Studenten

Op stap met de railcateraar

Heetwater kamelenbult

Het vergt uithoudingsvermogen om met tien liter water op je rug en een bak om je heupen het smalle gangpad in de trein door te komen. Biologiestudente Femke Weening doet het wekelijks. Ze is railcateraar.
Door Matthijs Nieuwenhuijse / Foto’s Marre Meijerink

‘Ik hoef geen koffie, maar je mag me wel een mop vertellen’, zegt een onderuitgezakte hippie in een volle treincoupé tijdens de spits. Railcateraar Femke graaft diep in haar parate moppentrommel. ‘Jantje loopt met oma over straat. Als hij een snoepje wil oprapen zegt oma: ‘’Nee, alles wat op de grond ligt is vies.’’ Als hij even later een tientje op straat ziet, zegt oma hetzelfde. Vervolgens glijdt zij uit over een bananenschil en ligt languit op straat. Als oma vraagt of Jantje haar wil helpen, zegt hij: ‘’Nee oma, alles wat op de grond ligt is vies.’’’

De hippie kijkt Femke glazig aan en grinnikt dan beleefd. ‘Die ga ik sowieso doorvertellen’, belooft hij.

Ze vertelt vaker moppen op aanvraag. ‘Het hoort er een beetje bij. Gelukkig is het niet altijd zo ongemakkelijk als daarnet’, zegt Femke Weening (21) wanneer ze haar weg door de trein vervolgt. ‘Bij een groep aangeschoten studenten bijvoorbeeld heb je de lachers op je hand.’

Powerbank

Femke studeert biologie aan de RUG. Sinds juni 2017 werkt ze daarnaast bij de NS Railcatering. Uitgerust met een zware heetwaterkamelenbult en een bak lekkers trekt Femke er wekelijks op uit om te zorgen dat het de ‘beste reizigers’ van de NS aan niets ontbreekt. Met koffie, thee, soep, drop, koeken, snoep, bier, worstjes en zelfs een powerbank in haar ambulante assortiment verkoopt Femke zelden een ‘nee’.

Haar werkdag begint op station Zwolle. Naast de kiosk in het stationsgebouw hebben de Railcateraars hun bevoorradingsstek. Terwijl Femke zich in haar bepakking hijst, vult collega Sander haar bak bij. ‘De collega’s zijn zeer gevarieerd, maar over het algemeen jong. Hoewel er ook een railcateraar van 61 rondloopt’, vertelt Sander met een blikje cola in zijn hand. ‘Een deel doet het werk als bijbaan naast de studie, maar er zitten ook fulltimers tussen. Groot voordeel voor studenten is de flexibiliteit van de werktijden’, zegt Sander, die zelf studeert aan de LOI.

Als Femke is voorzien, gaat ze naar de trein richting Almere. ‘De truc is om helemaal voorin te beginnen’, doceert Femke. ‘In Lelystad heb je dan precies een treinstel gehad en kun je overstappen naar het volgende.’

Happig

Ze rijdt dit traject vaker. Andere routes zijn de trein naar Utrecht, en de treinen tussen Utrecht en Den Bosch en Eindhoven. Femke doet alleen de trajecten vanuit Zwolle.

In het conducteurshokje prijst Femke via de intercom haar waren aan. ‘… en u kunt gewoon pinnen’, besluit ze haar bericht. Die pinmogelijkheid heeft de omzet van de Railcatering zichtbaar doen stijgen. En die stijging was welkom. ‘Winst maken we nauwelijks’, licht Femke toe. ‘Railcatering is vooral een service van de NS.’

Die service voorziet Femke van een glimlach. Zelfs de stugste smartphonestaarder geeft een klein knikje terug wanneer Femke hem een welgemeend ‘goedemiddag’ toewerpt. Want de mensen in de trein naar Almere zijn happig vandaag. In iedere coupé raakt Femke wel wat koffie en een koek kwijt. ‘Het kan nog beter, hoor’, zegt ze bescheiden. ‘De mensen zijn vandaag iets terughoudender.’ Hoeveel ze verkoopt, schrijft ze keurig op in een notitieboekje, om latere misverstanden te voorkomen.

Heel dikke buik

Het baantje bevalt Femke goed. ‘Vooral de zelfstandigheid en het sociale aspect spreken mij aan. De mensen zijn over het algemeen aardig.’

Toch zijn niet alle reizigers even gezellig. Vooral in de bovencoupés zitten de werkende forensen niet te wachten op een onderbrekende snack. ‘Je wordt veel genegeerd, maar daar wen je aan. En ook aangestaard. Zo’n outfit trekt nu eenmaal veel bekijks.’ Vooral bij kleine kinderen maakt de heupdraagbak met lekkers – ‘een heel dikke buik’, aldus een jeugdige reiziger in de trein terug naar Zwolle – veel los.

Fysiek is het een zwaar baantje. Het vergt uithoudingsvermogen om met tien liter water op je rug en een bak om je heupen het smalle gangpad enigszins soepel door te komen. Wanneer de trein station Zwolle verlaat, wacht Femke een aantal minuten totdat het geschommel door alle wissels voorbij is.

Dienstpolo

Tegenover de soms zure gezichten en de fysieke belasting staat een redelijk salaris – vijftig cent meer per uur dan het minimumloon – en een gezellige groep collega’s. ‘Het werk zelf doe je natuurlijk alleen, maar tussendoor heb je veel contact met elkaar’, vertelt Femke tijdens haar pauze in het Railcateraarshonk op station Zwolle. ‘Ook drinken we wel eens wat na het werk.’

Ze kan haar dienstpolo weer uittrekken in de kleedruimte, waar het bordje met de tekst Je hoeft niet gek te zijn om hier te werken, maar het helpt wel aan de muur hangt. Ze grinnikt even. ‘Iedereen hier is lekker gek. Dat is ook wel nodig, denk ik. Je moet toch een beetje gek zijn om in de trein zo op te vallen en met een grap of een mop het de mensen naar de zin te maken.’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in