Ook in Brazilië krijgt een boer vaak zijn zin

Columnist Dirk-Jan Scheffers doet in het echte leven onderzoek naar bacteriedodende bestrijdingsmiddelen. Dat is van belang, willen we ook in de toekomst bij het ontbijt een glas sinaasappelsap drinken.

Mijn schoonvader, inmiddels ruim in de tachtig, gaat nog vrijwel elke ochtend naar ‘el campo’, zijn sinaasappelboomgaard iets buiten València. In een goed jaar houdt hij aan de oogst een leuke zakcent en een gevulde voorraadkast over, maar leven kan je er niet van.

Dat zie je terug in de hele streek – heel af en toe een commerciële, grote sinaasappelboer, maar ook veel landjes die door hobbyisten worden onderhouden, of die langzaam verpieteren. De sinaasappels die wij eten of drinken, komen voornamelijk van verder.

Tot een jaar of twaalf geleden wist ik daar weinig van. Tot ik een e-mail kreeg van Henrique Ferreira, een Braziliaanse microbioloog die, weer tien jaar eerder, mijn collega was toen we als postdoc in Oxford in hetzelfde lab werkten. Henrique werkte aan een bacterie die de ziekte ‘citrus canker’ bij sinaasappelbomen veroorzaakt. Samen met zijn promovendus Isabel had hij iets gevonden waar hij mijn hulp bij vroeg.

Sinaasappelbomen zijn bevattelijk voor verschillende ziektes – citrus canker is daar één van. Bomen gaan daar niet aan dood, maar verliezen veel fruit. Het fruit dat wel rijpt, ziet er niet lekker uit en is onverkoopbaar. Omdat de ziekte door wind en regen wordt overgedragen, is biologische bestrijding, waarbij meestal de insecten die een ziekte overdragen worden gedood, niet mogelijk.

De klassieke manier van bestrijden is de besmette boom, en alle bomen in een flinke straal er omheen, ruimen en afbranden. In Brazilië, waar ruim 60 procent van al het sinaasappelsap ter wereld vandaan komt, was dat lang verplicht. Dat was heel effectief, maar sinaasappelboeren waren niet blij mee met de grote gaten in hun boomgaarden. En ook in Brazilië krijgt een boze boer vaak zijn zin.

Het fruit dat wel rijpt, ziet er niet lekker uit en is onverkoopbaar

Sinds 2016 worden besmette bomen bespoten met koper, wat de bacteriën doodt maar de boom laat staan. Het gevolg is dat de ziekte inmiddels in sommige gebieden in de helft van de ‘plots’ in boomgaarden wordt aangetroffen – het was ooit lager dan 1 procent.

De bodem in die boomgaarden raakt langzaam vervuild met koper. Dat is niet goed voor het bodemleven en via het grondwater lekt koper weg. In Europa is het gebruik van koper inmiddels grotendeels verboden.

De komst van Isabel naar Groningen was het begin van een al ruim tien jaar durende samenwerking. Ons plan is om bacteriedodende bestrijdingsmiddelen te ontwikkelen op basis van natuurlijke stoffen uit planten, die na verloop van tijd worden afgebroken.

Inmiddels hebben we een aantal goede verbindingen gemaakt die we nu in kassen en proefvelden testen. Dat doen we samen met een landbouwkundig instituut, bedrijven en andere wetenschappers uit Groningen, Maastricht en Brazilië. Er is veel verschillende expertise nodig, want een bacterie doden in het lab is nog heel wat anders dan het spuiten van een bestrijdingsmiddel in het open veld waar een regenbui de boel zo wegspoelt.

Voor mijn schoonvader is dit niet zo belangrijk – citrus canker komt (nog) niet voor in Europa. Maar omdat onze middeltjes ook andere bacteriën doden, is ons werk mogelijk toch handig voor hem én voor het bestrijden van andere plantenziekten. Al moeten we dat nog wel ‘even’ testen.

DIRK-JAN SCHEFFERS

1 REACTIE

Abonneer
Laat het weten als er

De spelregels voor reageren: blijf on topic, geen herhalingen, geen URLs, geen haatspraak en beledigingen. / The rules for commenting: stay on topic, don't repeat yourself, no URLs, no hate speech or insults.

guest

1 Reactie
Meest gestemd
Nieuwste Oudste
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties