University

Uit de school geklapt

Werkloos om de waarheid?

Als Sujatha de Poel wordt aangenomen als trainer bij Careers Company, is ze dolblij. Maar dan krijgt ze de indruk dat mensen worden aangenomen en ontslagen op basis van vriendjespolitiek. Ze zegt er wat van. En nu zit ze zonder baan.
Tekst en foto door Traci White / Vertaling door Sarah van Steenderen

De vertrouwenspersoon van de RUG heeft het afgelopen jaar 28 procent meer klachten van studenten en medewerkers gekregen over ongewenst gedrag of ongelijke behandeling. In haar rapport schrijft ze dat het aantal klachten over een ‘conflict met een meerdere’ meer dan verdubbeld is.

Sujatha de Poel, een voormalig RUG-medewerker die op de vertrouwenspersoon afstapte, heeft veel van de misstanden uit het rapport aan den lijve ondervonden.

Toen De Poel als trainer aan de slag ging bij de Careers Company van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde, dacht ze dat ze de perfecte baan gevonden had.

Maar toen Careers Company officieel een afzonderlijke afdeling werd, begon ze te vermoeden dat voortrekkerij een grote rol speelde in wie er werd aangenomen en wie werd ontslagen.

De Poel en een collega schreven een anonieme brief aan het faculteitsbestuur van FEB, waarin ze vroegen of ze hun zorgen over de mogelijke vriendjespolitiek binnen de afdeling konden bespreken. Het bestuur wilde het alleen over de brief hebben als die openbaar werd gemaakt.

De identiteit van de schrijvers van de brief werd bekendgemaakt aan degenen over wie de brief ging, en De Poel en haar collega werden lastiggevallen. De Poel kreeg geen permanent contract bij de afdeling aangeboden en denkt dat de brief daar een rol in heeft gespeeld.

Een geschillencommissie gaf haar bevindingen door aan het bestuur van de RUG, dat haar klacht uiteindelijk ongegrond verklaarde.

De Poel vreest dat haar ervaringen een schrikbeeld zullen vormen voor andere werknemers, waardoor die eventueel wangedrag binnen hun afdeling mogelijk niet aan de kaak durven te stellen.

Leestijd: 13 minuten (2629 woorden)

Het weer was wat onbestemd op die laatste donderdagochtend van mei, maar RUG-voorzitter Sibrand Poppema was kraakhelder over het pas verschenen rapport van de vertrouwenspersoon: hij nam het verslag ‘uitermate serieus’ en zou er snel wat aan doen. Marijke Dam, RUG-contactpersoon voor slachtoffers van ongewenst gedrag of oneerlijke behandeling, meldde dat ze in 2016 benaderd werd door 129 studenten en werknemers. Dat zijn er 28 meer dan het jaar ervoor. ‘De fraudezaak die eind 2015, begin 2016 aan het licht kwam, heeft daar wel een rol in gespeeld, maar dat is niet de enige verklaring’, staat in het rapport.

Het aantal klachten over een ‘conflict met een meerdere’ is meer dan verdubbeld. En al die klachten lijken op elkaar: bazen behandelen hun afdeling als hun eigen privé-eilandje en zijn nauwelijks bereid  hun – vaak plotselinge – beslissingen aan werknemers uit te leggen. ‘Een negatieve mededeling die ook nog eens niet fatsoenlijk wordt doorgegeven, beschadigt het belangrijkste fundament waar een goede werkrelatie op gebaseerd moet zijn, namelijk het vertrouwen’, stelt de vertrouwenspersoon in haar rapport.

Het rapport onderscheidt een aantal serieuze probleemgevallen. Daarbij worden werknemers zelden volgens het boekje ontslagen of overgeplaatst, en is er bovendien vaak geen bewijs dat ze slecht zouden hebben gefunctioneerd. Het gedrag van de meerderen werd nauwelijks fatsoenlijk onderzocht; de leidinggevenden konden blijven zitten waar ze zaten.

Zorgen

Een van al die (voormalige) RUG-medewerkers die in 2016 naar de vertrouwenspersoon stapten, is Sujatha de Poel. Ze heeft veel van de zaken die in het rapport worden beschreven aan den lijve ondervonden.

De Poel komt oorspronkelijk uit India. De afgelopen drie jaar werkte ze als trainer bij Careers Company – totdat ze in april ontslagen werd. Bij het faculteitsbestuur uitten zij en een collega hun zorgen over vriendjespolitiek binnen de afdeling. De Poel zegt dat ze vervolgens bestraft werd met een onterecht kritische evaluatie.

In 2014 stuitte De Poel op een vacature voor een trainer bij de afdeling Careers Services (de voorganger van Careers Company) van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde (FEB). De job leek haar op het lijf geschreven. Ze vond het fijn om nauw samen te werken met studenten en kon goed overweg met haar collega’s, vertelt ze. Maar toen Careers Company in december 2014 officieel een afzonderlijke afdeling werd, begonnen er dingen te veranderen, aldus De Poel.

Tegenstrijdige berichten

Haar wantrouwen stak voor het eerst de kop op toen ze tegenstrijdige berichten ontving van het faculteitsbestuur en andere mensen bij de faculteit. Toenmalig vice-decaan Janka Stoker had De Poel persoonlijk aangesteld als hoofd van een project, maar iemand anders bij FEB werd vervolgens tot projectleider benoemd. Deze projectleider, Ingrid*, probeerde De Poel over te halen om twee andere mensen aan te nemen als externe trainers voor studentenbegeleiding. Die twee bleken vrienden van Ingrid.

De instructies van Stoker waren duidelijk: De Poel zou de enige coach zijn voor het bewuste project. Maar volgens Ingrid hoefde De Poel niet naar de vice-decaan te luisteren. Toen De Poel protesteerde, zorgde Ingrid er uiteindelijk voor dat de twee trainers werden ondergebracht bij een subcommissie van het project. De Poel vermoedt dat die commissie door Ingrid in het leven is geroepen om haar vrienden aan een baan bij Careers Company te kunnen helpen, maar bewijzen kan ze het niet. De twee trainers zijn enkele weken geleden officieel aan de slag gegaan bij de FEB-afdeling.

Een van de collega’s van De Poel maakte zich zorgen over een ander incident. Zij zat samen met Ingrid, die inmiddels officieel onder contract stond bij Careers Company, in een sollicitatiecommissie en kreeg het gevoel dat Ingrid de commissie onder druk zette om een vriendin van haar aan te nemen. Uit e-mails die Ingrid aan de andere commissieleden stuurde, blijkt dat zij haar best deed hen te overtuigen om haar vriendin, die al op de afdeling werkte, de baan te geven.

Ingrid gaf duidelijk toe dat de kandidaat een vriendin van haar was en benadrukte dat dit haar besluitvorming niet zou beïnvloeden. Maar De Poel is daar niet van onder de indruk: de vriendin had ondertussen wel baat bij Ingrids inspanningen om de vacature intern te houden, stelt ze.

Verdacht

De collega van De Poel pleitte er herhaaldelijk voor om ook externe kandidaten een kans te geven. Met succes: uiteindelijk ging de baan niet naar de vriendin van Ingrid, maar naar een niet-Nederlandse, externe kandidaat. De nieuwe medewerkster zou zich echter zo slecht bejegend hebben gevoeld door de afdeling dat ze haar werk niet goed kon doen. Twee maanden geleden heeft ze ontslag genomen. De betreffende medewerkster wilde niet praten met de UK. Na haar vertrek was de baan alsnog voor Ingrids vriendin, die inmiddels een permanent contract heeft bij de afdeling.

Dit eindigt niet goed voor jullie. Jullie carrière bij Careers Company zal eronder lijden

Toen er zich in 2016 weer een verdacht voorval voordeed, besloten De Poel en haar Nederlandse collega (die in de sollicitatiecommissie zat) een anonieme brief te schrijven aan het faculteitsbestuur van economie en bedrijfskunde. Wijnand Aalderink, de directeur van Careers Company, schreef in een e-mail dat hij drie maanden met sabbatical ging en dat Ingrid een deel van zijn taken over zou nemen. Een week later liet Ingrid de medewerkers weten dat zij ook na terugkomst van Aalderink een aantal van die taken zou blijven uitvoeren.

Dit zorgde voor de nodige verwarring op de afdeling: men vroeg zich af wie er nu precies de baas was en hoe Ingrid dit voor elkaar had gekregen. Genoeg reden voor De Poel en haar collega om een brief naar het bestuur te sturen. In de brief – die de UK heeft ingezien – gaat het voornamelijk over de vraag, wat nu de precieze rolverdeling is tussen Ingrid en Aalderink. De briefschrijvers vragen het bestuur om een gesprek over de kwestie.

Niet mee bemoeien

Na de brief werden De Poel en haar collega ‘geïntimideerd, lastiggevallen en gepest door de managers’, stelt De Poel. Volgens haar probeerde Alie van Arragon, de managementsecretaresse van FEB, hen ervan te overtuigen de zaak te vergeten. ‘Ze zei dat we de brief beter konden intrekken omdat het anders “niet goed eindigt voor jullie. Jullie carrière bij Careers Company zal eronder lijden”.’ Toen ze weigerden de brief in te trekken, zou Van Arragon hebben gezegd dat ze hem openbaar moesten maken, anders zouden hun zorgen niet besproken worden.

Opdat de zaak wel in behandeling zou worden genomen, gingen De Poel en haar collega met tegenzin akkoord en maakten de brief openbaar. Kort daarop vertelde Van Arragon dat het bestuur afzag van behandeling van de brief en dat ze zich niet zouden bemoeien met hoe Aalderink de afdeling leidde, aldus De Poel. De UK vroeg Van Arragon om een reactie, maar zij verwees ons door naar FEB-decaan Herman de Jong. Ook De Jong weigert op de zaak te reageren, omdat het om een persoonlijke kwestie zou gaan.

Ontslagen

Hoewel het bestuur de brief niet wilde bespreken, heeft Albert Boonstra, de vice-decaan, volgens De Poel toch contact opgenomen met haar en haar collega. Dit was echter niet om hun zorgen te bespreken, maar om te vragen waarom ze de brief hadden geschreven. Ook zou hij hen hebben gevraagd trouw te zweren aan het afdelingsbestuur. Boonstra weigerde een interview met de UK, maar ontkent deze dingen ooit te hebben gezegd. ‘Dat is volledig verzonnen’, schrijft hij in een e-mail.

Hij ondervroeg haar voornamelijk over de brief en waarom ze dacht dat het bestuur naar haar klachten zou luisteren

Niet lang daarna had De Poel haar jaarlijkse beoordelingsgesprek met Aalderink. Eenmaal in zijn kantoor, vertelt De Poel, schoof haar manager, die inmiddels wist dat de brief over hem ging, de evaluatieformulieren aan de kant en ondervroeg haar voornamelijk over de brief en waarom ze dacht dat het bestuur naar haar klachten zou luisteren.

Ze zegt dat ze zo geschrokken was en zich zo overvallen voelde door het gesprek dat ze zich lichamelijk niet goed voelde. Het jaar ervoor had een ze positief functioneringsgesprek gehad, maar dit jaar kreeg ze uiteindelijk een onvoldoende beoordeling. Dat betekende dat haar contract in april dit jaar niet verlengd zou worden.

‘Ietwat brutaal’

De UK kreeg beide beoordelingen onder ogen. In 2015 was Aalderink vol lof over De Poel: ze was een toegewijde werknemer en een aanwinst voor de afdeling. Slechts één opmerking is als negatief aan te merken: de manier van communiceren van De Poel ‘kon soms als ietwat brutaal worden opgevat’. In de beoordeling staat dat Aalderink en De Poel het daarover hebben gehad.

Het beoordelingsformulier uit 2016 ziet er heel anders uit. Aalderink is stukken kritischer over De Poel: hij benadrukt verschillende ‘problemen’, zoals het iets te laat terugbrengen van een OV-jaarkaart en wat onenigheid met een collega. In het beoordelingsformulier over De Poel rept Aalderink ook van de vertrouwelijke brief, die hij ‘absoluut onacceptabel’ noemt. De Poel is ervan overtuigd dat de melding van de brief bewijst dat die een rol speelde in haar ontslag.

Om de voorvallen in context te kunnen plaatsen, nam de UK contact op met iedereen die op het moment bij Careers Company werkt, om hen te vragen naar hun ervaringen bij de afdeling en of ze iets konden zeggen over De Poel en haar situatie. Maar bijna iedereen weigerde te praten of was met zwangerschapsverlof.

Nienke van den Berg, projectleider bij Careers Company, schrijft: ‘Ik vertrouw op het proces. Ik heb hier nooit problemen gehad.’ Frederike Godron-Kemps, een andere projectleider, antwoordt per e-mail: ‘Ik werk met veel plezier bij FEB en voor Careers Company in het bijzonder: interessante projecten, goede mensen, fijn team en samenwerking. Met betrekking tot de zaak heb ik verder niet echt behoefte er inhoudelijk op in te gaan.’

Poortwachter

Slechts twee van de huidige werknemers willen het over hun eigen ervaringen hebben: wetenschappelijk directeur Jan Riezebos en Myrthe*, die alleen anoniem wil reageren.

Riezebos, hoogleraar onderwijsinnovatie bij FEB, heeft voor verschillende projecten samengewerkt met De Poel en noemt haar een ‘professionele, sociale en vriendelijke’ vrouw. Maar ook schrijft hij de verhalen over vriendjespolitiek en kliekvorming toe aan de normale spanningen die zich in elke werkomgeving voordoen. ‘Het gebeurt op elke afdeling wel dat de ene persoon niet zo goed overweg kan met de ander, en ik denk dat dat hier ook aan de hand was.’ Riezebos heeft zelf ook in sollicitatiecommissies gezeten en volgens hem speelde vriendjespolitiek nooit een rol.

Maar Myrthe vindt het verhaal van De Poel wel herkenbaar. ‘Er zijn zeker bepaalde clubjes hier op de afdeling en voortrekkerij komt wel voor’, zegt ze. Ze legt uit dat Aalderink vaak de enige is die het faculteitsbestuur informeert, waardoor hij in feite een poortwachter voor zijn werknemers is. ‘Als hij het gedrag van een werknemer op een bepaalde manier beschrijft tegenover het bestuur, heeft de werknemer daar zelf niets tegenin te brengen.’

Ze vraagt zich af of het wegkijken van de managers iets te maken heeft met de nogal geïsoleerde ligging van Groningen in het Noorden. ‘Als je in de Randstad niet met je baas overweg kunt, ga je gewoon ergens anders werken’, zegt ze. ‘Maar hier gaat dat niet zomaar. Managers kunnen zich dus makkelijker misdragen, zonder dat ze daarvoor gestraft worden’, zegt ze.

Geschillencommissie

De Poel besloot de beoordeling aan te vechten: in april werd haar zaak aangehoord door de geschillencommissie, een extern comité dat conflicten binnen de universiteit beoordeelt. Wijnand Aalderink, de directeur van Careers Company, weigert desgevraagd op de zaak in te gaan. Hij heeft zijn kant van het verhaal al tijdens de hoorzitting verteld, stelt hij. ‘Ik kan, vanuit zorgvuldig werkgeverschap, aanvullend geen nader gesprek […] aangaan over zaken die de privacy van individuele medewerkers betreffen’, schrijft hij. ‘In algemene zin doe ik mijn werk met plezier en hecht ik altijd aan een zorgvuldig personeelsbeleid, vanuit goed werkgeverschap en volgens de regels en procedures die de RUG daarvoor heeft.’

Als ze het erover heeft, krijgt ze herhaaldelijk tranen in de ogen

De grootste kritiekpunten jegens De Poel waren de communicatieproblemen uit haar laatste evaluatie, stelden algemeen FEB-directeur John de Groot en Aalderink tijdens de hoorzitting. ‘We hebben ook een verantwoordelijkheid naar onze andere werknemers en er waren gewoon te veel problematische gevallen’, zei De Groot destijds.

De Poel voert aan dat de voorbeelden in haar beoordeling over 2016 niet alleen overdreven zijn, maar dat sommige ervan ook onder valse voorwendselen zijn opgevoerd. Zij zegt dat Aalderink een opmerking – die een andere FEB-medewerker tijdens een informeel gesprek over haar had gemaakt – in zijn beoordeling had opgenomen. De collega wist hier niet van af en had er ook geen toestemming voor gegeven.

Passeren

De bewuste werknemer weigert commentaar, maar de UK heeft wel de laatste beoordeling van De Poel ingezien, waarin de werknemer met naam wordt genoemd, evenals een persoonlijke e-mail die de werknemer aan De Poel stuurde toen bleek dat haar opmerking als klacht was gebruikt. In die e-mail schrijft de werknemer dat ze altijd met veel plezier met De Poel heeft samengewerkt en dat het vermeende conflict snel weer was opgelost.

Tegenover de geschillencommissie zei De Groot dat De Poel en haar collega eerst naar Aalderink hadden moeten gaan om hun zorgen ‘van werknemer tot werknemer’ te bespreken, in plaats van hem te passeren. De Poel zegt dat zij en haar collega zich genoodzaakt voelden hun baas over te slaan: in hun ervaring kon Aalderink niet goed tegen wat voor kritiek dan ook.

De Poel en haar collega zeggen dat minstens vijf andere werknemers van Careers Company ontslagen of weggewerkt zijn, omdat ze weigerden hun mond te houden. De UK zocht contact met deze voormalige werknemers, maar slechts een van hen was bereid te praten. Deze persoon werkt nog wel bij de RUG en wil daarom anoniem blijven. De bewuste medewerker zegt – net als De Poel – beticht te zijn van een eigenwijze houding. Ook zou de persoon eruit zijn gewerkt aan de hand van een functioneringsgesprek.

Ongegrond

Het contract van De Poel liep op 15 april 2017 af. Inmiddels heeft ze Careers Company voorgoed verlaten. De geschillencommissie bracht eerder deze maand haar advies uit aan het universiteitsbestuur: het beroep van De Poel is ongegrond verklaard, omdat er niet genoeg bewijs zou zijn om haar beweringen te staven.

Twee weken later heeft De Poel het slechte nieuws nog steeds niet echt kunnen verwerken: als ze het erover heeft, krijgt ze herhaaldelijk tranen in de ogen. Ze heeft het gevoel dat ze is gebruikt om een voorbeeld te stellen voor de andere werknemers. De manier waarop zij en haar collega zijn blootgesteld aan intimidatie en reputatieschade, simpelweg omdat ze hun zorgen uitspraken, moet andere werknemers ontmoedigen hetzelfde te doen, stelt ze.

Nadat vorig jaar aan het licht kwam dat er twintig jaar lang was gefraudeerd bij de afdeling technisch beheer aan de RUG, riep bestuursvoorzitter Poppema de universiteitsmedewerkers op om naar hun manager of vertrouwenspersoon te stappen, als ze wangedrag op hun afdeling aan wilden kaarten. De Poel zegt dat dat nou juist was wat zij en haar collega probeerden te doen.

De gebeurtenissen van het afgelopen jaar hebben haar vertrouwen in mensen flink geschaad. ‘Wat mijn collega en ik hier voornamelijk uit hebben meegenomen, is dat mensen gewoon niet wilden horen wat we te zeggen hadden’, zegt De Poel. ‘We schreven een brief waarin we onze zorgen uitten, maar niemand wilde met ons om tafel. Onze stem was gewoon niet belangrijk genoeg.’

*Deze namen zijn gefingeerd om de identiteit van de bewuste werknemers te beschermen.

English

1 REACTIE

  1. Uit ervaring weet ik dat zowel geschillencommissie als rechtbank zeer selectief lezen en luisteren in het voordeel van het universiteitsbestuur. Zelf ben ik al een paar jaar langer bezig mijn ontslag aan te vechten. Het CvB heeft mij op 1 maart 2016 in een officiële brief laten weten dat docenten aan de RUG al sinds 2003 in principe geen vaste aanstelling krijgen. Elke suggestie in die richting is dus pure misleiding! Tegelijkertijd wordt veel tijdelijke krachten wel een worst voorgehouden om ze gemotiveerd te houden, dan wel om hun mond te houden. Het zwijgen van de oud-collega’s is daarom een teken aan de wand.
    Twee weken geleden is mijn boek ‘Op de Academie’ verschenen, een sleutelroman die ik schreef om mijn eigen ervaring met universiteit te verwerken. Totdat ik dit alles meemaakte, had ik niet gedacht dat je als werknemer in de praktijk zo weinig rechten hebt. Mijn verhaal vertoont zo grote overeenkomst met wat Sujatha is overkomen en vooral ook de conclusies van de vertrouwenspersoon dat dat geen toeval meer kan zijn.
    Ik heb zelf de geschillencommissie van de RUG ook meegemaakt en kreeg daar niet eens de kans om mijn pleidooi voor te lezen. Vijftien van mijn oud-studenten waren getuige van het schouwspel, maar er was geen enkele collega aanwezig.
    Onlangs kreeg ik de uitslag van de Rechtbank Noord-Nederland binnen. De clausule ‘middels een R&O-gesprek zal worden vastgesteld of een aanstelling voor onbepaalde tijd mogelijk wordt’ was volgens de rechtbank krachteloos omdat het R&O-gesprek niet meer dan een advies zou zijn (op verzoek citeer ik graag de hele paragraaf van de uitspraak). Ook al was mijn R&O-gesprek bijzonder positief, toch kon ik daar geen rechten aan ontlenen. Het bestuur mag beslissen wat het wil, zelfs tegen het dringende advies van leidinggevenden in, aldus de rechtbank. Schrale troost voor Suratha: ook als het R&O-gesprek positief was geweest, was ze niet zeker geweest van verlenging. Als je dat niet accepteert, dan wordt er een vuilnisbak aan smerigheid over je heen gegooid zodat je nooit meer aan de universiteit mag werken.
    Dus ja, ik begrijp ook de oud-collega’s heel goed. Die moeten nog langer door op de universiteit. Maar ik begrijp het bestuur van de universiteit helemaal niet. Je doet openlijk aan misleiding door wazig geformuleerde clausules in contracten, je laat mensen met uitstekende kwaliteiten er uit knikkeren, riskeert de goede naam van de universiteit, laat je weinig gelegen liggen aan de kwaliteit van het onderwijs en werkt mee aan de instandhouding van dergelijke praktijken door de juristen alle trucs uit te laten halen die maar denkbaar zijn, om kritiek te smoren.
    Dus beste oud-collega aan de RUG: als je werk je lief is, houd vooral je mond. Voor de rest zou ik zeggen: lees ‘Op de Academie’ en huiver. Ikzelf ga in hoger beroep en ik nodig de Ukrant van harte uit om dat proces te volgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here