andere zaken. Daarom hebben we besloten iemand erop te zetten die zich alleen hiermee bezig houdt’, zegt ze.

De vraag of dan ook verhuurdersvergunningen voor studentenhuizen worden ingetrokken, gaat volgens Koetsier een stap te ver. ‘Dat wordt op dit moment niet overwogen. Eerst moet je met elkaar in gesprek om te inventariseren wat er moet gebeuren.’