Wetenschap

Onderzoekers op expeditie

Algen jagen op de oceaan

Drie weken onderzoek doen op de Atlantische Oceaan. Twee Groningse mariene biologen stapten aan boord van onderzoeksschip de Pelagia om beter te begrijpen hoe algen werken tegen klimaatverandering.
Door Lucia Grijpink

Dertig jaar lang gebruikten Nederlandse universiteiten onderzoeksschip de Pelagia voor onderzoek op zee. Toen bleek dat de boot aan vervanging toe was, rees de vraag hoe groot de interesse in het Nederlandse zeegaande onderzoek nog is. Om hier achter te komen, kregen alle zeegaande onderzoekers van Nederland de kans om mee te gaan op expeditie.

Op 11 december startte de Netherlands Initiative Changing Oceans – oftewel NICO-expeditie – vanaf Texel. Doel: een rondje Atlantische Oceaan met als eindbestemming de Azoren.

De animo bleek gigantisch. Bijna alle zeegaande onderzoekers van Nederland wilden mee. Ook de Groningse mariene biologen Maria van Leeuwe en Jacqueline Stefels hadden ook wel oren naar de expeditie en tekenden zich samen met zo’n honderd anderen in voor de tocht met twaalf etappes. Veertig onderzoeksvragen zouden de deelnemers in totaal uitwerken.

Open eindjes

Stefels en Van Leeuwe hadden samen al vijf jaar op Antarctica gezeten om onderzoek te doen naar fytoplankton – oftewel algen – en hoeveel anti-broeikasgas ze produceren. Ze waren met wat open eindjes blijven zitten, dus de NICO-expeditie kwam als geroepen.

De kans om dezelfde proeven in een compleet ander gebied te doen, grepen ze met beide handen aan. Op de Bahama’s stapten ze aan boord voor de achtste etappe richting Ierland.

Hoeveel CO2 gaat erin en hoeveel antibroeikasgas komt eruit en waar is dit van afhankelijk?

Vanwege de opwarming van de aarde is het nuttig om te begrijpen hoe de algen anti-broeikasgassen produceren en onder welke omstandigheden zij dit het beste doen. Stefels laat een kaartje zien van de wereld waarop de oceanen verschillende kleurtjes hebben, afhankelijk van hoeveel antibroeikasgas er geproduceerd wordt. Maar er staan ook veel witte vlekjes op, waar nog geen gegevens over bekend zijn. ‘De dataset behoeft dus best wat aanvulling,’ zegt Van Leeuwe.

Paradox

Daarnaast zijn er gebieden waar maar weinig algen zitten, maar waar toch relatief veel anti-broeikasgas wordt geproduceerd. Om die paradox te doorgronden, moet je eerst snappen hoe zo’n alg precies werkt. Hoeveel CO2 gaat erin en hoeveel anti-broeikasgas komt eruit en waar is dit van afhankelijk?

‘Op de Noord-Atlantische Oceaan zijn al wel meer onderzoekers geweest, maar zij doen de proeven niet zoals wij dat doen,’ zegt Stefels. Van Leeuwe en Stefels willen niet slechts gegevens verzamelen, maar gaan ook een stapje verder. ‘Als je alleen wilt inventariseren, kun je gewoon een rondje varen en monsters nemen. Maar lang niet iedereen kijkt naar het productiemechanisme erachter, wat een veel bewerkelijker proces is,’ vult Van Leeuwe aan.

De onderzoekers gingen aan boord op de Bahama’s om mee te varen tot aan Ierland. Wat onwennig stonden ze in de haven. ‘Het was een krankzinnig oord met van die Disney Worldachtige resorts met belachelijke toeristentoestanden,’ zegt Stefels.

‘Daar hoef je niet op vakantie te gaan hoor,’ grinnikt Van Leeuwe. Stefels: ‘Er was daar geen beest te zien, omdat er zo weinig algen zijn. Maar zodra we richting Newfoundland voeren en hoeveelheid steeg, zag ik opeens allemaal vogels verschijnen en dolfijnen zwemmen.’

Het was een krankzinnig oord met Disney Worldachtige toestanden

Magisch

Een dag op de Pelagia begon met het binnenhalen van de monsterflessen met oceaanwater, wat voor Van Leeuwe elke keer weer een magisch moment was. ‘Wij stonden heel vroeg op het dek. Iedereen was gretig om weer aan de slag te gaan. Dan werden de eerste monsterflessen aan boord getakeld terwijl de zon langzaam opkwam. In de verte zag je dolfijnen. Bij slecht weer spoelde er regelmatig een golf water binnen waardoor iedereen zeiknat werd.’

De dames beginnen weer te lachen als ze erover te vertellen. ‘Vervolgens sta je de hele dag in je container. Dat is minder spannend.’

Het labwerk aan boord is wat uitdagender dan in de Linnaeusborg. ‘In het begin word je doodziek, want je hebt geen horizon,’ zegt Stefels. Daarnaast moest natuurlijk alles in het lab vastgezet worden. De boot wiebelt namelijk niet alleen, maar staat ook permanent scheef om het water af te voeren dat erin slaat.’ Van Leeuwe: ‘Het is wel komisch, maar op een gegeven moment ben je er klaar mee.’

Gelukkig hadden de meeste onderzoekers na twee dagen goede zeebenen ontwikkeld en was de ergste zeeziekte voorbij. Tot het volgende avontuur zich aandiende. ‘Op vrijdag de dertiende, de dag dat de Titanic gezonken is, voeren we over de plek waar de Titanic gezonken is,’ grinnikt van Leeuwe. ‘Gelukkig is het allemaal goed gegaan.’

In het begin word je doodziek, want je hebt geen horizon

Bijgeslapen

Nu zijn Van Leeuwe en Stefels weer terug in hun kantoortje in de Linnaeusborg. Nadat ze eerst flink hebben bijgeslapen, genieten ze na door af en toe filmpjes en foto’s te bekijken.

Ze hebben ontzettend veel werk verzet, meer zelfs dan ze van tevoren hadden verwacht. Het is alleen nog de vraag of het ook wat gaat opleveren. De samples bevinden zich nog op de Pelagia, die tot 26 juli doorvaart met weer nieuwe onderzoekers erop.

Over een ding twijfelen de dames niet: een onderzoeksschip is absoluut noodzakelijk voor Nederland. ‘Het is van de gekke dat er überhaupt twijfel is of we een eigen schip moeten hebben,’ zegt van Leeuwe vastberaden.

‘Het Nederlandse onderzoek is goed en er zijn veel universiteiten die zeegaand onderzoek doen, dus daar moeten faciliteiten voor zijn. Ook geeft het energie, komen er mooie dingen uit en is het goede reclame voor de nieuwe generatie onderzoekers.’

Jacqueline Stefels en Maria van Leeuwe

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here