GMW: botsing over tenure track

De faculteitsraad van Gedrags- en Maatschappijwetenschappen (GMW) keert zich tegen plannen van het bestuur om minder tenure trackers aan te stellen. De raad vreest een tweedeling in het personeelsbestand tussen ‘snelwegrijders’ en ‘langparkeerders’.
Door Menno van der Meer

Wie aan de RUG op een tenure trackpositie komt, hoeft niet op promotie te wachten tot er een plekje vrijkomt. Een universitair docent gaat naar hoofddocent, adjunct-hoogleraar of hoogleraar op het moment dat hij of zij aan de juiste criteria voldoet. Op deze manier wil de universiteit jong talent aan zich binden.

Bij GMW leidt dat echter tot problemen. Doordat veel onderzoekers op een tenure trackpositie zitten, kunnen leidinggevenden minder goed beslissen welke onderdelen van een vakgebied extra nadruk moeten krijgen en welke niet, of waar je extra hoogleraren wil hebben en waar niet. Bovendien is het traject tegenwoordig niet alleen meer voor talentvolle nieuwe onderzoekers, maar is het ook open voor de zittende staf.

Ethisch onverantwoord

Het faculteitsbestuur wil nu de ‘keerzijden van het aantrekkelijke beleid’ opvangen. Het stelt voor tenure track alleen nog maar open te stellen voor speciaal geselecteerde vacatures. Daarbij wil het rekening houden met ‘financiële en formatieoverwegingen’. De zittende staf wordt uitgesloten ‘met toepassing van een ruime overgangsregeling’.

Maar de faculteitsraad vreest willekeur. ‘Hoe kan vooraf worden bepaald welke positie een tenure track verdient en welke niet?’, vraagt de voltallige raad zich af in een advies aan het bestuur. Ook is er kritiek op verzwaring van de criteria en noemt de raad de overgangsregeling ‘ethisch onverantwoord’. ‘Het is een fundamentele en radicale stap’, zegt voorzitter Elkan Akyürek van de faculteitsraad.

Langparkeerders

Hij ziet niet in welke problemen worden opgelost door het voorstel van het faculteitsbestuur. Wel komen er nieuwe bij. ‘Het tenure track wordt in dit voorstel voor veel personeelsleden afgesloten, wat tot een tweedeling in het personeelsbestand kan leiden tussen zogenaamde snelwegrijders en langparkeerders.’

Bovendien zijn adviezen en opmerkingen vanuit de afdelingen onvoldoende verwerkt in het plan, vindt de raad.

Decaan Kees Aarts ziet die problemen niet zo. ‘De indruk wordt gewekt dat de plannen radicaal zijn, maar dat valt wel mee. We hebben een heel serieuze poging gedaan om al het commentaar van de raad en directies te verwerken. Kennelijk hebben we het nu niet begrijpelijk genoeg opgeschreven.’

De raad vraagt het faculteitsbestuur om in overleg met raad en directies tot een beleidsrevisie te komen. Dat werkt beter dan dat het bestuur weer met alle losse afdelingen gaat praten. ‘Dat lijkt me geen vruchtbare route. We willen nu echt alle stemmen bij elkaar brengen’, zegt Akyürek.

1 REACTIE

  1. Het systeem niet meer openstellen voor zittende stafleden impliceert dat het probleem (voorzover er sprake is van een probleem) grotendeels veroorzaakt wordt door zittende stafleden die van de regeling gebruikmaken (want anders zou het immers weinig effectief zijn om juist dit aan te pakken). Kennelijk zijn er, in de ogen van het FB, teveel zittende stafleden die deze stap zetten. Ik vraag me af of dat wel zo is. Een andere mogelijkheid is natuurlijk dat het FB vindt dat teveel stafleden deze stap ten onrechte hebben kunnen zetten. Dat lijkt me nu niet bepaald een leuke boodschap richting de stafleden, en roept eerder vraagtekens op over de beoordelingscriteria dan over het bestaan van de mogelijkheid per se.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in