Fraude

Gul met gestolen geld

De Robin Hood van de RUG

Hans G., de voormalige RUG-manager die verdacht wordt van grootschalige fraude bij de universiteit, voelt zich niet begrepen. Ja, hij stal van de RUG, maar hij deelde de buit met zijn collega’s en familieleden. Hij bedoelde er geen kwaad mee. ‘Ik wilde dat iedereen zich happy voelde.’
Door Peter Keizer / Illustratie Kalle Wolters

De rechtbank in Almelo buigt zich voor de tweede week over de fraudezaak aan de universiteit.

Hoofdverdachte is Hans G., een voormalig RUG-manager. Het Openbaar Ministerie verdenkt hem van ambtelijke corruptie.

G. zou giften hebben aangenomen van klusbedrijven in ruil voor werk aan de RUG. Ook zou hij zijn zoon en voormalig schoondochter op de loonlijst van de bevriende bedrijven hebben gezet, zonder dat ze daar echt werkten.

De universiteit draaide via een schimmige constructie voor de loonkosten op.

G. erkent dat hij fouten heeft gemaakt. Maar hij zegt ook tegen de rechters dat hij door zijn handelen heel waardevol is geweest voor de RUG.

G. ziet zichzelf als een soort Robin Hood; hij stal van de RUG om de buit te verdelen onder zijn collega’s en familieleden.

‘Ik wilde een situatie creëren waarbij iedereen zich happy voelde op de afdeling. Omdat ik wilde dat alles gesmeerd liep.’

Leestijd: 8 minuten (1650 woorden)

‘Ik heb heel grote fouten gemaakt.’ Hans G. geeft het meteen toe. Hoewel, er klinkt iets van ongeloof in zijn stem. Alsof hij er niet helemaal van overtuigd is dat hij het allemaal fout heeft gedaan. ‘Ik vraag me af hoe me dit heeft kunnen gebeuren. Waarom overkomt mij dit met zo’n staat van dienst?’

Iets meer dan een jaar geleden klopte de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) bij hem aan. Na het faillissement van een van de klusbedrijven waarmee de RUG werkte, ontdekte een curator dat een ambtenaar van de universiteit wederdiensten had gevraagd voor opdrachten.

Niet veel later werden hij, zijn zoon en toenmalige schoondochter aangehouden. Bij huiszoekingen werden zijn boot, de administratie en 11.000 euro aan contanten – verstopt in een geldkistje in de boekenkast – meegenomen.

‘Opgeblazen’

G. is er zichtbaar door geraakt. Hij lijkt uitgeput, en boos ook. Boos op de media die volgens hem alles hebben ‘opgeblazen’. Met als gevolg dat veel vrienden afstand van hem hebben genomen. ‘Ik ben zeer aangeslagen door de wijze waarop in de media hierover is geschreven. Een week na de eerste berichten is mijn hele woning van onder tot boven leeggeroofd. De sieraden van mijn vrouw en mijn eigen visspullen zijn meegenomen.’

Die boosheid steekt hij niet onder stoelen of banken. In de gangen van de rechtbank in Almelo laat hij, net als zijn zoon, de journalisten tussen neus en lippen door weten dat hij onderzoek naar ze heeft gedaan. Zoals de journalisten in zijn privéleven zijn gedoken, zo heeft hij dat ook bij hen gedaan.

‘Verraden’

Maar hij is ook teleurgesteld in zijn collega’s. Mensen waarmee hij tientallen jaren heeft samengewerkt, waarvan hij dacht dat ze achter hem stonden, hebben hem in zijn ogen verraden. Thuis heeft hij het rapport van Hoffmann Bedrijfsrecherche liggen, het bureau dat in opdracht van de RUG onderzoek deed naar de zwendel. Alle belastende verklaringen staan erin. De namen zijn met zwarte stift onherkenbaar gemaakt, maar aan de hand van de situaties kan hij precies zien wie erachter zit.

‘Dat raakt me’, vertelt hij de rechters. ‘Ik werd op handen gedragen op de afdeling. En ook binnen de hele universiteit. En dan komt opeens dit verhaal om de hoek kijken. Van allerlei mensen waarmee je hebt samengewerkt. Dat klinkt alsof ze hun eigen hachje willen redden.’

Portemonnee

Hij voelt zich ook niet begrepen. ‘Ik heb een vorstelijke bijdrage geleverd aan het bestaan van de RUG’, begint hij. ‘Wat ik heb gedaan is heel kwalijk. Maar er zit ook een andere kant aan. Maar er is nooit iemand die daar naar vraagt. Dat vind ik vreemd. Het geld dat ik kreeg met de deals die ik maakte, is voor een groot deel weer ingebracht bij de universiteit. Er zijn nu mensen die werken op computers die van dat geld gekocht zijn. Er staat meubilair binnen de universiteit dat van dat geld gekocht is. Ik heb tien jaar lang alle werklunches en de afscheidscadeaus betaald. Ik heb bijdragen voor trainingen gedaan.’

Hij stal van de RUG, om de buit te verdelen onder zijn collega’s en familieleden, wil hij maar zeggen. Als een Robin Hood, die het goed voor heeft met iedereen. ‘Ik wilde een situatie creëren waarbij iedereen zich happy voelde op de afdeling. Omdat ik wilde dat alles gesmeerd liep.’

‘Dat is een mooi streven’, reageert een van de rechters. ‘U springt in de bres voor anderen en zorgt dat alles geregeld wordt. Maar u speelt voor Sinterklaas met iemand anders’ portemonnee.’ En, zo blijkt uit de zittingen de afgelopen dagen, geen van de verdachten wilde door hem geholpen worden. Zeggen ze.

Boot

‘Hij accepteert geen nee’, vertelde Magreet B., de voormalige contractmanager en secretaresse van Hans G., maandag aan de rechters. ‘Hij is een dominante, overheersende persoonlijkheid. Zowel op het werk als privé.’

Toen haar baas haar vertelde dat hij ervoor zou zorgen dat technisch bureau Postma – een van de bedrijven die samen met Hans G. verantwoordelijk worden gehouden voor de fraude – 7500 euro op haar rekening zou zetten, met daarbij de beschrijving ‘boot’, ging ze er meteen tegenin, vertelt B. ‘Maar ik voelde me onder druk gezet om het op deze manier te doen. Ik heb G. laten weten dat ik het geld niet nodig had. Maar hij heeft te veel overwicht om er permanent tegenin te gaan. Hij blijft pushen, pushen, pushen.’

G. vond dat Margreet opslag had verdiend. Vanwege al haar inzet zou ze eigenlijk naar een schaal hoger moeten, vond hij. Zijn baas, Danny von H., hield dat meerdere keren tegen. En dus vond G. dat hij het zelf maar moest regelen. ‘Ik heb daar niets achter gezocht. Ik vertrouwde G. volledig’, zegt B. tegen de rechters.

Leugen

Maar de officier van justitie vertrouwt het niet helemaal. Tijdens het verhoor door de FIOD vertelde B. namelijk een heel ander verhaal. Dat ze van haar scheiding een boot had overgehouden, die ze later verkocht aan Marinus P., de eigenaar van technisch bureau Postma. Een leugen, constateert het Openbaar Ministerie (OM). ‘Het was een stressvolle situatie. Ik heb gewoon gedaan wat mij is opgedragen’, verdedigt Margreet B. zich.

Wonderlijk, concluderen de rechters. Maar B. wil er niet meer over zeggen. ‘Mij is alleen verteld dat Postma een bedrag zou overmaken met de vermelding ‘boot’. Meer niet.’

Ze wist dat het niet klopte, maar maakte er ook geen stennis over. Ze accepteerde de 7500 euro op haar rekening en kocht er een nieuwe auto van. ‘Ik zou niet weten naar wie ik toe had kunnen gaan binnen de Rijksuniversiteit om dit te melden’, verklaart B. huilend. ‘De leidinggevende van mijn baas, Danny von H., zat in hetzelfde schuitje. Die is ook hierbij betrokken. Boven hem stond mevrouw Jojo B., die is ook ontslagen door de RUG [vanwege deze kwestie – red]. Ze hadden hun eigen belangen met de heer G., dus die zouden mij nooit steunen.’

En op die zonnepanelen op haar huis zat ze ook niet te wachten. G. had haar voorgehouden dat het een proef was, waarbij zij als tegenprestatie het rendement zou bijhouden. Dat ze de panelen mocht houden, wist ze niet. En vreemd vond ze het ook niet.

Loonlijst

Hetzelfde geldt voor de zoon en voormalig schoondochter van Hans G. Die zaten ook niet op zijn hulp te wachten. Ja, ze vonden het wat vreemd toen ze zomaar op de loonlijst van een van de klusbedrijven kwamen te staan, zonder dat ze daarvoor werk deden.

De voormalig schoondochter schaamde zich er zelfs voor. Maar hard tegenstribbelen deden ze ook niet. En ze genoten ook wel van die auto’s die ze van de klusbedrijven kregen. En van dat huis dat met het neploon werd betaald. En waarvoor uiteindelijk de RUG opdraaide.

‘Ik liet me door mijn vader overrulen’, reageert Michiel, de zoon van G., als de rechter hem vraagt waarom hij 10.000 euro accepteerde van een van de klusbedrijven, zonder dat hij daar een tegenprestatie voor leverde. ‘Ik kan me het niet goed herinneren’, gaat hij verder.

Frappant

Een van de rechters pikt het niet. Michiel is geen domme jongen. Hij heeft een hbo-opleiding gevolgd, is welbespraakt en beleefd. ‘Ik vind het wel frappant’, reageert de rechter. ‘U heeft een goed stel hersens. Heeft u zich nooit afgevraagd: waar moet ik in godsnaam 10.000 euro voor krijgen? Dat kan niet zijn voor de geweldige prestaties die u heeft geleverd, want u hebt geen flikker gedaan.’

‘Dan denkt u niet met uw stel goede hersens: er is hier iets ontzettend scheef? Is die ondernemer hartstikke gek geworden of is er iets meer aan de hand? Er zijn toch geen bedrijven die gewoon 10.000 euro overmaken aan een werknemer die niets doet? “Ik heb er niets achter gezocht.” Dan wens ik u veel succes in de rest van uw leven. U bent geen kind meer. Een volwassen vent die iedere maand geld krijgt.’

De rechter probeert de zoon onder druk te zetten. Maar ook Michiel komt niet verder dan dat hij er niets achter zocht en de situatie heeft geaccepteerd.

Dominante houding

Michiel, zijn ex-vriendin Kasia en Margreet B. verschuilen zich achter de dominante houding van Hans G. Hij heeft het allemaal bedacht, ze wilden het eigenlijk niet, omdat ze wisten dat het niet zo hoorde, maar ze konden niet tegen G. op, zeggen ze. Maar ze trokken ook niet aan de bel, en maakten graag gebruik van de buit die hij met ze deelde.

G. blijft erbij dat hij goede intenties had. Ook al geeft hij toe dat hij zijn zoon en voormalig schoondochter op de loonlijst bij de klusbedrijven plaatste. Dat hij in een Mini Cooper reed, waarvan de kosten – zoals de benzine – stiekem werden doorberekend aan de RUG. En dat hij de bedragen voor de verbouwing van het huis van zijn baas Danny von H. – zo’n 26.000 euro – declareerde bij de RUG.

‘Men wist wie ik was, men wist mij te vinden als ze hulp nodig hadden en ik regelde het dan’, houdt G. de rechters voor. Daarom werd hij op handen gedragen binnen de universiteit, zegt hij.

Cadeautjes

‘Mensen vinden je ook snel aardiger als je cadeautjes uitdeelt en ze niet meer controleert’, concludeert een van de rechters. Donderdag zal de officier van justitie vertellen welke straffen ze tegen de verdachten eist. Volgende week zullen de advocaten daarop reageren.

Daarna zijn de rechters aan de beurt. Er zijn een heleboel mensen, waaronder zijn oud-collega’s, die hebben verklaard dat Hans G. het grote brein achter alle fraude is geweest. Zelf zegt hij dat hij op een rijdende trein is gesprongen.

‘De vraag die nu voor ons ligt is of u de waarheid spreekt, of die andere mensen’, besluit de rechter.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in