Advertentie

Evaluatie

Een student had in de cursusevaluatie waardering voor ‘meneer Breeuwsma die zijn colleges met enthousiasme bleef houden, ook al was de zaal leeg’. ‘Er klonk iets van mededogen in door en ergens vat dit het jaar wel goed samen.’

Het jaar zit er weer op: het onderwijs aan kant, de tentamens nagekeken, de theses afgerond en beoordeeld. De agenda wordt ineens snel leger en nieuwe afspraken zijn steeds vaker voor na de zomer. Precies zoals het al jaren gaat, maar dan heel anders, zoals in dit coronajaar alles anders was.

Een jaar waarin de contacten met collega’s via Google Meet verliepen (ik was er eerlijk gezegd niet altijd bij met mijn hoofd), waarin nauwelijks contact met studenten mogelijk was, maar op een bepaalde manier ook weer veel, want ik ben nog nooit zo vaak gemaild als dit jaar, soms tot in de middernachtelijke uren.

Vooral eerstejaarsstudenten konden er wat van. Over van alles hebben ze me bevraagd, en met respect, daar zaten soms vragen bij die ik normaal gesproken naast me neer zou hebben gelegd. Nu heb ik er – bijna met vaderlijk geduld – toch steeds op gereageerd.

Nadat ik bijvoorbeeld voor een cursus mijn studenten liet weten dat ze het hele boek moesten bestuderen, kwamen met het tentamen in het verschiet de mailtjes met vragen: Ook de delen die in een box staan? Ja, die ook. Ook de delen die u niet tijdens het college hebt behandeld? Ja, die ook. Moeten we de namen van onderzoekers en theoretici kennen? Ja, de belangrijkste moet je wel kunnen plaatsen. Wat zijn precies de belangrijkste? Die heb ik tijdens de colleges behandeld. Enzovoort.

Bij elk antwoord probeerde ik te bedenken tot welke volgende vraag het aanleiding zou kunnen geven en gaf daar dan – anticiperend – vast maar antwoord op, maar dan wist een enkeling daar toch nog een vervolgvraag uit te peuren.

Voor alle duidelijkheid, ik neem het niemand kwalijk. Onder ons bevinden zich nu eenmaal veel twijfelaars, onzekeren en natuurlijk vergeetachtigen en slordigen, die alles minstens drie keer moeten horen voor ze weten hoe het echt zit, maar die daarvoor nu niet bij hun buurvrouw in de collegezaal terecht konden of mij in de pauze van het college even konden aanschieten.

Van al dat werken in het luchtledige word je toch ook een beetje een hol vat

Studenten namen ons trouwens over het algemeen ook niets kwalijk, zo bleek uit de cursusevaluaties. Ook al misten zij de contacten, interactie en levendigheid van de ‘fysieke’ studie, wij deden kennelijk zichtbaar ons best en dus was er meestal alle begrip dat het voor ons ook behelpen was.

Een student schreef in de evaluatie dat zij/hij waardering had voor ‘meneer Breeuwsma, die zijn colleges met enthousiasme bleef houden, ook al was de zaal leeg’.

Er klonk iets van mededogen in door en ergens vat dit het jaar wel goed samen: met enthousiasme vol blijven houden voor een lege zaal. Het getuigt van een zeker arbeidsethos – en een goed ontwikkeld vermogen om net te doen alsof – maar het is een situatie die niet te lang moet duren. Aan nog een jaar met lege zalen moet ik nu even niet denken.

Dat is misschien waarom ook veel medewerkers aan de universiteit het jaar als zwaar hebben ervaren: van al dat werken in het luchtledige word je toch ook een beetje een hol vat.

Een enkeling vond het trouwens allemaal wel best zo met de videocolleges. Maar dan grijp ik toch in, al was het maar om het college van bestuur niet op een idee te brengen (dat is me net even te positief over de zegeningen van het online onderwijs): juist omdat je niet weet wat je mist, heb je niets gemist.

Kort samengevat vond ik dit jaar als eten bij McDonald’s: je wordt er wel dik van, maar na een uurtje heb je al weer trek. En er zit kraak noch smaak aan.

Nou ja, volgend jaar maar weer haute cuisine.

GERRIT BREEUWSMA

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.