Emeriti gaan jonge onderzoekers helpen met complexe subsidieaanvragen

De Faculty of Science and Engineering gaat een emeriticlub oprichten die jonge onderzoekers helpt met het doen van complexe subsidieaanvragen. Dat moet de drempel verlagen voor de onderzoekers. De emeriti kunnen dan actief blijven.

Meedoen aan grootschalige projecten, zoals de Nationale Wetenschapsagenda of het Nationaal Groeifonds, kan bijzonder lucratief zijn voor onderzoekers. Er is potentieel veel geld beschikbaar en deelname is prestigieus.

Toch aarzelen veel onderzoekers om een aanvraag in te dienen, constateert portefeuillehouder onderzoek Bert Poolman van de Faculty of Science and Engineering (FSE). 

Veel werk en ingewikkeld

‘Het is lastig om zulke projecten op te zetten’, zegt hij. ‘Het is een hele hoop werk en bovendien erg ingewikkeld. Vooral de Nationale Wetenschapsagenda, of grootschalige EU-projecten zijn allemaal ‘inter’ en ‘multidisciplinair’. Je moet samenwerken met bedrijven en hogescholen. En dan is het niet altijd gemakkelijk om iets gedaan te krijgen als je als jonge onderzoeker nog geen uitgebreid netwerk hebt.’

Ze kiezen daarom eerder voor een eenvoudiger aanvraag binnen hun eigen vakgebied. Voor de onderzoekers uit het buitenland is dat nog extra moeilijk, denkt Poolman. En laten nu juist bij FSE de jonge onderzoekers meestal uit het buitenland komen. 

Enorm potentieel

Maar volgens Poolman en mede-initatiefnemer Victor Stoica beschikt FSE over enorm potentieel aan ongebruikte hulpbronnen. Emeriti hoogleraren beschikken na hun pensionering over tijd, een netwerk én de motivatie om actief te blijven in hun vakgebied. Maar vaak krijgen ze daar weinig gelegenheid toe.

‘De grens is vaak erg zwart-wit’, zegt Stoica. ‘Je gaat met pensioen en dan doe je niks meer. Maar velen willen dat nog wel.’

Netwerk inzetten

Zij kunnen jonge onderzoekers ondersteunen door hun netwerk in te zetten, maar ook door teksten te schrijven. Stoica: ‘Dat kost veel tijd en die heb je vaak onvoldoende als tenure tracker.’ Ook kunnen ze een luisterend oor bieden als een onderzoeker vast loopt. Maar het blijft de jonge onderzoeker die de leiding heeft in het project.

Als tegenprestatie denken Poolman en Stoica aan een RUG-mailadres, toegang tot de bibliotheek en een vergaderruimte, onkostenvergoeding en eventueel een tweejaarlijks uitje met de Emeriti Club. Voor de meesten is dat voldoende, denkt Poolman. ‘De mensen die ik gepolst heb, geven aan: we hebben al een goed pensioen. We hoeven niet betaald te worden.’

Goed idee

Emeritus hoogleraar milieukunde Ton Schoot Uiterkamp – ook voorzitter van de Senioren Academie Sociëteit – noemt het plan ‘absoluut een goed idee’. De 78-jarige onderzoeker is nog altijd actief binnen zijn vakgebied. ‘Bij veel faculteiten lopen collega’s gefrustreerd rond omdat hun hele hebben en houwen op de gang wordt gezet op de dag nadat ze afscheid hebben genomen.’

Er zijn er heel veel zoals hijzelf, zegt hij, die nog volop in het leven staan en graag hun bijdrage willen leveren. ‘Maar de nut en noodzaak van een goed emeritibeleid dringt maar langzaam door tot de beleidsmakers’, zegt hij. 

De opzet van de club bij FSE is inmiddels van start gegaan. Stoica hoopt dat de eerste matches tussen jonge onderzoekers en emeriti tegen het einde van het jaar gemaakt zijn. 

Lees ook:

English

1 REACTIE

  1. Tja, een goed emeriti beleid, dat zou mooi zijn! Honderden wetenschappers met pensioen, met veel kennis en kunde. En de samenleving schreeuwt om kennis en kunde! En we zijn (bijna ) gratis! Na mijn pensioen, acht jaar geleden, heb ik aangeboden mijn kennis vrijelijk ter beschikking te stellen, als praatpaal, als gever van extra colleges. Dat paste niet in het systeem. Tja, zou je zo’n verspilling van human capital domheid mogen noemen? Ik denk het wel.
    En ik ben nog steeds fit! Ook dat nog!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in