De hiërarchie van de ‘exclusieve toga’ is niet meer van deze tijd

Het systeem van promotierechten moet op de schop, betoogt universitair hoofddocent Jessica de Bloom. Die rechten moeten niet, zoals het nu is, zijn voorbehouden aan een selecte groep.

In zijn artikel over de ‘exclusieve toga’ (UKrant, 27-10-2022) stipte Martijn Wieling belangrijke punten aan. Ik denk echter dat de toga maar één zichtbaar teken is van grotere onderliggende onrechtvaardigheden rondom promotierechten (‘ius promovendi’).

Na een postdoc-periode in Finland begon ik in 2017 ook aan de Rijksuniversiteit Groningen. In Finland had ik eerder de titel ‘dosentti’ verworven, de hoogste academische titel (vergelijkbaar met de Duitse Habilitation) die de drager in staat stelt om als promotor op te treden. De titel kan door iedere wetenschappelijke medewerker aan een universiteit aangevraagd worden en is niet gekoppeld aan een academische functie (zoals de titel van ‘professor’ in Nederland).

Het is dan ook gebruikelijk om de titel aan een andere universiteit aan te vragen dan de universiteit waar men aangesteld is om de objectiviteit van de beoordeling te waarborgen. Naast een commissie die aan deze universiteit ingesteld wordt, worden ook twee externe beoordelaars ingeschakeld.

Ze beoordelen of de aanvrager naast een dissertatie ook een productieve en verbrede onderzoekslijn heeft opgebouwd (ongeveer van dezelfde omvang als een proefschrift), goed onderwijs geeft en een goede co-begeleider van junioronderzoekers is.

Ze vonden het kleinerend om onderzoekers als onbekwame buitenstaanders aan te merken

Ik begeleidde toen twee junioronderzoekers en trad in Finland dan ook als hun promotor op. Toen de eerste junioronderzoeker die ik in Nederland begeleidde bijna klaar was met zijn proefschrift, had ik echter een probleem. Ik kon geen promotor zijn: dit recht is voorbehouden aan professoren of uhd’s met ius promovendi.

Ik was weliswaar uhd, maar had geen promotierechten. Er was gelukkig veel begrip voor de onwenselijke situatie en de onrechtvaardigheid om een willekeurig professor promotor te maken. Door de steun van mijn leidinggevende en diverse andere collega´s van wie ik aanbevelingsbrieven nodig had, werd het gelukkig mogelijk gemaakt om ius snel aan te vragen en toch als promotor te mogen optreden.

Maar ook hier deed zich een probleem voor. Op de dag van de promotie mocht ik geen toga dragen. Veel internationale collega’s die de plechtigheid bijwoonden, vroegen me waarom ik als enige in de corona geen toga droeg. Ik moest uitleggen dat dit voorbehouden is aan professoren. Mijn collega´s reageerden met stomme verbazing.

Ze zagen Nederland aan voor een land met platte hiërarchieën en vonden het kleinerend om mid-career-onderzoekers in het openbaar als onbekwame buitenstaanders aan te merken door ze geen toga te laten dragen. Ondertussen mogen uhd’s die promotor zijn wel een toga dragen. Maar alle andere uhd’s of ud’s die deel uitmaken van de begeleidingscommissie of de corona worden nog steeds buitengesloten. De hiërarchie die de ‘exclusieve toga’ uitdraagt is ongemakkelijk en niet meer van deze tijd.

Wanneer we een discussie over rangen en rechten voeren, is het ook belangrijk om te beseffen dat het rangenstelsel zoals dit nu in Nederland wordt gehanteerd, relatief jong is. Tot 1963 was er maar één categorie wetenschappelijk personeel met gecombineerde verantwoordelijkheid voor onderwijs en onderzoek en alle leden van het wetenschappelijk personeel hadden het promotierecht.

Misschien moeten we promotierechten en begeleidingsvaardigheden als een soort vliegbrevet beschouwen

In België en veel andere landen is het dan ook gebruikelijk om naar alle wetenschappelijk personeel te refereren als ‘professor’. Het woord ‘professor’ is immers iemand die openbaar lesgeeft aan een universiteit en een expert is in een bepaald gebied van de wetenschap. Dit geldt evengoed voor ud’s en uhd’s.

Volgens de wet (WHW art. 7.18) is het mogelijk om uhd’s en ud’s promotierechten te geven. Terwijl er argumenten zijn om het ius-beleid ruimhartiger en uniformer toe te passen, zoals bijvoorbeeld opgemerkt door de Jonge Academie, is het aan de RUG alleen mogelijk voor uhd´s om ius aan te vragen. Sommige faculteiten stellen ook dat ze de promotierechten van uhd’s weer kunnen intrekken. Op zich niet verkeerd, ware het niet dat dit dan ook voor professoren zou moeten gelden.

Misschien moeten we promotierechten en begeleidingsvaardigheden als een soort vliegbrevet beschouwen: om de zoveel jaar moet iedereen dit brevet vernieuwen door te laten zien dat je cursussen volgt (vakinhoudelijk en gericht op begeleiding) en junioronderzoekers onder jouw begeleiding hun doctorsdiploma op tijd, in een veilige werkomgeving en met werkplezier afronden.

De ius-regels moeten mijns inziens nodig herzien worden en hiervoor draagt de Personeelsfractie in de universiteitsraad binnenkort concrete voorstellen aan die zij ook in een memo aan het college van bestuur zal verwerken.

Kernpunten zijn: promotierechten standaard voor elke uhd, de mogelijkheid om ius aan te vragen voor ud’s, eenduidige en uniforme criteria voor alle faculteiten en eerlijke en onafhankelijke beoordelingen van aanvragen.

Het toestaan van het dragen van de toga voor iedereen tijdens een promotieplechtigheid zou dus maar een eerste kleine stap in de goede richting zijn: meer erkenning en waardering van academici in elke fase van de carrière.

Jessica de Bloom is universitair hoofddocent psychologie (met ius promovendi maar zonder toga) en Rosalind Franklin Fellow, verbonden aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde

English

5 REACTIES

  1. Goed beargumenteerd. In mijn land van oorsprong (Duitsland) werden de toga’s (daar genoemd: Talar) in reactie op de studentenprotesten van de jaren ’60 afgeschaft.

    De verdediging van je dissertatie is daar ook echt een examen waar je een cijfer op krijgt dat meetelt – en waar je ook kan zakken.

  2. In navolging van het artikel van Martijn Wieling wederom de spijker op zijn kop. Als alles goed gaat mag ik volgend jaar als UHD met ius promovendi als 1e promotor optreden bij de verdediging van één van mijn promovendi. De 2e promotor is ook een UHD met ius promovendi. De begeleiding van de promovendi is een gezamenlijke inspanning met een vergelijkbare inbreng. Echter er kan er maar één de eerste zijn. De volgende keer zal het andersom zijn. Tijdens de verdediging zou ik als 1e promotor een toga mogen dragen echter mijn collega UHD als 2e promotor niet. Dat gaan we dus niet doen of allebei in toga of niet. Dan trekken we wel weer het nette pak/jurk uit de kast.

  3. Dat niet iedereen die een belangrijke rol speelt bij een promotie een toga mag dragen is inderdaad opvallend, en het is een goede zaak dat de mogelijkheden recent iets zijn verruimd. Tegelijk is het de vraag of je daarmee de hiërarchie verandert. Mijn hoogleraar droeg juist nooit een toga om aan te geven dat hij zich niet in kleding wilde onderscheiden van anderen, van andere leden van de wetenschappelijke staf, van analisten en van studenten. Of iedereen aan een universiteit hoogleraar (of professor) genoemd moet worden, is de vraag. Degenen die zich tot nu toe in het debat mengen lijken vooral te pleiten voor meer erkenning van hun bijdragen, met name aan promoties. Met erkenning daarvan is niks mis. Maar als alle UHD’s een andere naam krijgen en een toga mogen dragen tijdens promoties – en wellicht op andere universitaire evenementen -. en misschien ook speciaal daarvoor geselecteerde UD’s , wordt de kaste van togadragers weliswaar groter, maar verdwijnt niet. Onderzoekers en docenten, om over technische en andere personeelsleden die ook belangrijk kunnen zijn bij promoties en ander onderzoek of onderwijs, maar te zwijgen, wordt als ik het goed begrijp de toga onthouden. Daarbij: een zekere ordening van functies en verantwoordelijkheden is onvermijdelijk en het is handig die in naamgeving terug te laten komen.

  4. “Het woord ‘professor’ is immers iemand die openbaar lesgeeft aan een universiteit en een expert is in een bepaald gebied van de wetenschap. Dit geldt evengoed voor ud’s en uhd’s.”

    Maar niet voor niet-gepromoveerde wetenschappers? Bijvoorbeeld mensen met jaren ervaring in de praktijk? Geldt dit hele verhaal alleen maar zo lang de persoon in kwestie is gepromoveerd? Klinkt nogal hiërarchisch en kleinerend.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in