Noodvoorziening

‘Kamperen betekent vrijheid. Je moet niks en alles kan op jouw eigen tempo. Heb je geen zin om te koken? Dan ga je lekker uit eten. Heb je trek in een glas wijn? Dan schenk je er een in.‘
Door Gerrit Breeuwsma

‘Toch liever een goed boek in het middagzonnetje? Dan schuif je de ligstoel naar de juiste plek en neem je even lekker de tijd voor jezelf. Heerlijk!’ Aldus de tekst van een site die het kamperen promoot.

Kijk, dacht ik meteen, zo kan het ook. Die snappen hoe je iets aan de man brengt. Niet die krampachtige manier waarop het college van bestuur bij monde van Jan de Jeu de boel probeert te redden door de tenten voor internationale studenten als ‘noodvoorziening’ te verkopen.

Het regende vervolgens klachten over het dagtarief, waarna de slaapplaatsen alsnog gratis werden aangeboden, maar dan heb je al verloren.

Dat had toch ook anders gekund? Had van het glas wijn een biertje gemaakt en van het goede boek een laptop en het was meteen een wervende tekst geworden voor onze internationale vrienden (nergens maak je zo snel vrienden als op de camping).

‘Kamperen is één van de fijnste manieren van overnachten. De schoonheid van de natuur en het ‘back to basics’ leven, geven een ultiem gevoel van geluk en vrijheid’, gaat het verder op de site, ‘Salades serveren in een soeppan, hapjes uitstallen op een snijplank en leven uit plastic. Op de camping kan het allemaal!’

That’s the spirit, Jan. Maar die komt niet verder dan: ‘Het is verre van ideaal, maar ik kan hier niet stante pede de ideale oplossing creëren’. Wat doen ze daar eigenlijk bij de afdeling public relations?

Nu klaagt iedereen steen en been en wordt er schande gesproken over het feit dat we de nieuwkomers geen goede huisvesting kunnen bieden. Maar was er dan niet één historicus te vinden die had kunnen vertellen dat het kamperen de eerste decennia van de twintigste eeuw vooral een elitaire aangelegenheid was, weggelegd voor ‘keurige jonge heren’, die wars waren van onnodige luxe? Op de camping bivakkeert de nieuwe elite!

In Nederland speelde de ANWB een belangrijke rol in het propageren van het kamperen, waarbij die zich zelfs door de Tweede Wereldoorlog niet uit het veld liet slaan. Nog in december 1940 kwam een proefnummer van de Kampeer Kampioen uit met de enthousiasmerende kop ‘Klaar voor ’t Kamp!’

Je zou denken: Wat de ANWB kan, moet de RUG toch ook kunnen? Maar nee hoor. Wel groot willen zijn, maar klein blijven denken. Jammer. Een beetje slimmerik had het hele gedoe verkocht aan RTL4 als spin off van Geer & Goor (Effe geen tent te makken), waarin Goor op zijn eigen rondborstige manier het tentzeil aanveegt met Geer (‘steek die afwaskwast maar in je hol’).

Prachtig, toch? Op verzoek van Poppema mocht Goor dan nog één keer een Chinees imiteren: de academische vlijheid woldt gegalandeeld dool de LUG. De tent was afgebroken.

Maar zoveel is wel duidelijk, zakelijk opereert de RUG niet sterk. Zo was het natuurlijk verstandiger geweest als we met de 2,8 miljoen die in Yantai is gestoken de failliete inboedel van de Vrijbuiter hadden opgekocht. Dan hadden we onze studenten nu kunnen opvangen in zo’n prachtige tent van De Waard (op die manier leren ze ook heel snel wat haringen zijn).

Maar goed, ondertussen is er zo’n schrijnend tekort aan woonruimte dat zelfs medewerkers opgeroepen worden tijdelijk onderdak te bieden aan een buitenlandse student(e). Ik moet er eigenlijk niet aan denken om ‘s ochtends bij het ontbijt meteen tegen een student aan te moeten gapen, maar voor de zekerheid heb ik vast een tent opgezet.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here