Misschien milder geworden, maar in ieder geval grijzer

Columnist Gerrit Breeuwsma wordt (volgens zijn vrouw) milder naarmate hij grijzer wordt. Maar de mildheid heeft hem (gelukkig) nog niet helemaal in zijn greep.

‘Je bent wel milder geworden, in de loop der jaren’, zei mijn vrouw onlangs.

Die opmerking kwam naar mijn idee nogal uit de lucht vallen. Zoals steeds vaker waren we alleen thuis en zaten we wat doelloos te mijmeren over van alles en nog wat. Regelmatig een blok hout op het vuur gooien en zo nu en dan onze glazen bijvullen (dat van mij wat vaker), dan kunnen we dat best lang volhouden.

Ik was dus milder geworden, meende ze. Ik schrok er eerlijk gezegd een beetje van. Waren we op een punt in het gesprek aangekomen dat dit een relevante constatering was? Was dit kritiek op mijn niet-zo-milde-ik uit het verleden of was het zomaar een losse flodder? Ik wist het niet. We kennen elkaar al jaren, maar met enige regelmaat herken ik me in de woorden van Freud, die op hoge leeftijd verzuchtte: ‘Wass will das Weib?’

Dat klinkt onaardiger dan ik het bedoel en ik geloof dat mijn vrouw het ook niet onaardig meende, dat van die mildheid. Eerder het tegenovergestelde. Alsof ze het vooral prima vindt dat de scherpe kantjes van mijn aard er door de tijd wat af zijn geslepen.

‘Mooi grijs worden’ is een soort voorstadium van er ‘mooi bij liggen’

In mijn oren klonk het echter te veel naar ‘mooi grijs geworden’. Mijn kapper laat niet na dat op te merken en hij bedoelt dat vast als een compliment, maar van mij had het niet per se gehoeven. Dat grijs worden bedoel ik. Het is ook altijd erger dan je denkt. In mijn hoofd heb ik nog een mooie bos donker haar, maar bij de kapper schrik ik van alle dotten die als sneeuw op mijn zwarte kapmantel liggen. Is dat van mij?

Ik heb een tante die over overledenen steevast weet te melden dat hij of zij er zo ‘mooi bij lag’. Het is mij nog nooit gelukt dat ook maar bij benadering zo te zien (aan alles zie je dat er geen weg terug is). ‘Mooi grijs worden’ is hoe je het ook wendt of keert een soort voorstadium van er ‘mooi bij liggen’.

Ik schrok misschien ook een beetje van die toebedachte mildheid omdat ik het ergens wel herken. Ik vind heus nog veel dingen belachelijk, ik erger me nog bijna dagelijks, maar het lukt slechter me erover op te winden; heb minder de behoefte lucht te geven aan al mijn ergernissen. Bovendien neig ik de laatste tijd steeds vaker naar nuance en voorzichtigheid en waardeer dat ook bij anderen.

Ik ben te allen tijde bereid het oneens te zijn met het cvb, maar hier lukt het me niet

Zo zijn er de laatste tijd stemmen die roepen om een duidelijke stellingname van de academische gemeenschap in het conflict – of oorlog, want het woord conflict kan de gemoederen al doen oplopen – tussen Israël en de Palestijnen.

Maar ons college van bestuur vindt het niet zijn taak een kant te kiezen en maakt zich er liever sterk voor ‘het onafhankelijk denken te bewaken en te faciliteren, en te analyseren wat er in de wereld om ons heen gebeurt. Met als doel oplossingen en ideeën te ontwikkelen over hoe het anders kan’, zoals het college het zelf formuleert.

Nu ben ik te allen tijde bereid het oneens te zijn met het cvb, maar hier lukt het me niet, al was het maar omdat ik er ook niet in slaag in alle redelijkheid een keuze voor of tegen de een of de ander te maken. Is dat dan laf of juist heel verstandig?

Ik erger me wel dood aan de zekerweters, aan beide kanten, die hun stellingname wensen af te dwingen bij de ander.

De mildheid heeft me dus nog niet helemaal in zijn greep.

Gelukkig maar.

GERRIT BREEUWSMA

2 REACTIES

Abonneer
Laat het weten als er

De spelregels voor reageren: blijf on topic, geen herhalingen, geen URLs, geen haatspraak en beledigingen. / The rules for commenting: stay on topic, don't repeat yourself, no URLs, no hate speech or insults.

guest

2 Reacties
Meest gestemd
Nieuwste Oudste
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties