Opruimen

‘Opruimen maakt gelukkig!’ Tenminste, als ik de wervende titel van een boek mag geloven. Volgens de auteur hebben we maar weinig spullen nodig om gelukkig te zijn. Tijd, dát is ons kostbaarste bezit.
Door Gerrit Breeuwsma

De auteur staat trouwens niet alleen in deze overtuiging. In menig boekhandel is opruimen een goed gevulde rubriek, met boeken van ‘opruimcoaches’ die steevast beloven dat een ‘opgeruimd bestaan’ recht evenredig samenhangt met een gelukkiger leven. En wat te denken van ‘opruimgoeroes’, zoals de Japanse Marie Kondo, die ons een rijker spiritueel leven voorspiegelen?

Ik weet het niet. Ik ben nu al dagen aan het opruimen, maar volgens mij word ik steeds ongelukkiger en vooralsnog gaat er alleen maar kostbare tijd mee verloren. Alles overziend word ik er niet zozeer spiritueel als wel chagerijnig van.

Nu is mijn opruimen ook niet bepaald vrijwillig, maar wordt afgedwongen door zaken die ver buiten mijn macht liggen en dat zal de ervaring ervan vast wel wat kleuren (geluk is, net als vernedering, nogal subjectief, maar laat ik niet afdwalen). Ik moet, net als bijna iedereen bij Psychologie, intern verhuizen. Dat klinkt onschuldig, maar of je nu één deur verder moet of dat je naar het andere eind van het land verhuist: alles moet hoe dan ook van zijn plaats. Erger is dat we bij die operatie allemaal vierkante meters in moeten leveren.

Iedereen die wel eens op mijn kamer is geweest, weet dat ik nu al vierkante meters te kort kom. Om een beeld te geven. Naast mijn bureau, een tafel met vier stoelen en drie archiefkasten, staan er negen kasten met zo’n 3000 boeken op mijn kamer (het equivalent van ca. 90 meter). Verder moet je je voorstellen dat als ergens iets op, in of onder kan staan, er dan iets op, in of onder staat. Als ik een beetje op mijn gewicht let, kan ik me nog net tussen alles door manoeuvreren. Een nadeel is dat ik niet echt goed mensen op mijn kamer kan ontvangen, maar dat zou je ook als een voordeel kunnen zien.

Kortom, die verhuizing stelt me voor bijna onoverkomelijke problemen. Omdat ik de mening ben toegedaan dat je je problemen altijd mee naar huis moet nemen, zeur ik thuis dus heel wat af. Mijn vrouw probeert me nog wel op te beuren, maar ik merk aan alles dat ze vooral bang is dat ik het overtollige mee naar huis ga nemen. Ik ben wel eens bang dat er bij haar heel diep van binnen ook een piepklein opruimgoeroetje sluimert dat soms even wakker schrikt en dan alles wat onder haar ogen komt als ballast kwalificeert. Het is dan opletten geblazen, want voor je er erg in hebt, sta je zelf bij het grofvuil, maar godzijdank is ze te inconsequent om het lang vol te houden, waarna het goeroetje zich weer te ruste legt en het stof der jaren weer mag neerdwarrelen op de rommel waaraan ik gehecht ben.

‘Je moet er het positieve maar van inzien’, zegt mijn vrouw, ‘want zo krijg je alles weer eens in handen’. Inderdaad, maar dat is juist zo pijnlijk. Omdat ik mijn boeken wil proberen te redden, zit er niets anders op dan een groot deel van mijn knipselarchief op te offeren. Jarenlang heb ik dat verzameld en bijgehouden en daar zijn uren met selecteren, knippen en archiveren mee heen gegaan. Voor het in een blauwe container verdwijnt, blader ik het nog eens door en zie ik de sporen van de onderwerpen waarover ik de afgelopen dertig jaar heb geschreven, maar ook vind ik nooit tot wasdom gekomen plannen voor artikelen en boeken. Misschien dat ik ergens wel wist dat het er niet meer van zou komen al die plannen te realiseren, maar dit afscheid is wel erg resoluut.

Ach ja, wie zei het ook al weer zo mooi: Nettoyer, c’est mourir un peu.

En als ik straks alles heb opgeruimd, ga ik – als Vladimir en Estragon – zitten wachten op het geluk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here