Brand? Na drie minuten ben je dood

In twee Groningse studentenhuizen woedde vorige week brand. Een ervan had een fatale afloop. Het kan snel gaan als het misloopt. Je hebt slechts drie minuten om het vege lijf te redden. Vooral door de rook en giftige gassen.
Door Tim Bakker

Zo snel kan het gaan

Het is half drie ’s nachts.  Je bent net thuis van een feestje, je bent moe en je hebt gedronken. Je met bier doordrenkte shirt ligt op de kachel te drogen en in de keuken warmt het tosti-ijzer langzaam op. In je kamer plof je met een glas water neer op de bank en je klapt je laptop open.

In Nederland ontstaat meer dan vierduizend keer per jaar een woningbrand, ruim elf keer per dag. De meeste branden ontstaan in de keuken, maar ook kortsluiting, kaarsen en kachels zijn een belangrijke oorzaak.

In Groningen was het afgelopen week ook weer raak. Afgelopen vrijdag rukte de brandweer met groot materiaal uit naar de studentenflat aan de Van Houtenlaan nadat een frituurpan vlam vatte. Toen de brandweer aankwam, was de brand geblust. Een student kwam er met brandwonden aan zijn arm vanaf.

Maar het kan ook slechter aflopen. Vorige week dinsdag kwam de 19-jarige student Laurens Lo om het leven door een brand in zijn woning aan de Plantsoenstraat. De brand ontstond tijdens het koken. Lo stikte door de rook. Hij is niet de enige. Gemiddeld komt er bijna elke week iemand om het leven bij een woningbrand. Het gebeurt zo’n vijftig keer per jaar.

Zo snel kan het gaan

Het is één over half drie. Terwijl je wacht op je snack, lees je een artikel dat iemand op Facebook deelde. Leuke foto’s van het feestje waar je net was. Je grinnikt. Je hebt geen zicht op wat er in de keuken gebeurt. Met dat tosti-ijzer komt het wel goed. Denk je. Dus niet. Er gaat iets fout…

 

Als het fout gaat, kan een rookmelder je leven redden. Rookmelders zijn in veel huizen echter niet verplicht. Sinds 2012 gelden de landelijke brandveiligheidseisen alleen voor huizen waarin vijf kamers of meer verhuurd worden, vertelt Eisse Veldthuis, woordvoerder van de gemeente Groningen. ‘Kleinere huizen worden namelijk gezien als normale woonhuizen. Daarvoor gelden geen brandveiligheidsverplichtingen. De verantwoordelijkheid ligt dan bij de bewoners.’

Onbegrijpelijk, vindt Willy Lambeck. Lambeck is toezichthouder risicobeheersing bij Veiligheidsregio Groningen, een provinciaal samenwerkingsverband van hulpverleningsdiensten zoals de politie en brandweer.

Hij geeft voorlichting over brandpreventie en controleert regelmatig de brandveiligheid van studentenhuizen. ‘Het zou eigenlijk een verplichting moeten zijn voor alle plekken waar studenten wonen. Maar de overheid trekt zich terug. Er moet eerst een ramp gebeuren voordat er ingegrepen wordt.’

In kleinere huizen zijn de bewoners zelf verantwoordelijk, maar Lambeck kan zich nauwelijks voorstellen dat er verhuurders zijn die het daarop laten aankomen. ‘Als je gebeld wordt dat er brand is uitgebroken in een pand dat je verhuurt, dan is je eerste vraag toch: hoe het is met de bewoners? Ik zou als verhuurder pas rustig kunnen slapen als ik zeker wist dat ik alles gedaan heb voor de veiligheid van mijn huurders. Gelukkig doen de meeste verhuurders dat ook.’

Zo snel kan het gaan

Zou de kaas al gesmolten zijn? Je neemt nog een slok water en leest verder. Wat je niet weet is dat het tosti-ijzer vlam heeft gevat door kortsluiting. Het smeulende vuurtje in de keuken leidt al snel tot veel rookontwikkeling. Er komen giftige gassen vrij, die zich sluipenderwijs door het huis verspreiden. Je ruikt niks, maar je bewustzijn neemt af.

 

Maar dan moeten de huurders wel meewerken, stelt Lambeck. ‘Ik zie regelmatig huizen zonder werkende rookmelders’, zegt hij. ‘Dan hebben de studenten ze met een hockeystick van het plafond geslagen of de batterijen eruit gehaald. Of er staat een matras in de gang. Als die in de fik vliegt, is je overlevingskans praktisch nul. Het blijkt toch heel moeilijk om jongeren en studenten het belang uit te leggen. Het gaat om hun eigen veiligheid.’

Veel mensen beseffen niet hoe snel het kan gaan, vertelt Erwin Oosterheerd, woordvoerder van Brandweer Groningen. ‘Studentenkamers staan vaak vol met goedkope meubels met dun hout en veel lijm. Zo’n stoffen bank is direct weg, terwijl je een eikenhouten niet zo maar in de fik krijgt.’ Tel daarbij de geblokkeerde gangen op, en je hebt al gauw een probleem.

Toch zijn de vlammen het niet het gevaarlijkst. ‘Doodsoorzaak nummer één is de rook die vrijkomt’, weet Lambeck. ‘Niet alleen zie je veel minder, maar door de brand en warmte is er minder zuurstof beschikbaar en komen er allemaal giftige gassen vrij. Als je slaapt merk je dat niet. Van die geur wordt je niet wakker, van een alarmgeluid wel.’

Een rookmelders in elke kamer en een duidelijke vluchtroute zijn volgens Lambeck en Oosterheerd dus absoluut noodzakelijk, maar eigenlijk nog niet eens voldoende. Koolmonoxidemeters en brandwerende (nood)deuren zouden ook overal aanwezig moeten zijn.  Lambeck: ‘het gebeurt regelmatig dat mensen levend naar buiten komen, maar in de ambulance alsnog bezwijken aan de rook die ze hebben ingeademd. Het is dus echt van levensbelang om er snel bij te zijn.’

Zo snel kan het gaan

Als er brand was uitgebroken aan het begin van dit artikel, was je nu dood geweest. Drie minuten. Dat is hoe lang je dit verhaal nu aan het lezen bent. Dat is ook ongeveer hoe lang je hebt om buiten te komen als er brand uitbreekt. Van de buitenkant van het huis is er dan misschien nog weinig te zien, maar het zijn dus niet de vlammen waardoor de meeste mensen omkomen bij een woningbrand.

In dit   filmpje van de Brandwondenstichting kun je zien hoe snel rook dodelijk kan zijn.

Wil jij weten hoe veilig jouw huis is? Je kunt gratis een brandveiligheidscheck laten doen door de brandweer.

 

 

 

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in