Waarom mag ik niet naar het mbo?

Student-columnist Bauke van der Kooij twijfelt soms over het nut van zijn studie. Dan wil hij liever kapper worden, of automonteur. Maar wil het mbo hem wel?

Doorlopen. Niet omkijken.

Als student bevind je je op een maatschappelijke roltrap: na je vwo-diploma stap je in de KEI-week op de roltrap en haal je eerst een bachelor en daarna een master (en het liefste twee, want wat is één diploma tegenwoordig nog waard?). Deze papiertjes geven je toegang tot mooie banen, goede huisvesting en een leven met weinig onzekerheden.

Ondanks pogingen om het onderscheid tussen ‘hoogopgeleid’ en ‘laagopgeleid’ te doen verdwijnen, worden mbo-studenten nog steeds gezien als ‘laagopgeleid’; voor deze jongeren is de roltrap niet weggelegd.

Binnen iets meer dan een half decennium word je van tiener klaargestoomd tot een hoogopgeleide professional. Eenmaal afgerond zijn de maatschappij en de universiteit tevreden, en ook jij moet tevreden zijn: je bent aangekomen waar iedereen wil aankomen, de wereld ligt voor je open. Dus nou niet klagen.

Ik hoor zelden dat er tekorten zijn aan geschoolde studenten in de alfa-richting

Studenten die begonnen zijn op het mbo of het hbo en het toch tot de universiteit hebben geschopt, dienen als voorbeeld van werklust en doorzettingsvermogen: zie je wel, als je maar hard genoeg werkt, kom je er wel.

De andere route, daar vinden we ook wat van. Van de universiteit gaan om naar het hbo, of nog erger, het mbo te gaan, is vooral ‘zonde van je talent’. Zonde voor welk talent, vraag ik me dan af? Want voor zo ver ik weet bestaan er grote tekorten aan getalenteerde praktijkgerichte beroepen, terwijl ik zelden hoor dat er tekorten zijn aan academisch geschoolde studenten in de alfa-richting.

Verstrikt in een web van theorieën, formules en conceptuele modellen snak ik soms naar een leven zonder statistieken, literatuurstudies en wetenschappelijke vraagstukken waarin ik me met praktijkgericht werk nuttig kan maken, en werk kan verrichten waar ik wél voldoening uit haal.

Ik snak soms naar praktijkgericht werk waar ik wél voldoening uit haal

Ik ben niet de enige. Op de roltrap kijk ik om me heen en spreek ik anderen die met dezelfde vragen zitten, maar ze niet durven te stellen. Studenten die, net als ik, twijfelen of een opleiding tot bijvoorbeeld automonteur, kapper of podiumtechnicus niet veel beter bij ze past dan bedrijfskunde, rechten of geschiedenis.

Studenten die tegen dezelfde problemen aan lopen, en zich niet gehoord voelen; niet door medestudenten, niet door de universiteit en niet door de maatschappij. Eenmaal op de roltrap lijkt er geen weg meer terug.

Ik besluit een mail te sturen naar een mbo-instelling om te vragen wat de mogelijkheden zijn om na het afronden van een universitaire opleiding een mbo-opleiding te doen.

De reactie is even veelzeggend als deprimerend: ‘Met een mbo 4-diploma kan je een opleiding gaan volgen aan een hogeschool. Voor toelating tot een universiteit heb je een vwo-diploma of een propedeuse (eerste jaar) van een hbo-opleiding nodig.’

Doorlopen. Niet omkijken.

BAUKE VAN DER KOOIJ

10 REACTIES

Abonneer
Laat het weten als er

De spelregels voor reageren: blijf on topic, geen herhalingen, geen URLs, geen haatspraak en beledigingen. / The rules for commenting: stay on topic, don't repeat yourself, no URLs, no hate speech or insults.

guest

10 Reacties
Meest gestemd
Nieuwste Oudste
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties