Negatief

Of ik niet eens wat positiefs over de RUG zou kunnen schrijven, liet iemand me een tijdje geleden in het voorbijgaan weten: ik was altijd zo negatief.
Door Gerrit Breeuwmsa

Ik schrok daar eerlijk gezegd nogal van, maar met een laatste restje tegenwoordigheid van geest, zei ik snel dat ik de woordvoerders van onze universiteit (die van elke scheet een frisse wind weten te maken) onder geen beding voor de voeten wilde lopen en me daarom verre hield van iedere vorm van ongefundeerd optimisme.

Je hoopt dan dat daarmee de kous af is, maar onwillekeurig bleef de opmerking in mijn hoofd na-echoën, zodat ik op een middernachtelijk uur ineens rechtop in mijn bed zat en riep: ‘Hoezo negatief!’

Mijn vrouw schrok wakker en, als altijd bereid me bij te staan in tijden van nood, vroeg ze wat er was. Ik legde het uit, waarop ze zei: ‘Maar dat is toch ook zo schat, je ziet de dingen wel wat zwart’, waarna ze de slaap weer inzeilde.

Dat krijg je er nou van, dacht ik. Mensen hebben vaak geen idee wat terloopse opmerkingen zoal teweegbrengen en ik voelde me weer eens bevestigd in mijn stelling dat je het intermenselijk contact het beste tot een minimum kunt beperken. Maar goed, het was al te laat, en dus tijd om eens serieus over de vraag na te gaan denken.

Ben ik echt zo negatief, begon ik mijn zelfonderzoek, met wat niet een open vraag was, maar nog wel enige ruimte liet voor nuance. Okee, dacht ik: Ik ben misschien een beetje kritisch, in vragenlijsten kies ik steevast voor de optie ‘helemaal mee oneens’, zie over het algemeen ‘iedere verandering als een verslechtering, zelfs een verbetering’ en ben in beginsel tegen bijna alles.

Verder is mijn glas vaak halfvol (nou ja, zeg gerust leeg, ook al schenk ik regelmatig bij) en houd ik het niet voor onmogelijk dat de wereld vergaat, al weet ik niet precies wanneer. Maar ben je dan negatief?

Door prakkiserend realiseerde ik me dat ik vaak geneigd ben mezelf te karakteriseren in termen van wat ik niet ben, waar ik niet van houd of wat ik niet heb. Zo ben ik geen groepsmens, mijd in dat verband recepties en partijen, idem campings, volle stranden en discotheken. Ik houd niet van netwerken, Facebook, LinkedIn (verzoeken om te bevestigen dat ik iemand ken, zal ik steevast negeren) of mensen met een passie.

Ik heb het niet op e-bikes (en op mannen die bij het stoplicht in een lage versnelling wegfietsen om daarna op te schakelen: losers). Ik heb geen auto. Ik heb wel een rijbewijs, maar zit nog in de ontkenningsfase. Ik heb het pas na mijn veertigste gehaald en ben bovendien vier keer gezakt (ik beschouw dat als een punt in mijn voordeel).

Ik heb een grondige hekel aan rijinstructeurs en examinatoren, behalve de laatste die mij liet slagen met de woorden: ‘Ik geef je het voordeel van de twijfel’ (meer heeft een mens niet nodig). Ik hoorde me laatst met enig aplomb zeggen dat ik de afgelopen achttien jaar slechts één keer heb gevlogen, alsof ik alleen daarom al in aanmerking zou moeten komen voor een lintje, wat ik dan natuurlijk zou weigeren.

Maar heb je dan een negatief zelfbeeld?

Nee, als ik het zo eens overzie, vind ik niet dat ik echt negatief ben. Een beetje positiever kan natuurlijk wel. Dus vooruit, ik wens u een mooie zomer.

De kans daarop, schat ik in, is met al het warme weer dat we al gehad hebben natuurlijk minimaal, dus het zal dus wel weer een ku…

Nou ja, volgend jaar misschien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in