Wetenschap

Wel de idealen, geen revolutie

‘Nederlands fascisme faalde’

 Het fascisme van Nederlandse partijen in de jaren twintig en dertig ‘faalde’ ten opzichte van het fascisme in bijvoorbeeld Duitsland en Italië, zo stelt Willem Huberts. Hij promoveert donderdag op zijn onderzoek naar Nederlands fascisme.
Tekst en foto Koen Marée

Willem Huberts deed onderzoek naar fascisme in Nederland. Zijn fascinatie werd gewekt tijdens zijn werk voor de Universiteitsbibliotheek, waar hij in de jaren tachtig stuitte op een enorm nalatenschap aan fascistische literatuur.

Volgens Huberts moet de gangbare definitie van het fascisme worden bijgesteld. Nederlandse fascistische partijen waren niet praktiserend revolutionair, maar zagen zichzelf wel als fascisten. Het revolutionaire criterium is in de ogen van Huberts dan ook niet essentieel.

Repressieve maatregelen van de overheid hielden de opkomst van fascistische partijen en bewegingen in de jaren twintig en dertig tegen.

Huberts ziet veel paralellen met het huidige politieke klimaat. Toch kunnen politici in zijn ogen niet bestempeld worden als fascist, omdat de ideologie is afgestorven.

Leestijd: 5 minuten (1012 woorden)

In Duitsland greep Adolf Hitler de macht. In Italië organiseerde Benito Mussolini een mars naar Rome en ook zijn revolutie slaagde. En in Nederland? Daar zorgde een mislukte revolutie voor repressieve maatregelen van de overheid.

Het Nederlands fascisme kreeg daarom tot 1939 dan ook geen voet aan de grond. Maar hoewel een revolutie uitbleef, waren er in Nederland wel degelijk fascistische partijen actief.

Het was vlak na de Eerste Wereldoorlog dat politicus Pieter Jelles Troelstra in legerkamp De Harskamp opriep tot een socialistische revolutie. Zijn streven was gebaseerd op de communistische revolutie in de Sovjet-Unie en revolutionaire opstanden in Duitsland.

Staatsgreep

Tijdens de Roode Week was de onrust in Nederland groot, maar uiteindelijk mislukte de staatsgreep. Sterker nog, de socialisten werden tot 1939 geweerd uit de regering, uit angst voor een nieuwe revolutie.

Door een anti-revolutiewet mochten partijen en bewegingen na 1921 nog wel revolutionaire denkbeelden koesteren, maar niet meer in de praktijk brengen. ‘Toch valt in krantjes en pamfletten tussen de regels door te lezen dat bepaalde partijen uit waren op revolutie’, stelt Willem Huberts.

Huberts promoveert donderdag op zijn onderzoek naar Nederlands fascisme, een vakgebied waar hij al in de jaren tachtig geïnteresseerd in raakte. ‘Ik werkte destijds in de Universiteitsbibliotheek en moest een nalatenschap ophalen in Amsterdam. Daarin bevonden zich allerlei boeken van auteurs die ik, als Neerlandicus, niet kende.’ Nadere inspectie leerde hem dat het ging om fascistische werken.

Wat is fascisme?

Sindsdien ontwikkelde Huberts zich tot groot kenner van de fascistische Nederlandse literatuur. In 2005 besloot hij de focus te verleggen naar het fascisme als ideologie, waar hij toen nog weinig van afwist. Een geheel overzicht van het fascisme in Nederland ontbrak. Wel bestond er een definitie van fascisme, die na jaren van discussie tot stand was gekomen.

‘Volgens de Engelse historicus Roger Griffin is fascisme te definiëren aan de hand van vier criteria. Het moet revolutionair zijn, populistisch zijn, extreem-nationalistisch en palingenetisch. Dat laatste betekent dat het streeft naar een wedergeboorte van de natie, naar dat wat verloren is gegaan’, zegt Huberts.

‘Het revolutionaire aspect houdt in dat men vindt dat de samenleving zo snel mogelijk zou moeten veranderen. Deze zou op dit moment door en door verrot zijn. Een revolutie zou nodig zijn om vervolgens de staatsmacht te verkrijgen, daar geloofde men heilig in.’

Huberts bekeek van alle zestig à zeventig partijen die in de periode tussen 1923 en 1945 actief waren in hoeverre zij zichzelf als fascistisch zagen. Vervolgens verdiepte hij zich in de zeven belangrijkste, zoals het NSB en het Zwart Front. Hij ontdekte dat zes van de zeven niet als revolutionair kon worden beschouwd.

‘Toen stelde ik mezelf de vraag: ‘hoe kan dat’? Als dat een essentie is van het fascisme, moet ik dan constateren dat het geen fascistische partijen waren? Ondanks dat ze zichzelf zo noemden, dat ze zo werden beschouwd door de buitenwereld en dat ze fascistische idealen omarmden? Dat vond ik ook een beetje vreemd.’

Werkbaar

‘Om die reden stel ik in mijn conclusie een gewijzigde definitie van generiek fascisme voor. Door de woorden ‘soms revolutionair’ toe te voegen, blijft de definitie werkbaar. Het revolutionaire aspect heeft hiermee niet meer zoveel belang als voorheen. Ik had natuurlijk voor een andere definitie van Nederlands fascisme kunnen kiezen, maar ik heb geleerd van het verleden. In de jaren zestig tot tachtig duikelden onderzoekers over elkaar heen met nieuwe definities van fascisme. Aansluiting zoeken bij Griffin leek mij productiever.’

Ook rond 1932-1933, toen Hitler aan de macht kwam in Duitsland, lukte het de fascistische partijen niet om het ‘momentum’ om te zetten in revolutie. ‘Die periode was een flinke stimulans voor het Nederlandse fascisme. Er kwamen veel stukken in de pers en er waren openbare vergaderingen.

Toen heeft de overheid extra maatregelen genomen. De anti-revolutiewet was weliswaar van kracht, maar revolutionaire sentimenten werden gedoogd. Nu mochten ambtenaren geen lid meer zijn van extreme partijen. Ook katholieken kregen van de kerk te horen zich niet aan te mogen sluiten bij de extreemrechtse politiek. Het bleek effectief genoeg om het Nederlands fascisme te doen mislukken.’

Scheldwoord

Anno 2017 worden vaak parallellen gelegd met de periode voor de Tweede Wereldoorlog. In de ogen van Huberts zijn politici als Donald Trump, Marine Le Pen en Geert Wilders niet fascistisch. ‘Fascisme is een scheldwoord geworden. Als iemand nu zou zeggen: ‘’Wilders gedraagt zich fascistisch’’, dan zegt hij niet: ‘‘Wilders hangt een bepaalde ideologie aan’’, maar dan scheldt hij hem uit. En dan wordt iedere discussie direct doodgeslagen. Wel kan ik zeggen dat die politici en partijen zich deels baseren op hetzelfde gedachtegoed als wat toentertijd fascisme werd genoemd.’

Daarnaast herkent hij een soortgelijke voedingsbodem van onbehagen binnen de samenleving. ‘Op dit moment kennen we binnen korte tijd veel technologische ontwikkelingen, maar dat was ook zo in de jaren twintig en dertig. Er kwam elektriciteit, er werden treinsporen aangelegd, de eerste vliegtuigen werden gebouwd. De enorme veranderingen werden versterkt door de uitkomst van de Eerste Wereldoorlog. Er ontstonden nieuwe landen, zoals Joegoslavië en Oostenrijk, en oude landen, zoals het Ottomaanse rijk, vielen uit elkaar. Burgers waren niet meer zeker van wat ooit vaststond.’

Bijverschijnselen

‘Dat proces zie ik nu ook gebeuren’, vervolgt Huberts, ‘Mijn opa werd in 1885 geboren en vertelde in de jaren zestig zich meer Groninger te voelen. Wij zijn nu Nederlander, soms zelfs Europeaan of wereldburger. Die globalisering zorgt in onze samenleving voor veel onaangename bijverschijnselen. Daar profiteert de PVV van, daar profiteert Denk van, daar profiteert VNL van.’

Een belangrijk verschil is de samenleving waar wij nu in leven, aldus Huberts. ‘We zijn een open en communicatieve samenleving geworden. In tegenstelling tot in de jaren twintig accepteert de burger niet zomaar wat de overheid zegt, maar moet men overtuigd worden. Repressieve instrumenten, zoals in de jaren dertig, werken dan ook niet meer. Ik verwacht van mijn regering dat zij oplossingen aanbiedt die iedereen kan accepteren. Zij zou zich bezig moeten houden met iedereen erbij houden. Het enkel wijzen op verschillen is weinig effectief.’

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here