Oude botten van het klooster

Een rechterarm, een pauselijk zegel, een munt van Sint Maarten. De studenten archeologie die aan de zuidrand van Groningen een oud klooster opgraven, vinden spectaculaire dingen.
Door Tamara Uildriks

In het weiland in het gehucht Essen (bij Haren) grazen normaal gesproken schapen. Nu spitten zo’n dertig studenten onder leiding van archeoloog en universitair docent Stijn Arnoldussen de grond om, op zoek naar restanten van klooster Yesse.

Yesse was een vrouwenklooster, gesticht rond 1215. Al jaren vonden de huidige bewoners van Essen overblijfselen in de grond. Uiteindelijk besloot Stichting Bezoekerscentrum Yesse dat de plek meer onderzoek waard was. De stichting liet grondradaronderzoek doen waarna de RUG startte met de opgravingen.

Geelbruine schedel

Arnoldussen en zijn studenten graven vier weken lang in vijf opgravingsputten in het hoge gras om te zien waar vroeger de muren stonden en hoe het klooster was ingericht.

‘Het is lastig graven, omdat er nog zoveel menselijk materiaal ligt’, vertelt Arnoldussen terwijl hij een blauw plastic zeil optilt. Eronder liggen botten, vermoedelijk van een rechterarm. Even later ontdekken de studenten nog een stuk van een skelet. Vanuit de aarde staart een deel van een kleine, geelbruine schedel ze aan.

De studenten zijn al een paar keer op bijzondere attributen gestuit. Zo vonden ze vorig jaar een pauselijk zegel uit de dertiende eeuw. Ook deze week haalden ze iets bijzonders uit de grond: een munt van Sint Maarten die een bedelaar zijn mantel geeft.

Voor de studenten maken deze ontdekkingen het werk bijzonder. ‘De dingen die we vinden, zijn misschien wel vijfhonderd jaar geleden voor het laatst aangeraakt en hebben daarna in de grond gezeten totdat ik ze nu weer vind. Dat idee is leuk’, vertelt student Jesse van Dijk.

Lange dagen

De volle en intensieve dagen hebben ze graag over voor ervaringen als deze. Elke dag om acht uur worden ze op locatie verwacht, waar ze doorwerken tot vier uur. Dan moeten ze nog individueel rapporteren, wat meestal een uur extra werk is. ‘Het zijn lange dagen, maar je brengt wel gelijk de geleerde theorie in de praktijk. Iedereen vindt het heel leuk om te doen’, zegt Jesse.

Pittig is het ook. ‘Er blijft weinig tijd over voor andere dingen. Je moet elke dag redelijk vroeg naar bed, anders ben je gesloopt’, voegt student Niels Nederlof toe.

Niet alleen de studenten zijn enthousiast. Ook de buren die naast het veld wonen, steunen het veldwerk. Zo heeft een van hen zijn schapen verplaatst. De tijdelijke grote gaten in zijn grond vindt de buurman geen punt.

Blokhut als museum

Buurvrouw Annemiek Bos is blij dat er eindelijk onderzoek wordt gedaan naar het klooster. Ze heeft naast het weiland een kleine blokhut gebouwd. Die fungeert als museum en bezoekerscentrum. Hier worden allerlei vondsten tentoongesteld. Ook kunnen bezoekers kaarten bekijken van waar het klooster heeft gestaan en hoe het er waarschijnlijk ooit uitzag.

Half juni maken Arnoldussen en zijn studenten de gaten weer dicht en dan moet het werk tot volgend jaar wachten. Hij gokt dat ze nog zo’n vijf jaar voor het onderzoek nodig zullen hebben.

De onderzoekers slaan hun vondsten tijdens het veldwerk op in een van de oranje bouwketen, waar ze worden gedocumenteerd. Uiteindelijk komen ze in het provinciaal depot terecht. ‘Misschien komt er ooit nog een permanente expositie met de opgravingsresultaten, dat zou leuk zijn.’

Gevonden munt met de beeltenis van Sint Maarten

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in