Studenten

Studenten zijn een gevaar op de weg

‘Het is wachten op de eerste dode’

In de stad met ’s werelds hoogste fietsdichtheid wanen studenten op twee wielen zich onaantastbaar. Regels zijn er alleen om overtreden te worden. Maar hoe ervaren de andere verkeersdeelnemers dat wangedrag? ‘Ik heb geen zin in administratieve en bloederige rompslomp.’
Door Igor Wijnker

Laat ik beginnen met een bekentenis. In de auto gedraag ik me als een voorbeeldige verkeersdeelnemer, maar op de fiets lap ik voortdurend de regels aan mijn laars. Een voorlicht behoort niet standaard tot mijn fietsuitrusting, treuzelende automobilisten passeer ik zowel links als rechts. En fiets ik naar mijn favoriete popzaal – tegen het eenrichtingsverkeer in – dan ga ik alleen aan de kant voor de stadsbus, waarbij ik de stoep op dender en tussen de voetgangers door slalom. Afstappen komt niet in mijn woordenboek voor.

Nu ben ik toevallig een begenadigd fietser die nooit brokken maakt, maar Groningen is vergeven van de roekeloze studenten op twee wielen. Het is vooral aan de voorzichtigheid van de gemotoriseerde verkeersdeelnemers te danken dat er niet vaker zwaargewonden vallen. Ik besloot daarom te gaan praten met de mensen die zich voor hun beroep dagelijks in de fietsjungle begeven. Hoe is het voor hen om geconfronteerd te worden met de angstaanjagende verkeerssituaties die wij veroorzaken?

Toen ik een horecazaak in de Oosterstraat had, fietste ik ook altijd tegen het verkeer in

taxibusbestuurder Janmarc

‘Toen ik een horecazaak in de Oosterstraat had, fietste ik ook altijd tegen het verkeer in’, steekt taxibusbestuurder Janmarc van ’t Lindenhout zijn hand in eigen boezem. Maar sinds hij vier jaar geleden begon als chauffeur bij Connexxion beleeft hij de fietscapriolen vanuit een ander perspectief en houdt hij zijn hart vast. ‘Het is wachten op de eerste dode.’

Dikke huid

Tijdens een dienst van acht uur heeft Van ’t Lindenhout gemiddeld 38 taxiritjes die hem vaak dwars door de binnenstad leiden – waar hij is overgeleverd aan de grillen van De Fietser. ‘Grootste ergernis is dat de meeste fietsers geen benul hebben van de regelgeving’, zegt hij.

Internationale studenten die nauwelijks kunnen fietsen, met z’n drieën of vieren naast elkaar rijden, Engelsen die links rijden, appende fietsers die tegen het verkeer in rijden ‘en je dan ook nog verontwaardigd aankijken of je uitschelden’, somt hij op. ‘Ik heb inmiddels wel een dikke huid gekregen.’ Hij stuit ook steeds vaker op fietsers die hem op de Diepenring tegemoet rijden.

‘Ik kwam zelfs een fietser tegen op de ringweg’, zegt Erik Jan van Leusen, die al ruim twee decennia voornamelijk zieken en gehandicapten vervoert in zijn taxibus. ‘Die was helemaal verwonderd dat ze daar door de politie werd weggehaald.’

 

 Zebrapad in de Gelkingestraat

Oogcontact

Volgens Van ’t Lindenhout zijn het niet alleen internationals die moeite hebben met de Groningse verkeersdynamiek. ‘Ook provincialen die een fiets huren, maar de drukte niet gewend zijn, zie je rare dingen doen. Onlangs zag ik een jonge meid die zonder reden plots omkeerde op een druk punt en frontaal op een andere fietser botste. Een heel akelig gezicht.’

Elektrische fietsen zijn eigenlijk brommers. Alleen lijken de mensen die er zelf op zitten dat niet te beseffen

taxibusbestuurder Erik Jan

Hij ziet vooral bij de gewone taxichauffeurs – ‘de cowboys’ – de irritatie toenemen. ‘Ik word per uur betaald, dus ik maak me niet zo druk. Maar het valt me op dat taxichauffeurs vaak het oogcontact met de fietsers mijden. Dan zien ze er in de Oosterstraat eentje aankomen en gaan ze helemaal links tegen de trottoirband rijden, zogenaamd op zoek naar een huisnummer.’

Een andere ergernis van Van ’t Lindenhout: maaltijdbezorgers op elektrische fietsen. ‘In elke dode hoek kunnen ze opduiken. En ze zijn rázendsnel: ze halen je gewoon links in, zelfs als je net een andere fietser passeert.’ Van Leusen is het volmondig met hem eens. ‘Het zijn eigenlijk brommers, alleen lijken de mensen die er zelf op zitten dat niet te beseffen.’

Ruim baan

In 1977 kreeg de fiets in Groningen ruim baan, toen de gemeenteraad het revolutionaire verkeerscirculatieplan introduceerde. Dat had als doel autogebruik te ontmoedigen en fietsgebruik te stimuleren. Met succes, al was niet iedereen daar blij mee. ‘Sommige mensen vinden fietsers te dominant’, moest Jacques Wallage destijds al in de Britse krant The Guardian toegeven. ‘Er wordt geklaagd dat ze hun fietsen overal neergooien en dat voetgangers soms omver worden gereden door fietsers.’

Ze denken dat de stad van hen is. En als er iets gebeurt, zijn wij nog fout ook

taxichauffeur Alie

Hebben de fietsers niet te veel privileges gekregen? Alie Wichers van Taxi Noord vindt van wel. ‘Ze denken dat de stad van hen is, doen alles wat God verboden heeft en als je er iets van zegt krijg je een middelvinger – of erger. En als er iets gebeurt, zijn wij nog fout ook.’ Bij een ongeval tussen een fiets en een motorvoertuig is de bestuurder namelijk wettelijk aansprakelijk, tenzij deze overmacht kan bewijzen.

Daarom probeert Erik Jan van Leusen aanrijdingen te allen tijde te voorkomen. ‘Ik heb gelukkig nog nooit iets naars meegemaakt, terwijl ik toch al bijna anderhalf miljoen kilometer heb gereden. Dat is ook geluk, maar ik ga bijvoorbeeld echt niet jakkeren. Ik heb geen zin in administratieve en bloederige rompslomp.’

Toch heeft ook Van Leusen wel eens een akkefietje. ‘Laatst moest ik in de Gelkingestraat vol op de rem voor een bus en klonk er een harde, doffe dreun. Dat bleek een fietser met slechte remmen te zijn die op mijn bus was geknald. Hij nog moeilijk doen. Ik zei: “Technisch gezien rijd jij mij aan, dus moet jij mijn beschadigde bumper betalen.” Nou, die heb ik gewonnen, maar het geeft vooral veel trammelant met politie en verzekeringspapieren.’

 Fietsers slalommen door de Folkingestraat

Brutaal

Tijd voor de praktijk. Het is dinsdagmiddag als we op het Hoofdstation bij Rob Olieve instappen op lijn 5. Hij is al 39 jaar buschauffeur en heeft het verkeer door zijn brede voorruit zien veranderen. ‘Het is veel drukker geworden. En de fietsers zijn onvoorspelbaarder geworden, brutaler. Ze weten ook dat ze in hun recht staan. Vroeger wilde ik nog wel eens een beetje doorduwen om ze aan de kant te drukken, maar dat moet je nu ook niet meer doen.’

Als ze op het laatste moment opzij gaan en op die gladde rand ten val komen, liggen ze plots voor je wielen

busschauffeur Rob

Desondanks rijdt hij nog steeds met veel plezier, zegt Olieve, terwijl hij achteloos de Oosterstraat indraait met zijn achttien meter lange voertuig dat nagenoeg de hele breedte van de weg inneemt. Op de stoep staan verbazingwekkend veel busjes en containers, alsof de hele stad gelijktijdig op de schop gaat.

Voor Olieves bus doemen fietsers op die op het laatste moment het hazenpad kiezen. ‘Voor deze bus hebben ze wel ontzag. Maar in de winter is het hier wel gevaarlijk, als ze op het laatste moment opzij gaan en op die gladde rand komen. Liggen ze plots voor je wielen.’ Rustig rijden is zijn devies. Dan houd je het minstens 39 jaar vol, zelfs in fietsjungle Groningen.

Voetgangers

We stappen uit op de Oostersingel en slaan links de W.A. Scholtenstraat in, een berucht punt waar taxirijder Van Leusen nog een verhaal over heeft.

Van Leusen waagt zich overigens zelf niet meer op de fiets in de binnenstad. ‘Dat is een levensgevaarlijke onderneming. Gelukkig hoeft het ook niet, want ik woon er. Dus ik doe alles lekker lopend.’

Maar ook voetgangers zijn hun leven niet zeker op het verkeersinfarct aan de oostzijde van de Vismarkt. Normaal is het al een onveilig kruispunt, maar vandaag is het nog een stuk erger. Een weghelft van de Guldenstraat ligt open en is afgezet met hekken. Fietsers, scooters en wandelaars worden door een soort fuik gesluisd en uitgespuugd op de Vismarkt, precies op de plek waar ook volop wordt gegraven en vrachtwagens af en aan rijden. Daartussen ligt het zebrapad dat de voetgangers van en naar de Herestraat een veilige oversteek moet garanderen. En oh ja, het is marktdag.

Nergens zijn de fietsers en voetgangers zo erg als in Groningen. Geef je ze een stopteken, dan fietsen ze gewoon om je heen.

verkeersregelaar Mike

Genoeg te doen voor verkeersregelaar Mike Buis. De Fries moet er met een collega voor zorgen dat er geen voetgangers of fietsers onder de vrachtwagens komen. ‘Het verbaast me dat het hier goed gaat’, zegt Buis als hij even tijd heeft. ‘Nergens zijn de fietsers en voetgangers zo erg als in Groningen. Geef je ze een stopteken, dan fietsen ze gewoon om je heen. Net wilde een fietser er tóch door, terwijl de vrachtwagen achteruit reed. Maar als die chauffeur over je heen rijdt, voelt hij net zoveel als wanneer hij over een konijn rijdt. Een klein hobbeltje.’

Vandaag heeft Buis nog geen ongeluk gezien. ‘Maar vanmorgen stopte er wel een studente met een bloedende hoofdwond. Was ze net tegen een andere fietser gebotst. En ze hebben hier ook totaal geen respect voor een zebrapad, hè. Kijk dan! … Kijk dan!’ Voor onze neus wordt een overstekende wandelaar geraakt door een fietser die geïrriteerd verder rijdt en de wandelaar nog wat scheldwoorden toevoegt. ‘Het is toch niet te geloven! Dit heb je alleen in Groningen, hoor.’

Drukte in de Guldenstraat

Vrachtwagen

Een paar honderd meter verder, in de Poelestraat, zit de werkdag erop voor A. Kolkena Grond- & Straatwerk, voordat de middagspits losbarst. Nog één laatste keer rijdt de vrachtwagen achteruit de Oosterstraat in. Het gaat gepaard met luide piepjes, knipperlichten en een verkeersregelaar in het geel. Een gesluierde vrouw met zichtbaar weinig fietservaring negeert het verbodsbord, probeert langs de vrachtwagen te fietsen, moet toch de stoep op en komt ten val. Niks ernstigs.

De verkeersregelaar kijkt niet naar de vrouw om. Kan ook niet, want hij moet een opdringerige fietser op afstand zien te houden. De fietser rijdt hem nog net niet op zijn hakken, wil er links en rechts omheen – ‘Laat me er langs, vent!’ – maar wordt tegengehouden. ‘Een beetje geduld, ja!’ roept de man in het fluorescerende geel boven het kabaal uit. ‘En met jou ook, zeker? Eikel!’ roept de fietser hem na als hij er eindelijk langs is geglipt.

De woorden glijden als regendruppels van zijn werkpak. Hij zwaait de chauffeur uit en loopt terug naar zijn collega’s. ‘Ach, zo’n grote bek, dat gaat de hele dag door. En die val? Dat vind ik wel mooi. Ik verveel me niet, hoor, in de stad.’

Kan dat niet anders?

Hoe het fietsprobleem aangepakt kan worden? Daar hebben de tegenliggers uit dit artikel wel wat ideeën over.

  • Strenger handhaven. ‘Als iemand ongestraft de verkeersregels mag overtreden, gebeurt dat ook’, zegt verkeersregelaar Mike Buis. ‘Dus ga hier elke dag bonnen staan uitschrijven. Als je hier een verkeersagent neerzet, verdient-ie zijn salaris zo terug.’
  • Een fietscursus voor internationals. ‘Geef ze die cursus tijdens de introductieweek, voordat ze meedoen aan het verkeer’, stelt taxibuschauffeur Janmarc van ’t Lindenhout voor. ‘Alle fietsers mogen trouwens wel worden bijgespijkerd op het gebied van de verkeersregels, want de meesten hebben er geen flauw benul van.’
  • Camera’s ophangen. De camera van de verslaggever blijkt namelijk preventief te werken, merken we. ‘Iedereen gedraagt zich plots voorbeeldig’, jubelt Buis. ‘Wil je hier morgen alsjeblieft ook weer komen filmen?’

English

7 REACTIES

  1. Geen idee wie -studenten of niet, internationals of niet- nu de meeste overlast veroorzaakt, maar het is wel duidelijk dat er een probleem is met het rij- en parkeergedrag van veel fietsers. De overheersende mentaliteit is er vaak één van ‘ik ga overal snel even tussendoor’, en ik herken zelf ook wel hoe snel je als fietser in die houding schiet.

    Het wordt ook wel steeds moeilijker om gewoon over de stoep te lopen. Fietsen staan echt overal. Ongetwijfeld zijn er te weinig stallingen, maar zelfs dan mag je als fietser nog wel probéren om je fiets een beetje aan de kant te zetten en niet dwars midden op de stoep – dat is pure provocatie. In Amsterdam zou je fiets dan al lang in een gracht liggen.

  2. Naar mijn mening is de volgende stelling de grootste flauwe kul: “Nergens zijn de fietsers en voetgangers zo erg als in Groningen. Geef je ze een stopteken, dan fietsen ze gewoon om je heen”.
    Hier hebben we “tegelijkertijd op groen” voor fietsers. Dat werkt perfect hier. In andere grote steden hebben ze het ook geprobeerd, dat werd een groot fiasco.
    En “te veel studenten”? Kom op zeg! De grootste reden dat Groningen zo’n geweldige en gezellige stad is, is vanwege die studenten!
    De universiteit samen met het Universitair Medisch Centrum zijn de grootste werkgevers. En dat is mede te danken aan de studenten.
    In deze hele discussie wordt één ding vergeten, fietsen is de meest milieuvriendelijke manier van verplaatsen en het is ook nog een keer gezond!
    Alle fietsers bij elkaar zorgen ervoor dat de lucht hier in deze grote stad één van de gezondste is.
    Ik zeg “power to the fietsers!” en ik hoop dat er nog veel meer komen.

  3. Zoals anderen benoemen denk ik dat de grootste overlastveroorzakers, inclusief mijzelf, dat geef ik toe, gewoon brutale Nederlandse studenten zijn die prima kunnen fietsen en juist daarom denken dat ze alles kunnen maken. In het centrum ervaar ik wel dat in de smalle straatjes voetgangers ook niet al te goed bezig zijn. Te smalle stoep om met z’n drieën naast elkaar te lopen? Gewoon op de al veel te smalle straat naast elkaar lopen, prima! Ik mijd het centrum daarom altijd zoveel mogelijk.

  4. Wellevendheid is een woord, dat niet meer wordt begrepen, en, de RUG wil zoveel mogelijk studenten, hoe meer hoe beter, en dat alles zorgt voor de fietschaos in de stad.
    Een stad, die we door de overlast van de grote hoeveelheid studenten vorig jaar zijn ontvlucht.
    Absurd, dat het handwerk niet meer in de mode is, de energietransitie zal zo niet gerealiseerd worden. Wij kunnen hem wel goed plannen, dat dan weer wel.

  5. Ik ben het eens met het feit dat het (fiets)verkeer echt een rotzooi is in Groningen, maar ben ervan overtuigd dat het absoluut niet ligt aan buitenlandse studenten en ‘provincialen’. Fietscursus hoef je dan ook echt niet te geven. Het zijn naar mijn idee juist de Nederlanders die het meest brutaal zijn op de weg. Wellicht zijn er enkele buitenlanders die wel wat peper in de reet kunnen gebruiken, maar dat leren ze gauw genoeg. Ook heeft de situatie in de provincie weinig te maken met hoe studenten in de stad fietsen, want iedereen die hier studeert is slim genoeg om zich gauw aan te passen aan de verkeerssituatie. Echt een beetje idioot om het weer (voor een deel) af te schuiven op buitenlanders (die trouwens, vanuit de motivatie om een positiever woord te gebruiken, best ‘internationalen’ genoemd zouden mogen worden!).

    Naar mijn mening zijn er veel teveel studenten in Groningen (iets waar de RUG volledig de ogen voor lijkt te sluiten) en de situatie is gewoon bizar slecht geregeld in het centrum. Ik fietste een uurtje geleden langs het Academiegebouw, en er moest per se een vrachtwagen langs. Waarom? En hoezo vinden alle wegwerkzaamheden nu plaats, in september en oktober, rondom Oude Botering en Vismarkt? Iets waar ik me ook groen en geel aan erger, is dat voetgangers ook regelmatig op de fietspaden en straat lopen, maar daar hoor je zelden iemand over.

    Fouten worden altijd gemaakt in het verkeer, en idiote fietsers blijf je altijd houden, maar teveel fietsers in een onhandige situatie is altijd een recipe for disaster, onafhankelijk van de algehele mentaliteit van de fietscultuur.

    • Helemaal mee eens, er zijn veel te veel studenten in Groningen!! De verhouding studenten-stadjers is één op drie- dat is domweg te veel. En dat merk je aan allerlei dingen: het fietsprobleem op zich is één ding, maar ook de enorme aantallen brakke fietsen voor de huizen, en de verloedering van de vaak potentieel prachtige huizen binnen de zgn. diepenring. Dit komt echt door de kamerbewoners, studenten dus, en door de huisjesmelkers! Heeft trouwens allemaal weinig te maken met import of autochtoon – bot gedrag op de weg (of waar dan ook) is over het algemeen meer iets voor Nederlanders…. Maar het zijn gewoon de aantallen die het echte probleem vormen, zowel de RuG als Saxion zouden een studentenstop moeten instellen, er zouden studentenwoningen gebouwd moeten worden bij het Zerniketerrein en het aantal studentenwoningen in de binnenstad moet sterk worden ingekrompen. Geef de binnenstad terug aan de burgers!!!

  6. Ik ben een overtuigd fietser en heb het niet op auto’s. Toch begin ik me steeds meer te ergeren aan de overlast door fietsers. Het zijn er gewoon wel heel veel geworden, en hun rijgedrag loopt de spuigaten uit. Anders dan wel wordt gesuggereerd zijn het denk ik niet bij uitstek buitenlandse studenten. De Nederlanders maken er ook een gevaarlijke zooi van, en van hen zijn er nog steeds veel meer. Ik denk ook niet dat de interactie tussen auto’s en fietsers het grootste probleem is. Ik zie vooral veel fietsers die overal tussendoor rammen, zonder zich aan enige verkeersregel te storen, maar ook zonder enig verkeersinzicht of neiging tot risicobeheersing. Met hun gesloten koptelefoons op horen ze ook niet meer wat er om hen heen gebeurt. Het lijkt wel alsof ze niet beseffen dat ze eigenlijk heel kwetsbare verkeersdeelnemers zijn, en dat een klap met je hoofd tegen het asfalt het einde van je studie kan betekenen, of van die van iemand anders.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in