Advertentie

Hoe de miljoenen van de basisbeurs verdampten

Waar zijn die miljoenen gebleven? (deel 1)

Hoe het geld van de basisbeurs verdampte

De honderden miljoenen die de afschaffing van de basisbeurs opbrengen, zouden volledig gebruikt worden om het onderwijs te verbeteren. Zo luidde in ieder geval de belofte in 2015. Maar wat is er van terecht gekomen? Deel 1 van een serie over de basisbeurs.
Door Henk Strikkers
1 februari om 14:04 uur.
Laatst gewijzigd op 24 februari 2021
om 12:02 uur.
februari 1 at 14:04 PM.
Last modified on februari 24, 2021
at 12:02 PM.

Door schimmige beloftes, stijgende studentenaantallen en slappe
knieën van de minister van Onderwijs is het maar de vraag of studenten echt beter onderwijs krijgen.

Uit gezamenlijk onderzoek van de Nederlandse universiteits- en hogeschoolbladen blijkt dat de honderden miljoenen die vrijkomen door het afschaffen van de basisbeurs, niet hebben geleid tot kleinschaliger onderwijs en meer persoonlijke aandacht, zoals oud-minister Jet Bussemaker van Onderwijs in 2015 beloofde.

Afhankelijk

Een van de oorzaken: Het aantal studenten stijgt bij de meeste universiteiten en een deel van de hogescholen sneller dan het aantal docenten. Die groei wordt onder meer veroorzaakt doordat het budget dat hogescholen of universiteiten krijgen, grotendeels afhankelijk is van het aantal studenten dat ze hebben.

Veel studenten werven betekent een groter deel van het budget. Maar doordat dat budget niet evenredig meegroeit, wordt het bedrag dat onderwijsinstellingen krijgen per student steeds kleiner. Door het starten van Engelstalige opleidingen voor de internationale markt zijn er ook nauwelijks meer grenzen aan de groei van het aantal studenten.

Voor dit probleem waarschuwde de commissie-Veerman al in 2010 in haar rapport Differentiëren in drievoud. Zij pleitte voor een grote investering in het hoger onderwijs, maar koppelde daaraan ook dat studentenaantallen minder belangrijk moesten worden voor de financiering.

Geen ontkoppeling

Achteraf gezien is de investering waar de commissie-Veerman voor ijverde er wel gekomen, maar de voorwaarde die erbij hoorde – de ontkoppeling van de financiering en de studentenaantallen – niet.

Maar ook andere redenen speelden een rol. Universiteiten en hogescholen beloofden vooruitlopend op de inkomsten van het leenstelsel alvast uit de eigen reserves te investeren: de zogeheten voorinvesteringen. Idee was om te voorkomen dat een generatie studenten en geen basisbeurs en geen beter onderwijs zou krijgen.

Voor zover de onderwijsinstellingen daarover verantwoording aflegden, ze deden daar soms heel schimmig over, is het vaak onduidelijk of dit daadwerkelijk extra en nieuwe investeringen waren of gewoon bestaande plannen.

Buitenspel

Minister Jet Bussemaker (Onderwijs, Cultuur & Wetenschap; PvdA) had zichzelf in 2014 al buitenspel gezet door universiteiten en hogescholen een blanco cheque te geven. Terwijl ze afsprak met de onderwijsinstellingen dat die extra zouden investeren, bleek ze achter de schermen niet zo strikt vast te houden aan die definitie.

‘U mag ook dingen die u al doet die leiden tot verbetering van het onderwijs meetellen. U mag gebouwen meetellen, u mag van alles en nog wat,’ zo vatte Sibrand Poppema, oud-voorzitter van het college van bestuur van de RUG, de woorden van de minister samen in een discussie met de universiteitsraad.

Slimmigheidjes

Die studenten in medezeggenschapsraden hadden in de praktijk te weinig ervaring en te weinig kennis van bestuurlijke slimmigheidjes om een ingewikkeld project als de voorinvesteringen tot een goed einde te brengen. Voormalige leden van studentenraden vertellen verder dat ze vaak door bestuurders nauwelijks werden betrokken.

Bovendien voelden ze zich door de jaarlijkse wisseling van de wacht vaak niet goed voorbereid op de ingewikkelde financiële discussies. Er zijn ook gevallen bekend dat bestuurders het besluit over voorinvesteringen op de allereerste agenda zetten van een nieuwe universiteitsraad – en dus met een zeer onervaren studentenvertegenwoordiging.

Eerst plan, dan geld

Bij de daadwerkelijke bestedingen van de opbrengsten van het leenstelsel zou het anders moeten gaan, vond ook Bussemakers opvolger Ingrid van Engelshoven (D66).

Zij schakelde de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) in. Voordat universiteiten en hogescholen het echte basisbeursgeld kregen, moesten ze eerst een plan schrijven waarover de NVAO een advies aan de minister uitbracht.

Het werd een slagveld. Bijna de helft van de hogescholen en twee universiteiten kregen een negatief advies. Nog steeds heeft een op de vijf instellingen geen goedgekeurd plan. Gevolgen daarvan hebben universiteiten of hogescholen niet ondervonden: het geld werd steeds uitgekeerd, dit jaar met de coronacrisis als excuus.

Magere verantwoording

Bovendien passeerde de minister tot tweemaal toe haar eigen onderwijskeurmeester. Negatieve adviezen van de NVAO over de plannen van de Hanzehogeschool Groningen en de Technische Universiteit Delft legde Van Engelshoven na een persoonlijk gesprek met de bestuurders van de instellingen, met een magere verantwoording, naast zich neer.

Hoogleraar Henriëtte Maassen van den Brink, die meermaals in NVAO-panels zat, ziet het met lede ogen aan. Het lijkt er volgens haar op dat alle universiteiten en hogescholen uiteindelijk hun geld krijgen, terwijl bij sommige plannen ‘echt wel vraagtekens zijn’ over hoe je onderwijsverbeteringen achteraf kunt controleren.

‘Dat is ondermijnend voor afspraken die we hebben gemaakt, en ook voor het vertrouwen bij studenten die hun basisbeurs moesten inleveren.’

Met medewerking van Altan Erdogan, Laura ter Steege en Yvonne van de Meent

Deel 2 van deze serie verschijnt op donderdag 4 februari: ‘Zo sneuvelde jouw basisbeurs’

Waar is al dat geld gebleven?

Studenten moesten door het afschaffen van de basisbeurs geld lenen en zich diep in de schulden steken. In ruil daarvoor zou de kwaliteit van het onderwijs worden verbeterd. Maar wat is daarvan terechtgekomen?

Onder aanvoering van Folia, het journalistieke platform voor de Universiteit van Amsterdam, hebben de gezamenlijke universiteits- en hogeschoolbladen onderzocht hoe het geld is gebruikt dat is vrijgekomen door het afschaffen van de basisbeurs.

Dit is het eerste deel van een serie onderzoeksverhalen, die mede mogelijk is gemaakt door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek. 

Deel 2 kun je hier lezen: Zo sneuvelde jouw basisbeurs
Deel 3 kun je hier lezen: Voorinvesteringen, een recept voor mislukking
Deel 4 kun je hier lezen: Meer studenten, niet meer geld
Deel 5 kun je hier lezen: Meepraten over de beursgelden? Kom nou

English

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

English