Verankeren

Laura had haar tante en oom tien jaar niet gezien. Uit elkaar gegroeid? Elkaar vermeden? ‘Nu ik al een tijdje aan de universiteit studeer en verder verjaar, verandert mijn blikrichting.’

Ik heb haar niet meer gezien sinds de begrafenis van mijn stiefmoeder. Tante Jam, mijn lievelingstante, haar man en kinderen komen vandaag voor het eerst in tien jaar langs. Ik hoor je denken. Tien jaar? Jam? Ik weet de details niet meer, wel dat mijn tante een voorliefde voor het gelijknamige product koesterde en de broodjes voor mijn broertje en mij er altijd royaal mee besmeerde.

Overigens las ik onlangs een onderzoek uit 1993 waaruit blijkt dat koosnaampjes vooral worden gebruikt als beide partijen tevreden zijn over de relatie die ze met elkaar hebben. Dit onderzoek ging dieper in op koosnaampjes die koppels gebruiken, maar ik durf te beweren dat dit ook geldt voor andersoortige relaties. Voor de mensen die geïnteresseerd zijn in het onderzoek, de titel luidt: Sweet Pea and Pussy Cat: An Examination of Idiom Use and Marital Satisfaction Over the Life Cycle. Google hierop en gij zult vinden.

Enfin, ik weid uit. Ik heb haar, mijn oom en nichtjes dus tien jaar niet gezien. Clichématig genoeg ligt dat toch echt aan mij. Niet dat ik het ooit uitmaakte met ze, we spraken elkaar gewoon niet meer. Zo gaan die dingen.

Eigenlijk vermeed ik hen vanuit schaamte, schaamte voor het anders zijn.

Wanneer je opgroeit, is je familie je uitvalbasis. Naarmate je ouder wordt, wordt dat minder. Andere dingen vragen om aandacht; de studie moet voltooid, rekeningen moeten betaald, er moet gewerkt worden, relaties worden aangegaan. Tenminste, dit hield ik mijzelf voor, zodat ik een confrontatie met de werkelijkheid kon vermijden.

Eigenlijk vermeed ik hen vanuit schaamte. Schaamte voor het anders zijn. Schaamte voor mijn lang aanhoudende puberale gedrag dat zich vooral uitte in het afzetten tegen mijn familie. Nu ik al een tijdje aan de universiteit studeer en verder verjaar, verandert mijn blikrichting. Ik keer terug naar ze, vraag me af of ik op ze lijk, of mensen kunnen veranderen of dat ze in essentie altijd hetzelfde blijven maar op den duur kleine concessies durven doen.

Wanneer de deurbel gaat, speelt mijn maag heel even op. Onterecht. We vallen elkaar in de armen, weten onmiddellijk dat het goed is. Het is geen concessie. Het is verankeren.

LAURA MIJNDERS