Wetenschap

Gerrit Voerman over de politiek

Het valt wel mee met dat ‘kartel’

In Groningen geen gemeenteraadsverkiezingen tot het najaar. Maar dat betekent niet dat er bij het Documentatiecentrum Politieke Partijen niets gebeurt. Gerrit Voerman monitort er de opkomst van populisten, denkt na over de gevaren van dalende aantallen partijleden en filosofeert over stelselhervormingen.
Door Matthijs Nieuwenhuijse

Voor de VVD maakte het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) onlangs nog een website. ‘Ter gelegenheid van het 70-jarig bestaan van de partij.’ En voor de SGP komt er een boek. ‘Die partij wordt in april 100 jaar.’

Gerrit Voerman (60) is hoofd van het DNPP en als hoogleraar Ontwikkeling en functioneren van het Nederlandse en Europese partijstelsel verbonden aan de rechtenfaculteit. En hij is druk. Zo druk zelfs dat het 45-jarig bestaan van ‘zijn’ documentatiecentrum hem gladweg is ontschoten. ‘Er is wel een traditie dat we iedere vijf jaar iets organiseren. Dat gaan we deo volente zeker bij het vijftigjarig bestaan in 2023 doen.’

Het Documentatiecentrum zit op de vierde verdieping van de UB, ietwat verscholen in een hoek linksachter in de gang. Het is een partijpolitieke database met als primaire taak ‘het verzamelen en catalogiseren van publicaties ván en óver de Nederlandse politieke partijen’, vertelt de website.

Oude affiches

Maar het is meer dan een verzamelplaats van stoffige partijprogramma’s en oude affiches. Het DNPP is een begrip. De medewerkers schrijven opiniestukken in landelijke kranten en worden geregeld aangehaald in politieke nieuwsartikelen.

Wanneer mensen worden gekozen die bepaalde competenties missen, kan dat gevolgen hebben voor de kwaliteit van het lokale bestuur

En er is onderzoek. Zo bestudeerde Voerman het moeizame screenen van kandidaten voor de gemeenteraden. Hij kan er vooralsnog weinig over zeggen, maar eind maart, na de verkiezingen, wordt er meer duidelijk.

Wat hij wel wil zeggen: de vijver om geschikte kandidaten uit te vissen wordt steeds kleiner door het dalende aantal partijleden. ‘Wanneer mensen worden gekozen die bepaalde competenties missen, kan dat gevolgen hebben voor de kwaliteit van het lokale bestuur’, zegt Voerman. ‘Dat probleem moet je serieus nemen, zeker nu er met de toenemende decentralisatie steeds meer op het bordje terechtkomt van het lokale bestuur.’

Voor de ingang van het DNPP zijn de muren versierd met kleurrijke campagneposters. De SP (‘Kleur Pekel Rood’), D66’s Van Mierlo (‘Eerlijk delen in een schoon land’) en een strijdbare Marianne Thieme met gebalde vuist en een Che Guevarapet (‘1917-2017: honderd jaar vrouwenkiesrecht’) hangen gebroederlijk aan de muur. Te midden van zijn geordende chaos van dossiermappen, oude partijboeken en een rondslingerende Volkskrant oreert Voerman over de ontwikkeling van het partijenstelsel. Ontspannen vanuit zijn bureaustoel met zicht op het Academiegebouw. En zoals het een historicus betaamt, begint hij bij het begin.

Volatiliteit

‘In deze kleine vijftig jaar na de oprichting van het DNPP is er wat politieke partijen betreft een hoop veranderd. Vooral de volatiliteit van de kiezer is enorm toegenomen’, vertelt hij.

Volatiliteit is de beweeglijkheid van de kiezer. ‘Vroeger stemde je bijvoorbeeld een leven lang PvdA. Dat is niet meer zo. Godsdienst en sociale klasse bepaalden toen grotendeels het stemgedrag. Nu wisselen kiezers veel meer van partij, maar blijven wel in hun kant van het links-rechtsspectrum hangen.’

Die volatiliteit is volgens Voerman weliswaar typisch voor deze tijd, maar nieuw is ze niet. ‘In de jaren zeventig, toen het DNPP is opgericht, zaten we ook in een volatiliteitsgolfje. Toch kwam de stabiliteit weer terug in de jaren tachtig. Maar vanaf de jaren negentig kwam de klad in de stabiele traditie. Dat is ook de tijd van de opkomst van de populistische partijen.’

‘Het kartel’

Onder ‘populisme’ verstaat Voerman het idee van het volk versus de elite, die puur haar eigen belangen zou najagen en de volkssoevereiniteit ondermijnen. Dat begon aan de linkerkant met de SP. Pim Fortuyn was een van de eerste rechtspopulisten, gevolgd door Geert Wilders en Thierry Baudet. De strijd tegen een destructieve elite die elkaar de baantjes toespeelt (‘het kartel’) is met name tekenend voor Baudets Forum voor Democratie. ‘De term “kartelpartij” bedacht Baudet trouwens niet zelf. Het was al een gangbare term onder politicologen’, zegt Voerman.

Baudet richt zijn pijlen op de van oudsher grote partijen (CDA, VVD, PvdA). ‘Maar de ironie is dat de twee zetels van het FvD juist het bewijs vormen dat het met die kartelpraktijken wel meevalt’, beweert Voerman. ‘Als er echt een kartel was geweest, had dat wel een hoge kiesdrempel opgeworpen om andere partijen buiten de deur te houden.’

Wat Baudet zegt, resoneert kennelijk wel. Hij maakt echt wat los.

Ook een interessante ontwikkeling: DNPP-onderzoek liet zien dat het aantal leden van de politieke partijen in 2017 steeg met 9,7 procent. Een opsteker, omdat het jaar ervoor een historisch naoorloogs dieptepunt was. Al plaatst Voerman wel kanttekeningen bij de ontwikkeling. ‘Het is een vast patroon dat ledenaantallen iets toenemen in verkiezingsjaren’, verklaart Voerman. ‘De vraag is alleen hoe lang de nieuwe leden blijven.’

Sociale media

Wel opvallend is het enorme succes van – opnieuw – Baudet. Zijn FvD kreeg maar liefst 21.000 nieuwe leden. ‘Zoiets is bij mijn weten nog niet vertoond’, zegt Voerman. ‘Wat Baudet zegt, resoneert kennelijk wel. Hij maakt echt wat los. Dat heeft ook deels te maken met zijn verschijning. Hetzelfde zie je bij Jesse Klaver: jonge politici die ook bij jongeren enthousiasme weten te wekken.’

Maar ook de sociale media spelen een rol. ‘Vroeger waren partijen van de traditionele media afhankelijk om hun boodschap aan de man te brengen. Maar door sociale media zijn partijen nu in staat direct de publieke opinie te beïnvloeden. Vooral de twitterende Wilders is daar erg goed in.’

Het huidige partijenstelsel is nog steeds het beste dat we hebben

Leden zijn essentieel, vindt Voerman en partijen moeten er alles aan doen om meer te werven voor hun partijen. ‘Het is van belang voor het vinden van geschikte kandidaten, maar ook hun financiering is erbij gebaat. En natuurlijk zijn ze van belang voor de legitimiteit van de partijen. Als het hele partijenstelsel zou bestaan zonder leden, zouden partijen losgezongen zijn van de samenleving.’

Bonussen

Dat dreigt nu al een beetje, omdat slechts 2,4 procent van de kiezers partijlid is. Politieke partijen in Nederland blijken niet in staat om leden te binden met maatschappelijke bonussen en cadeautjes. Een voordeel, vindt Voerman overigens. ‘In andere landen, zoals Oostenrijk en tot voor kort ook België, is dat soms heel anders. Partijleden komen daar dankzij hun lidmaatschap aan een baan, of zelfs aan een huurhuis.’

Maar moet het anders? Voerman staat sceptisch tegenover radicale veranderingsvoorstellen, zoals bijvoorbeeld loting van raadsleden. Voorstanders stellen dat loting het vertrouwen van de burger in de politiek kan herstellen. Het zou er ook voor zorgen dat er minder hoogopgeleide, mondige burgers de boventoon voeren in de politiek. Voerman gelooft daar weinig van. ‘Mensen kunnen nog altijd ‘nee’ zeggen. Dat leidt er waarschijnlijk toe dat er alsnog hoogopgeleide, politiek geïnteresseerde burgers boven drijven. Bovendien kun je gelote mensen niet weg stemmen. Je hebt als kiezer geen invloed.’

Voermans voorkeur gaat daarom nog altijd uit naar het huidige partijenstelsel. ‘Nog steeds het beste dat we hebben.’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in