Onderwijservaring voor bursalen

De promotiestudenten aan de universiteit kunnen minder onderwijservaring opdoen dan aanvankelijk werd gedacht. De RUG maakt zich sterk om dat te veranderen.
Door Peter Keizer

In een brief die het universiteitsbestuur onlangs aan de faculteiten heeft gestuurd over de regels van het promotieonderwijs, staat het duidelijk vermeld: promotiestudenten mogen geen opdracht krijgen om onderwijs te geven. Dat is tegen de afspraken, meent de Personeelsfractie in de universiteitsraad.

‘Het staat haaks op wat er vorig jaar besproken is’, reageert Casper Albers van de Personeelsfractie. Onderwijservaring was juist een van de eisen van de partij toen het instemde met het promotie-experiment aan de RUG, zegt hij.

‘Bursalen die dat willen, zouden de mogelijkheid krijgen net zulke onderwijservaring op te doen als werknemer-promovendi. Er is toen toegezegd dat bursalen naast hun beurs een tijdelijke RUG-aanstelling als ‘student-assistent’ of tijdelijk docent konden krijgen, waarin ze die onderwijstaken konden doen’, vertelt Albers.

Gezagsverhouding

Een belangrijk punt is echter dat een promotiestudent, in tegenstelling tot een werknemer-promovendus, geen gezagsverhouding heeft met de promotor. In opdracht lesgeven is daarom niet mogelijk, reageert RUG-voorzitter Sibrand Poppema.

‘Ik ben hier zelf nog niet helemaal blij mee. Ik zoek naar een manier om het wel mogelijk te maken. Maar nu is het zo dat de promotiestudent dan belastingtechnisch gezien een gezagsverhouding zou hebben’, zei Poppema donderdag in de universiteitsraad.

De collegevoorzitter is in gesprek met de belastingdienst en het ministerie van Financiën over de kwestie. ‘Het is allemaal heel ingewikkeld’, zegt hij. ‘Dit is geen opgegeven zaak, maar wel de tussenstand.’

Ervaring

De promotiestudenten kunnen nu wel ervaring opdoen met het geven van onderwijs en het begeleiden van studenten, maar alleen in het kader van het afgesproken onderwijsprogramma, onder andere via een zogenoemd ‘BKO light’, waarna hij of zij colleges mag geven en masterstudenten mag begeleiden.

‘Maar dit stelt weinig voor qua opdoen van onderwijservaring’, zegt Albers. Dat kan ook niet anders, denkt hij, omdat de ervaring – in tegenstelling tot de eerdere afspraken – binnen de drie jaar promotietijd moet worden opgedaan. ‘Vroeger hadden promovendi vier jaar. Drie jaar is echt wel de ondergrens: als je vanuit die drie jaar ook nog een half jaar weghaalt voor onderwijstaken, dan is het geen promotieperiode, maar een veredelde researchmaster.’

Albers noemt de reactie van Poppema ‘hoopgevend’. ‘Zij zijn er ook niet blij mee en zoeken naar oplossingen. Wordt vervolgd dus’, zegt hij.

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

English