Studeren

'Forever een litteken. Door mij'

Hechten doe je zo!

Start extra code
Eerste slide: Voorpagina met Chapeau en kop

Leren hechten

Op weg naar perfectie

01-1 intro

Leuk om al die honderden co-assistenten los te laten in het ziekenhuis. Maar voor ze echte patiënten gaan hechten, wil je toch graag dat ze het even geoefend hebben. Maar hoe?

Elke zes weken krijgt een nieuwe groep co’s de hechtcursus in het skills centre van het UMCG van twee ervaren chirurgen. Gedurende twee dagen fröbelen ze met hechtdraden,  pincetten, naaldvoerders en… varkenspoten.

Maar veel studenten gaan verder. Voor ze zich zeker genoeg voelen om naald en draad ter hand te nemen in de operatiekamer, hechten ze de gekste materialen. Tot stressballen en bananen aan toe.

Door Lucia Grijpink / Foto’s Reyer Boxem
02-1

Varkenspoot

Madeleine ter Kuile – master 1
Martini Ziekenhuis, Groningen

02-2

‘Forever een litteken. Door mij.’

Madeleine ter Kuile oefende op een varkenspoot tijdens de hechtcursus in het klinisch trainingscentrum van het UMCG. ‘Ik hoorde pas kort van tevoren dat we op varkenspoten gingen hechten, dus dat was wel even schrikken’, vertelt ze. ‘Ze hadden een paar mooie sneeën in de poten gelegd die we konden hechten. Wat wel meteen opviel was de ‘lekkere’ geur. Alsof je speklapjes te lang op het aanrecht had laten liggen.’

Het hechten deed haar denken aan naaien met naald en draad, ‘maar dan superonhandig want je moet ook een naaldvoerder en pincet vasthouden én in de juiste greep’.

Inmiddels heeft Madeleine al twee keer echt mogen hechten. De eerste keer was bij de verwijdering van een spatader. Een chirurg voerde de operatie uit, maar behalve Madeleine was er ook een arts-assistent. Alle leuke klusjes gingen dus automatisch naar hem. Maar toen de arts-assistent even bezig was met iets anders en de chirurg doorging met hechten, greep Madeleine haar kans. Of zíj een paar hechtingen mocht zetten?

‘Ik vond het verrassend veel lijken op de varkenspoot’, zegt ze. ‘Er was alleen wat meer subcutis (onderhuids weefsel red.). Bij de varkenspoot zat je vrij snel op het bot.’ Maar er was ook een groot verschil. ‘Je weet dat het een mens is, dat maakt alles anders. Ik dacht: als ik het nu verklooi heeft deze persoon forever een litteken. Door mij.’

3-1

Banaan

Rick Overwijk – master 2
De Tjongerschans Heerenveen

3-2

‘Geneeskunde is life’

Rick Overwijk zit in het tweede jaar van z’n coschappen. Toen z’n coschap chirurgie in Assen naderde, besloot hij alvast te oefenen met hechten. ‘Ik wilde daar niet als een kip zonder kop staan.’

Hij vond online een artikel voor coassistenten dat verschillende oefenvoorwerpen vergeleek. De kipfilet kwam als winnaar naar voren. Rick eet alleen geen vlees en ging daarom voor nummer twee: de banaan. ‘Die is heel handig want het heeft een schil met daaronder de banaan, wat te vergelijken is met subcutaan vet.’

Z’n eerste hechting deed hij op de hand van een patiënt bij wie net een zwelling was verwijderd. ‘Mijn supervisor zei na afloop dat hij het zelf niet beter had kunnen doen’, glundert hij.

Hij oefende zelfs met de naaldvoerder en hechtdraad op de gescheurde rok van zijn vriendin. ‘Geneeskunde is life,’ grinnikt hij.

Rick wil kleine operaties blijven doen. ‘Ik denk dat ik huisarts wil worden, maar wel een die kleine chirurgische ingrepen doet. M’n eigen huisarts stuurt iedereen door met ook maar een snee. Maar ik vind het heel leuk om met m’n handen bezig te zijn.’

Hij gaf de banaan drie verschillende hechtingen. ‘Maar er zit nu wel allemaal banaan op m’n naaldvoerder.’

4-1

Kipfilet

Maarten Huismans – master 2
Deventer Ziekenhuis

4-2

De kipfilet heeft de koekenpan niet meer gehaald

Maarten Huismans mocht nog niet hechten op de afdeling plastische chirurgie in Deventer, hij moest eerst de kipfilettest doorstaan. De co moest een kipfilet meenemen, een snee maken en ter plekke aan de plastische chirurgen demonstreren dat hij het stuk vlees netjes kon hechten.

Maarten had tot dat moment nog weinig ervaring. Bij een eerder coschap op de afdeling chirurgie in Delfzijl had hij eigenlijk te weinig opgepikt. ‘Ik wachtte tot zij mij vroegen te hechten. Maar dat werkt totaal niet. Je moet het gewoon zelf vragen.’

Nu sloeg hij thuis kipfilets in en hing touwtjes aan de muur in de wc, om te oefenen met knopen. Op z’n verjaardag kreeg hij bovendien een hechtsetje van zijn studievrienden.

‘Dit oefenen vind ik fantastisch’, glimlacht hij, terwijl hij met een groot keukenmes een snee maakt in de kipfilet. ‘Een kipfilet is handig want het biedt weinig weerstand. Je trekt al snel te hard aan waardoor de randen omhoog gaan staan, of je gaat er doorheen met de draad.’

Het kostte Maarten slechts twee kipfilets om te slagen.  Eentje om te oefenen en eentje om mee te nemen naar het ziekenhuis. Al na een avondje ploeteren waagde hij het erop. Met succes.

De kipfilet heeft de koekenpan niet meer gehaald die avond. Maarten was wel even klaar met kippenvlees.

5-1

Sinaasappel

Marlies Buitendijk – arts-assistent
spoedeisende hulp in Emmen

5-2

‘Toen moest ik ineens die hele buik intracutaan hechten’

Marlies Buitendijk heeft net haar semi-artsstage chirurgie in het Martini Ziekenhuis afgerond en is daarmee afgestudeerd. Hechten leerde ze pas echt in haar tweede jaar coschappen in Enschede.

‘Ik mocht meehelpen aan een whipple operatie. Dan heeft de patiënt een grote snee over de hele buik.’ Toen de operatie klaar was, vroegen ze plotseling: “Kun je hechten?”’ Aarzelend antwoordde ze: ‘Jawel…’

‘Toen moest ik ineens die hele buik intracutaan hechten. Ik zweette ontzettend, want het was pas m’n tweede keer, maar gelukkig schoot de verpleegkundige te hulp.’ Die ging tegenover Marlies staan en sleepte haar erdoorheen.

Ogenblikkelijk besloot ze dat ze meer moest oefenen. Eerst deed ze dat op een plastic stuk nep-huid, maar dat was veel te stug. Vervolgens zocht ze iets dat dichter bij echte huid kwam. De sinaasappel bleek een prima alternatief. ‘Met een sinaasappel moet je zelfs nog voorzichtiger zijn, want anders trek je het draadje er doorheen.’

Een huisgenoot uit Enschede oefende ook, maar hij koos voor een heel ongebruikelijk voorwerp. ‘Hij ging cardiothoracale chirurgie doen en haalde maar vast een varkenshart bij de slager. Dat heeft hij helemaal ontleed en toen weer gehecht. Heel interessant, maar ik vond het wat minder dat hij het in onze keuken deed.’

06-stressbal

Stressbal

Manolis Kyrloglou – master 1
Martini Ziekenhuis

06-2

‘Ik denk wel dat het goed is om te blijven oefenen. Op alles’

Manolis Kyrloglou komt uit Griekenland en deed zijn eerste coschap op de plastische chirurgie in het Martini Ziekenhuis. Bij plastische chirurgie is het zo mogelijk nog belangrijker dat een hechting esthetisch goed is uitgevoerd. Oefenen, oefenen, oefenen dus.

Manolis zat in z’n kamer toen zijn oog viel op een kapotte stressbal. Hij had geen idee hoe de scheuren erin waren gekomen, maar het leek hem wel een uitdaging die te hechten. Dat bleek best een opgave. ‘Hij rolt natuurlijk steeds weg, dus ik moest ‘m goed vasthouden. Verder geeft een stressbal constant weerstand op de naald. Bij de huid is dat anders, want dan heb je alleen in het begin weerstand en daarna niet meer.’

Tijdens zijn coschap mocht hij meerdere keren hechten. Meestal waren dat kleine gaatjes van een liposuctieoperatie, maar het hoogtepunt van zijn hechtcarrière was toen hij mocht helpen aan een littekencorrectie in de buikwand. ‘De buik werd geopend en opnieuw gesloten. Ik mocht niet de hele buik doen, maar wel iets van vijf centimeter.’

Of de stressbal hem echt heeft geholpen, vindt Manolis moeilijk te zeggen. ‘Ik denk wel dat het goed is om te blijven oefenen. Op alles.’ Helaas had hij de naaldvoerder die hij gebruikt heeft bij het hechten van de stressbal geleend van de plastische chirurgie. Die moest hij dus weer inleveren.

mobile versie

Hechten op een echt mens, je moet het maar durven. Coassistenten worden er in hun driejarige master mee geconfronteerd. Maar hoe bereid je je daar het best op voor?
Door Lucia Grijpink / Foto’s Reyer Boxem

Leuk om al die honderden coassistenten los te laten in het ziekenhuis. Maar voor ze echte patiënten gaan hechten, wil je toch graag dat ze het even geoefend hebben. Maar hoe?

Elke zes weken krijgt een nieuwe groep co’s de hechtcursus in het skills centre van het UMCG van twee ervaren chirurgen. Gedurende twee dagen fröbelen ze met hechtdraden, pincetten, naaldvoerders en… varkenspoten.

Maar veel studenten gaan verder. Voor ze zich zeker genoeg voelen om naald en draad ter hand te nemen in de operatiekamer, hechten ze de gekste materialen. Tot stressballen en bananen toe.

Varkenspoot

Madeleine ter Kuile – master 1
Martini Ziekenhuis, Groningen

 

Madeleine ter Kuile oefende op een varkenspoot tijdens de hechtcursus in het klinisch trainingscentrum van het UMCG. ‘Ik hoorde pas kort van tevoren dat we op varkenspoten gingen hechten, dus dat was wel even schrikken’, vertelt ze. ‘Ze hadden een paar mooie sneeën in de poten gelegd die we konden hechten. Wat wel meteen opviel was de ‘lekkere’ geur. Alsof je speklapjes te lang op het aanrecht had laten liggen.’

Het hechten deed haar denken aan naaien met naald en draad, ‘maar dan superonhandig want je moet ook een naaldvoerder en pincet vasthouden én in de juiste greep’.

Inmiddels heeft Madeleine al twee keer echt mogen hechten. De eerste keer was bij de verwijdering van een spatader. Een chirurg voerde de operatie uit, maar behalve Madeleine was er ook een arts-assistent. Alle leuke klusjes gingen dus automatisch naar hem. Maar toen de arts-assistent even bezig was met iets anders en de chirurg doorging met hechten, greep Madeleine haar kans. Of zíj een paar hechtingen mocht zetten?

‘Ik vond het verrassend veel lijken op de varkenspoot’, zegt ze. ‘Er was alleen wat meer subcutis (onderhuids weefsel red.). Bij de varkenspoot zat je vrij snel op het bot.’ Maar er was ook een groot verschil. ‘Je weet dat het een mens is, dat maakt alles anders. Ik dacht: als ik het nu verklooi heeft deze persoon forever een litteken. Door mij.’

Banaan

Rick Overwijk – master 2
De Tjongerschans Heerenveen

 

Rick Overwijk zit in het tweede jaar van z’n coschappen. Toen z’n coschap chirurgie in Assen naderde, besloot hij alvast te oefenen met hechten. ‘Ik wilde daar niet als een kip zonder kop staan.’

Hij vond online een artikel voor coassistenten dat verschillende oefenvoorwerpen vergeleek. De kipfilet kwam als winnaar naar voren. Rick eet alleen geen vlees en ging daarom voor nummer twee: de banaan. ‘Die is heel handig want het heeft een schil met daaronder de banaan, wat te vergelijken is met subcutaan vet.’

Z’n eerste hechting deed hij op de hand van een patiënt bij wie net een zwelling was verwijderd. ‘Mijn supervisor zei na afloop dat hij het zelf niet beter had kunnen doen’, glundert hij.

Hij oefende zelfs met de naaldvoerder en hechtdraad op de gescheurde rok van zijn vriendin. ‘Geneeskunde is life,’ grinnikt hij.

Rick wil kleine operaties blijven doen. ‘Ik denk dat ik huisarts wil worden, maar wel een die kleine chirurgische ingrepen doet. M’n eigen huisarts stuurt iedereen door met ook maar een snee. Maar ik vind het heel leuk om met m’n handen bezig te zijn.’

Hij gaf de banaan drie verschillende hechtingen. ‘Maar er zit nu wel allemaal banaan op m’n naaldvoerder.’

Kipfilet

Maarten Huismans – master 2
Deventer Ziekenhuis

 

Maarten Huismans mocht nog niet hechten op de afdeling plastische chirurgie in Deventer, hij moest eerst de kipfilettest doorstaan. De co moest een kipfilet meenemen, een snee maken en ter plekke aan de plastische chirurgen demonstreren dat hij het stuk vlees netjes kon hechten.

Maarten had tot dat moment nog weinig ervaring. Bij een eerder coschap op de afdeling chirurgie in Delfzijl had hij eigenlijk te weinig opgepikt. ‘Ik wachtte tot zij mij vroegen te hechten. Maar dat werkt totaal niet. Je moet het gewoon zelf vragen.’

Nu sloeg hij thuis kipfilets in en hing touwtjes aan de muur in de wc, om te oefenen met knopen. Op z’n verjaardag kreeg hij bovendien een hechtsetje van zijn studievrienden.

‘Dit oefenen vind ik fantastisch’, glimlacht hij, terwijl hij met een groot keukenmes een snee maakt in de kipfilet. ‘Een kipfilet is handig want het biedt weinig weerstand. Je trekt al snel te hard aan waardoor de randen omhoog gaan staan, of je gaat er doorheen met de draad.’

Het kostte Maarten slechts twee kipfilets om te slagen.  Eentje om te oefenen en eentje om mee te nemen naar het ziekenhuis. Al na een avondje ploeteren waagde hij het erop. Met succes.

Sinaasappel

Marlies Buitendijk – arts-assistent
spoedeisende hulp in Emmen

 

Marlies Buitendijk heeft net haar semi-artsstage chirurgie in het Martini Ziekenhuis afgerond en is daarmee afgestudeerd. Hechten leerde ze pas echt in haar tweede jaar coschappen in Enschede.

‘Ik mocht meehelpen aan een whipple operatie. Dan heeft de patiënt een grote snee over de hele buik.’ Toen de operatie klaar was, vroegen ze plotseling: “Kun je hechten?”’ Aarzelend antwoordde ze: ‘Jawel…’

‘Toen moest ik ineens die hele buik intracutaan hechten. Ik zweette ontzettend, want het was pas m’n tweede keer, maar gelukkig schoot de verpleegkundige te hulp.’ Die ging tegenover Marlies staan en sleepte haar erdoorheen.

Ogenblikkelijk besloot ze dat ze meer moest oefenen. Eerst deed ze dat op een plastic stuk nep-huid, maar dat was veel te stug. Vervolgens zocht ze iets dat dichter bij echte huid kwam. De sinaasappel bleek een prima alternatief. ‘Met een sinaasappel moet je zelfs nog voorzichtiger zijn, want anders trek je het draadje er doorheen.’

Een huisgenoot uit Enschede oefende ook, maar hij koos voor een heel ongebruikelijk voorwerp. ‘Hij ging cardiothoracale chirurgie doen en haalde maar vast een varkenshart bij de slager. Dat heeft hij helemaal ontleed en toen weer gehecht. Heel interessant, maar ik vond het wat minder dat hij het in onze keuken deed.’

Stressbal

Manolis Kyrloglou – master 1
Martini Ziekenhuis

 

Manolis Kyrloglou komt uit Griekenland en deed zijn eerste coschap op de plastische chirurgie in het Martini Ziekenhuis. Bij plastische chirurgie is het zo mogelijk nog belangrijker dat een hechting esthetisch goed is uitgevoerd. Oefenen, oefenen, oefenen dus.

Manolis zat in z’n kamer toen zijn oog viel op een kapotte stressbal. Hij had geen idee hoe de scheuren erin waren gekomen, maar het leek hem wel een uitdaging die te hechten. Dat bleek best een opgave. ‘Hij rolt natuurlijk steeds weg, dus ik moest ‘m goed vasthouden. Verder geeft een stressbal constant weerstand op de naald. Bij de huid is dat anders, want dan heb je alleen in het begin weerstand en daarna niet meer.’

Tijdens zijn coschap mocht hij meerdere keren hechten. Meestal waren dat kleine gaatjes van een liposuctieoperatie, maar het hoogtepunt van zijn hechtcarrière was toen hij mocht helpen aan een littekencorrectie in de buikwand. ‘De buik werd geopend en opnieuw gesloten. Ik mocht niet de hele buik doen, maar wel iets van vijf centimeter.’

Of de stressbal hem echt heeft geholpen, vindt Manolis moeilijk te zeggen. ‘Ik denk wel dat het goed is om te blijven oefenen. Op alles.’ Helaas had hij de naaldvoerder die hij gebruikt heeft bij het hechten van de stressbal geleend van de plastische chirurgie. Die moest hij dus weer inleveren.

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in