Waarom je heel veel moet lezen

Columnist Gerrit Breeuwsma figureerde ooit in een boek als een homoseksuele ‘cruiser’ die het Noorderplantsoen onveilig maakt. En nu ontmoet hij de auteur van dat boek.

Een tijdje geleden kreeg ik onverwacht bezoek van een oud-student. Na jaren gewoond en gewerkt te hebben in de Randstad, had hij nu een sollicitatie lopen in het Noorden en omdat hij toch in de buurt was, dacht hij: Kom, ik ga eens langs.

Ik ken hem uit mijn beginjaren als docent; een tijd dat ik niet eens zoveel ouder was dan mijn studenten. We hebben sindsdien – spaarzaam – contact gehouden. Ik geloof dat hij me nog eens bij een sollicitatie als referentie heeft gebruikt. Jaren later heeft hij me in een roman opgevoerd als latent homoseksuele cruiser, die, slechts gekleed in een regenjas, het Noorderplantsoen onveilig maakt.

Het heeft wel iets om jezelf in een roman tegen te komen, maar dit was niet meteen een rol waar ik me sterk mee identificeerde. Ik vroeg me ook af of dit een manier was om iets met me te vereffenen, maar ik kon niet bedenken wat of waarom, dus heb ik er maar niet veel van gemaakt.

Godzijdank zijn er amper exemplaren van het boek verkocht. Het is nu alleen nog bij de auteur te verkrijgen, maar ik hoop op uw begrip voor het besluit zijn naam hier niet te vermelden.  

Ik gooide mijn spullen aan de kant en we hebben een paar uur zitten bijpraten. Zoals dat dan gaat werden er al gauw herinneringen opgehaald. Die waren flink vervaagd door de tijd. Maar wat hij nog goed wist, was dat ik tijdens de colleges mijn gehoor had overstelpt met leessuggesties; het ene boek nog mooier en belangrijker dan het andere.

Ja, ze moesten veel van me lezen en het zou maar zo kunnen dat ik daarmee een averechts effect heb gehad. Zoveel lezen! Daar is geen beginnen aan.

Wat wij als lesstof opgeven is slechts het topje van de ijsberg en zelden het interessantste deel van het vak

Ik geloof dat ik me tegenwoordig beter weet te beheersen en ook een realistischer beeld heb van wat de gemiddelde student aan leesstof kan verstouwen (niet zoveel), maar eigenlijk denk ik er nog steeds zo over. Wat wij als lesstof opgeven is slechts het topje van de ijsberg en zelden het interessantste deel van het vak.

Bovendien zou je je volgens mij nooit moeten beperken tot je eigen vakgebied, maar ook (of juist) veel daarbuiten moeten lezen. En bij voorkeur ook heel veel romans.

Mogelijk denkt u nu dat ik het belang van lezen wat overschat, maar mijn weg in de wetenschap is geplaveid met boeken.

Tijdens mijn eigen studie wist ik lang niet wat ik nu eigenlijk van de psychologie moest vinden, totdat een docent begon over Het Wenen van Wittgenstein van Allan Janik en Stephen Toulmin. Ik was dat boek net aan het lezen en raakte gefascineerd door de wereld die daarin werd opgeroepen.

Ik wist meteen dat als iemand het belangrijk vond om het daar over te hebben tijdens zijn colleges, dat ik daar dan moest zijn. En omdat de docent in kwestie ontwikkelingspsycholoog was, wilde ik dat ook worden. Een jaar later stond ik zijn plafonds te witten en weer een paar jaar later bezorgde hij me een promotieplek.

Nee, de invloed van een boek valt moeilijk te overschatten.

Na een paar uur moest mijn oud-student er vandoor en ik aan het werk. Ik gaf hem een exemplaar van mijn laatste boek – bijna net zo onopgemerkt gebleven als zijn roman – mee. Een week later mailde hij. Hij was aangenomen en zou binnenkort naar het Noorden verhuizen. Mijn boek had hij met plezier gelezen. En het was hem opgevallen hoeveel van de literatuur uit mijn referenties hij ook had gelezen.

Nu verbeeld ik me maar dat hij destijds mijn leesadviezen serieus heeft genomen.

GERRIT BREEUWSMA

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here