Driemaal RUG op WK dammen

Maar liefst drie RUG-studenten (Roel Boomstra, Wouter Sipma en Wouter Wolff) doen vanaf zondag mee aan het wereldkampioenschap dammen in Tallinn, Estland. Kleurt het podium straks RUG-rood?
Door Rob Siebelink / Foto door Reyer Boxem

Rik Keurentjes, talentcoach van de Koninklijke Nederlandse Dambond (KNDB), moet zich even achter de oren krabben bij de vraag of het eerder is gebeurd dat drie studenten op een WK dammen op dezelfde universiteit zitten. Er zijn veel Nederlandse topspelers die ook studeren, dat weet hij wel. En de RUG-studenten Roel Boomstra (rechts op de foto) en Wouter Sipma (links op de foto) deden met zijn tweetjes in 2015 ook mee aan het WK.

Maar drie spelers van dezelfde universiteit op hetzelfde toptoernooi? ‘Ik kan me dat niet heugen’, zegt Keurentjes. ‘Dat is wel een unicum.’

Tachtig topdammers uit bijna vijftig landen zitten in de Estse hoofdstad Tallinn vanaf zondag 1 oktober aan de borden, van wie vijftien uit Nederland. Hoewel Nederland al jaren tot de toonaangevende damlanden behoort (en kampioenen als Harm Wiersma, Ton Sijbrands en Jannes van der Wal voortbracht), is ook dat aantal uitzonderlijk, stelt Keurentjes. ‘Een topprestatie. Er zijn genoeg internationale grootmeesters die zich niet voor dit toernooi hebben gekwalificeerd.’

Favorieten

Kleurt het podium in Tallinn op 16 oktober RUG-rood? Roel Boomstra (24 jaar, hij studeert natuurkunde) werd vorig jaar wereldkampioen in de tweekamp en is natuurlijk een van de topfavorieten, zegt Keurentjes. Wouter Sipma kan het op zijn heupen krijgen, denkt hij. En de jonge Wouter Wolff debuteert weliswaar op een WK, maar wordt alom gezien als een aanstormend toptalent én is dus een gevaarlijke outsider.

Russen

Het WK dammen wordt om de twee jaar gehouden. Deelnemers komen uit zo’n vijftig landen, maar Russische dammers voeren de boventoon. Sinds 1984 (toen Harm Wiersma de titel pakte) stond telkens een Rus op het hoogste podium, met slechts één uitzondering: in 1994 was Guntis Valneris uit Letland hen te slim af.

Maar het podium is moeilijk te voorspellen, zegt de coach. Zo’n WK trekt nogal een wissel op iedereen. Hij rekent voor: in de voorrondes spelen alle deelnemers negen partijen van zo’n vijf uur elk in zes dagen. Daaruit volgen twaalf finalisten die dan tegen elkaar spelen, dus nog eens elf partijen. Op dag vijftien hebben ze er zo’n honderd uur dammen op topniveau op zitten. Keurentjes: ‘Je kunt heel goed zijn, maar frisheid en fitheid gaan ook een rol spelen.’

Geradbraakt

Dat weet ook natuurkundestudent Wouter Sipma. Wie in de voorrondes tot het laatst moet vechten om de finale te halen, komt ‘geradbraakt’ aan de start en dat kan oudere dammers opbreken. Sipma: ‘Deze week hang ik op de bank, pak mijn rust. Juist geen partijtjes spelen. Want zo’n WK is fysiek echt zwaar. Daarom denk ik dat vooral de jonge spelers het goed gaan doen.’ Hij grijnst: ‘Ik ben 24 jaar. Ik reken mezelf daar ook toe.’

Debutant Wouter Wolff, eerstejaars technische wiskunde aan de RUG en pas achttien jaar, is wellicht de speler met de minste ervaring, maar ziet daarom ook kansen. ‘Er zijn dammers op het WK die vijftig jaar en ouder zijn. Die houden het echt niet vol. Ze halen misschien op hun tandvlees de finale, maar daarna zijn ze kansloos.’

Want het WK is ‘absurd zwaar’ voor hoofd en lijf, zegt hij. ‘Voetballers rennen anderhalf uur heen en weer. Wij spelen minstens één partij per dag van zeker vijf uur. Je staat op, ontbijt, damt, je gaat moe naar bed. Je hebt nergens anders tijd voor. Het is ver-schrik-ke-lijk.’

Puur toeval

Waar Sipma en Boomstra de dagen voor het WK de luwte zoeken, volgde Wolff deze week nog enkele colleges (‘Maar ik heb er ook een paar laten schieten, hoor’). Hij speelde ook partijen na en analyseerde zijn tegenstanders die hij in de voorronde zal tegenkomen. En ietwat bizar, in die voorronde treft hij ook Sipma en Boomstra. De drie RUG-dammers zijn, puur toeval, in dezelfde poule geplaatst. ‘Die hoef ik dus niet te analyseren, die ken ik wel’, lacht Wolff.

Sipma heeft daar nog een behoorlijke kluif aan, denkt hij. ‘Roel is de wereldkampioen en heeft een hogere rating dan ik. En van Wouter Wolff heb ik nog niet kunnen winnen. Hij wordt steeds beter, heeft een slimme manier van spelen.’

‘Een beetje flauw spelen, dat bevalt me wel’, noemt Wolff zijn strategie. ‘Ik moet Roel en Wouter niet provoceren, maar rustig aan doen. Als ik tegen hen op remise speel, is het lastig om van me te winnen. Ik pak dan wel de punten tegen andere tegenstanders. Ik moet de poulefase door zien te komen. Daarna ligt in de finale alles weer open.’

Sipma gaat ervan uit dat hij de finale haalt. ‘Ik zal ontzettend balen als dat niet zo is.’ Twee jaar geleden lukte het ook en toen eindigde hij op plaats acht. Hoe schat hij zijn kansen nu in? ‘Ik ga uit van een plek in de top acht. Ik ga niet voor minder.’

Op de Facebookpagina van de Koninklijke Nederlandse Dambond (team kndb) zijn vanaf zondag 1 oktober de resultaten van de Nederlandse dammers te volgen.

 

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in