‘Ik heb nog nooit zo’n zwaar toernooi gehad’

Roel Boomstra (rechts) met ‘meesterknecht’ Wouter Sipma. Foto: Reyer Boxem

Vijf vragen aan kampioen Roel boomstra

‘Ik heb nog nooit zo’n zwaar toernooi gehad’

RUG-student natuurkunde Roel Boomstra (25) sleepte afgelopen weekeinde de wereldtitel dammen binnen na een slopend gevecht met de Russische titelverdediger Alexander Schwarzman. Vijf vragen aan de kersverse wereldkampioen.
Door Rob Siebelink

Als Oranje naar een EK of WK gaat, is er eerst een uitgebreid trainingskamp. Oefenen in vrije trappen en corners inclusief. Hoe bereidt een topdammer zich voor?

‘Dat is in wezen niet anders. Ik ben voor de tweekamp tegen Schwarzman een week in training geweest in Papendal. Ik heb gespeeld tegen allerlei andere topspelers als Wouter Sipma, Jan Groenendijk en Martijn van IJzendoorn. Dan oefen je op openingen, speeltempo en spelsystemen; waar is Schwarzman goed in en ik wat minder, hoe kan ik reageren op zijn spel?’

‘Uiteindelijk heb ik gewonnen in de Superblitz (partijen van tien minuten en twee seconden bonus per zet, tijd is dus cruciaal – red.). De voorbereiding met speeltempo heeft dus nut gehad. Want vergeet niet, Schwarzman is regerend kampioen in de Blitz.’

Wat waren je verwachtingen toen je aan de tweekamp begon?

‘De regel is dat degene die het eerste drie partijen wint, zich wereldkampioen mag noemen. Waar ik vooral trots op ben, is dat ik met 3-0 heb gewonnen, want Schwarzman is echt een legende. Hij speelde wel aan de veilige kant. Als ik niet voor de aanval koos, deed hij dat ook niet. Daar vond ik af en toe wel irritant, dan gebeurde er niks.’

‘Ik wist vooraf dat het eindniveau goed moest zijn. Er waren twee rondes, een deel eind 2018 en een deel begin 2019. Dan moet je er vooral in de tweede ronde staan, wist ik. Want het is een slijtageslag, ik heb het nog nooit zo zwaar gehad. Je staat de hele tijd onder druk, onder hoogspanning.’

‘We speelden twaalf partijen van elk vier tot vijf uur. En op een niveau dat het kleinste foutje wordt afgestraft. Ik ben slim met mijn energie omgegaan. Ik heb de hele match een hoog niveau laten zien, hoger dan ooit tevoren.’

‘Het is vooral zaak om rustig te blijven. Daar heb ik ook hulp van een sportpsycholoog bij gehad. Die leerde me: Het enige wat belangrijk is, is de volgende zet. Dáár moet je je op focussen. Dan kun je wel balen als een vorige zet fout was, maar daar is niks meer aan te doen. Het gaat er dus om hoe je dat opvangt, wat er je erna doet.’

Wat doet een dammer (en student) van 25 jaar buiten de partijen om? Biertje drinken in de kroeg om stoom af te blazen?

‘O nee, elke dag heeft een heel strak schema. Opstaan, ontbijten, uurtje wandelen. Dat is voor mij belangrijk, want bij mij gaat de spanning in mijn benen zitten. Om 12 uur staat dan de partij gepland. Daarna even uitrusten op bed om te ontspannen, avondeten en dan de partij van die dag nog eens bespreken en de strategie voor de volgende dag bepalen. Om half 9 een filmpje kijken of zo en om 11 uur slapen.’

‘Dan droom ik niet voortdurend over dammen. Maar dat is ook wel eens anders. Tijdens de tweekamp viel het gelukkig mee, maar ik heb soms nachtmerries over dammen. Dat de tegenstander vals speelt, ik de arbiter erop wijs, maar dat er dan niks gebeurt.’

Typische Nederlandse vraag, wellicht, maar toch: Wat levert zo’n toernooi eigenlijk op?

‘De prijzenpot was 30.000 euro voor de winnaar. Maar Schwarzman mocht als uitgedaagde partij de regels bepalen. Dat vind ik wel opmerkelijk, maar als je wereldkampioen bent, kan dat. Hij zei dus: Ik ga de tweekamp aan, maar ik wil zeker zijn van de helft van het prijzengeld voor de winnaar. Dus we hebben het bedrag gedeeld. Maar daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om de titel, díe wilde ik hebben.’

‘Ik ben nogal competitief ingesteld. Ik vind veel spelletjes leuk en wil altijd winnen. Laatst speelde ik ringgooien. Ik verloor. Met 3-2. Wat ik dan doe? Hard trainen om beter te worden.’

Ben je ook zo competitief in je studie, nu je teruggaat naar de wondere wereld van de natuurkunde?

‘Hahaha, nee. Dat heb ik niet op elk gebied hoor, dat ik altijd de beste wil zijn. Ik vind mijn studie leuk, maar in mijn hoofd zit een dammer. Dat vind ik het allerleukste. De titel wereldkampioen is prachtig, die wilde ik zo graag. Maar in mijn studie denk ik wel eens: Een 8 levert vijf studiepunten op, maar een 6 ook.’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in