Boekverslag

UKrant-columnist Casper Albers schrijft, voor het eerst in jaren, weer een boekverslag: over ‘Genadezesjes’ van oud-docent Eelco Runia. Het is prima om kritiek te hebben op de universiteit, maar dan moet je niet weglopen, vindt Albers.
Door Casper Albers

Ik ga wat nieuws doen, althans iets dat ik sinds vwo-5 niet gedaan heb, namelijk een boekverslag schrijven. En, om de lat voor mezelf extra hoog te leggen, doe ik dat zonder het boek gelezen te hebben.

Anderhalf jaar geleden nam Eelco Runia, een geschiedenisdocent aan onze universiteit, stampvoetend ontslag. Zijn communicatie met het bestuur bleef beperkt tot een eenregelig ontslagmailtje, maar de media gaven hem uitgebreid de ruimte om leeg te lopen.

Runia heeft een boekje geschreven, Genadezesjes, en om daar aandacht voor te vragen mocht hij afgelopen weekend in de krant nog even natrappen naar zijn oud-werkgever. Zo onthulde hij dat geschiedenisdocenten in Groningen alleen onderwijstijd vergoed krijgen als ze voldoendes uitdelen.

Runia vond dat stom en heeft daarin volkomen gelijk. Aan het begeleiden van een niet zo goede student ben je doorgaans meer tijd, en zeker meer energie, kwijt dan aan het begeleiden van een topstudent. Maar het is wel precies hoe het betalingssysteem vanuit Den Haag werkt: we worden per diploma betaald.

Dat een faculteit die al jaren moeite heeft de eigen broekriem op te houden die prikkel doorrekent, vind ik haast nog begrijpelijker dan dat die prikkel er überhaupt is. (Dankzij de Commissie Van Rijn krijgt letteren straks misschien wel helemaal geen geld meer, dus dat prikkelprobleem is straks soort van opgelost, maar dat terzijde.)

Dit rare beloningssysteem gebeurt echter absoluut niet RUG-breed. Toen ik, zo’n tien jaar geleden, mijn eerste tentamen bij GMW had, lag het slagingspercentage behoorlijk laag.

De onderwijsdirecteur deed niet moeilijk – nieuwe bezems vegen goed schoon, waren zijn woorden – en ik kreeg gewoon mijn dagdelen. Ook voor scripties kan ik, zonder risico op nog meer overwerk, het cijfer geven dat de scriptie verdient.

De verdeling van onderwijsuren wordt niet vastgelegd tijdens een geheimzinnig topoverleg aan de Oude Boteringestraat 44

En als dat niet zou kunnen: dan zou ik het kunnen veranderen – en dit is mijn grootste ergernis bij Runia. De verdeling van onderwijsuren wordt niet vastgelegd tijdens een geheimzinnig topoverleg aan de Oude Boteringestraat 44. Het wordt zelfs niet door het faculteitsbestuur besloten; de onderwijsdirecteur van de opleiding gaat er over.

Dit is iemand uit het eigen instituut die, doorgaans in goed overleg met de eigen opleidingscommissieleden, alle hoogleraren en anderen, keuzes maakt. ‘Bottomer-up’ dan dit kan je het niet krijgen en het “wij, academici, versus zij, bestuurders”-frame van Runia is gewoon aantoonbaar onjuist. Verreweg de meeste bestuurders aan de RUG zijn geen professionele bestuurders, maar academici.

Het is prima om kritiek te hebben op de universiteit, er is ook genoeg om je terecht boos over te maken. Maar je kan er zelf voor kiezen of je onderdeel van de oplossing bent of niet. Runia kiest voor niet, en dat vind ik te makkelijk.

In UKrant mocht Runia tien verbeterpunten voor de universiteit noemen. De meeste punten (‘Bestuur door de professionals zelf en niet door beroepsmanagers’) zijn dus al geregeld, dus die woede van hem is wat onbegrijpelijk.

Het enige echt vernieuwende idee is dat iedereen aan de universiteit voor de helft ontslagen moet worden. Ik had Genadezesjes best willen lezen, maar gezien mijn aankomende 0,5-ontslag geef ik het bij deze ongelezen een onvoldoende. Want onvoldoendes geven mag gewoon aan de RUG.

6 REACTIES

  1. Tsja, over ‘leeglopen’ gesproken. Wat ‘natrappen’ betreft: dat was het laatste wat ik wilde. En ik kon natuurlijk op mijn vingers natellen dat men mijn boek hoe dan ook zo zou framen. Maar iedereen die Genadezesjes gelezen heeft zal kunnen constateren dat het een vrolijke, levendige en nieuwsgierige analyse van het universitaire pandemonium is. Waarbij ik mij, vind ik zelf, heel behoorlijk gehouden heb aan het principe van Cicero dat humor moet bijten als een schaap, niet als een wolf.

    Dat ik er niet voor terugdeins om in het voorbijgaan af en toe een vinger op een zere plek te leggen kan voor mensen die hun lot aan de universiteit verbonden heb natuurlijk pijnlijk zijn – maar ik heb anderen, die er wat vrijer tegenover stonden, er zienderogen van zien opfleuren.

    Ik stel de heer Albers graag op de hoogte van het feit dat de kwestie van de urentoekenning voor scripties in mijn boek niet meer dan (letterlijk) een voetnoot is. Het is De Volkskrant zelf geweest die, ook tot mijn verbazing, op onderzoek is uitgegaan. Niet onvermeld mag daarbij blijven (de VK zweeg erover) dat de universitaire gezagsdragers de praktijk van de urentoekenning aanvankelijk glashard ontkenden. Men erkende hem pas toen ik stukken kon tonen waaruit hij onomstotelijk bleek.

    De manier waarop de heer Albers op persberichten reageert is een van de dingen die ik in mijn boek onderzoek: hoe kan het dat op zich best slimme mensen zich zo verregaand met hun werkgever identificeren dat ze rare dingen gaan doen? Van al die dingen is ‘boeken bespreken die je niet gelezen hebt’ nog een van de meest onschuldige.

    Waar het natuurlijk om gaat is hoe zo’n prachtinstituut als een universiteit – en, wat mij betreft in het bijzonder: de geesteswetenschappen – zo in een crisis heeft kunnen raken. Het antwoord op die vraag begint met het onder ogen zien van de werkelijkheid, ook als die pijnlijk is. Daar heb ik in mijn boek een aanzet toe willen geven.

  2. Wat nu ?!? Casper Albers. Niet gelezen en toch een mening hebben ? En dat als wetenschapper ? En daar nog trots op zijn ook ? Holy moly. Wat heb je meer nodig om jezelf te declassificeren ?

    Dat werpt de psychologische vraag op: Wat drijft de schrijver om dit – toch – met droge ogen – te doen ?

    Hij lijkt lichtelijk (?) ontregeld te zijn geraakt door de krantenartikelen over en van Eelco Runia. Dat moge helder zijn. Dat kan. Dat is zelfs de bedoeling. Maar de boosaardige (?) ondertoon verraad dat er meer aan de hand is. Bij de schrijver zelve dus.

    Ik zou stoppen met het schrijven van boekverslagen.
    Wat een brevet van onvermogen.

  3. De Universiteit bestaat niet, dat maakt Casper Albers duidelijk. Het is echter wel een beetje goedkoop, om een boek te recenseren, dat je niet gelezen hebt. En, Runia wordt wel erg simpel weggezet als querulant!

  4. Casper Albers geeft het boek Genadezesjes van Eelco Runia ongelezen een onvoldoende. ‘Want onvoldoendes geven mag gewoon aan de RUG’. Nieuw voor mij is dat men publiekelijk aan de RuG en in de krant van de RuG een oordeel mag vellen over een boek zonder het gelezen te hebben. Dat is toch wel een dieptepunt voor een academische instelling.

    • Misschien heeft Albers het boek, hij noemt het zelf boekje, een gewoonte, die veel wiskundigen ten toon spreiden, als ze duidelijk willen maken, dat de ander maar een kleine bijdrage heeft geleverd, echt wel gelezen, en probeert hij in zijn stukje ( sic) een hogere vorm van ironie te etaleren. Zou kunnen, maar, van, en dit meen ik echt, een goede columnist als A. is dit toch een uitglijertje .

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here