Pen

Iedere lezer weet dat je je voor sommige lectuur flink moet inspannen om erin door te dringen. Je leest wel, maar het komt niet binnen, je blijft ergens steken, raakt de draad kwijt, maar je wilt (of erger, je moet) het lezen, dus begin je opnieuw, in de hoop dat het een tweede, derde of zelfs vierde keer wel lukt. Het lezen als gevecht.
Door Gerrit Breeuwsma

Sommige auteurs bezitten echter de gave om je als lezer direct in de houdgreep te nemen. Je slaat op een willekeurige bladzijde hun boek open, leest een willekeurige zin en je bent meteen verkocht.

Het overkwam me onlangs weer eens toen ik bij boekhandel Kunst & Vliegwerk binnenstapte – op zoek naar iets dat ik er niet vond – en mijn oog viel op een bundel essays & memoires van Pen. Ho, ho, niet Le Pen, van het Franse Front National en als het deze week heel raar loopt – maar wie durft met zekerheid te zeggen dat dat niet kan? – de nieuwe president van de Republiek, maar Jan Pen, voormalig hoogleraar staathuishoudkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Pen wordt algemeen gezien als een van de belangrijkste naoorlogse macro-economen, met veel invloed op de Nederlandse politiek, maar was tevens auteur van een groot aantal columns en essays. De bundel, met de titel Vandaag staat niet alleen, biedt een kleine selectie uit de 162 bijdragen die hij alleen al voor het Hollands Maandblad schreef. Er staan stukken in over economie, over Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen, maar ook over plagiaat (naar aanleiding van de affaire rond psycholoog René Diekstra), over muziek (Pen was een enthousiast pianist met een voorkeur voor Bach en blues) en over de oorlog.

Hij behoorde tot de generatie voor wie de oorlog nooit ver weg was. In de oorlogsjaren hielp hij als jongeman (hij was van 1921) onderduikers, leverde bonkaarten af en nog zo het een en ander. Maar hij tekende ook een loyaliteitsverklaring aan de bezetter. Een kopietje daarvan droeg hij altijd bij zich. Het verhoogde zijn overlevingskansen mocht hij bij zijn illegale activiteiten worden aangehouden door de Duitsers, maar, zo schrijft hij, het heeft ‘niet bijgedragen aan mijn zelfrespect’. Wel bleef hij zijn bedenkingen houden bij ideologieën, zij het van rechtse dan wel linkse snit.

‘Ik wil geen auteur zijn die de wereld verbetert […] Ik wil wel overwegend welgevormde zinnen produceren’, schreef hij eens en dat heeft hij in ruime mate gedaan, met op het oog uiterst eenvoudige middelen. ‘De Lemmer. Zo heet de plaats waar ik geboren ben. Op de kaart staat “Lemmer”, maar wij hechten aan dat lidwoord. Het maakt ons specialer dan we zijn’, schrijft hij over zijn geboorteplaats en dan krijg ik bijna heimwee naar De Lemmer, ook al ben ik heel ergens anders geboren. Of hij schrijft over de roodharige Judith, waar hij als zeventienjarige verliefd op werd en die later zijn vrouw zou worden.

Wat je verder ook van ze kunt zeggen, mannen met een roodharige vrouw hebben tenminste één goede eigenschap en ik ben altijd een beetje jaloers op ze. Geen slecht woord over mijn vrouw, maar zou ze er ooit vandoor gaan, dan neem ik ook een rooie. Met een lekkere bos krullen en van dat witte vel dat je niet te lang aan de zon mag blootstellen en met sproeten op plekken waar ik dan alleen mag komen.

Kijk, dat komt ervan als je Pen leest.

Hij overleed in 2010, maar had het dubieuze voorrecht om zijn necrologie een jaar voor zijn dood te lezen. Die werd in mei 2009 een beetje prematuur in De Volkskrant gepubliceerd. Pen vond het niet erg en vond het ook wel iets speciaals hebben – ‘Het gebeurt niet elke dag dat je doodgaat’ – en bovendien was het wel een lovend stuk.

Ondertussen is hij alweer wat jaartjes echt dood en best mogelijk dat hij ook voor economen inmiddels geschiedenis is geworden (wat in de praktijk vaak betekent, ‘vergeten’). Zijn welgevormde zinnen zijn echter nog steeds voor iedereen toegankelijk, voor 7,90 bij Kunst & Vliegwerk. Gewoon even vragen naar het boek van Pen. Ja, inderdaad, De Pen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here