Weer is mijn verleden flink gekrompen

Gerrit Breeuwsma hield jarenlang een archief bij dat bestond uit vele, vele krantenknipsels. En toen kwam het verzoek of hij de zaak eens wilde opruimen.

Enkele weken geleden kreeg ik een mailtje met het verzoek of ik binnenkort eens naar enkele archiefkasten en dozen wilde kijken om te bepalen wat bewaard moest worden en wat weg kon. Die kasten en dozen, afgeplakt met een niet te missen krantenknipsels Gerrit Breeuwsma erop, staan in een achterafkamer die lange tijd als opslagruimte dienst deed, maar nu vrijgemaakt moet worden voor andere doeleinden.

Er was geen haast bij, werd me verzekerd, maar ik proefde aan alles dat ik het niet te lang kon uitstellen en dus toog ik vorige week naar de kamer om onder te duiken in wat goed beschouwd mijn verleden was.

Al tijdens mijn studie ben ik begonnen met het aanleggen van knipselmappen over alle mogelijke onderwerpen – van zeventiende-eeuwse portretkunst tot in-vitrofertilisatie – waarvan ik dacht dat ik er ooit iets mee zou kunnen. Ik heb dat vervolgens lange tijd volgehouden, zodat ik jaren achtereen elke week begon met het uitknippen en rubriceren van een stapel artikeltjes, die ik wegstak in mappen en zo een plaats gaf in een almaar uitdijend archief.

Het had waarschijnlijk van het begin af aan iets merkwaardigs, zoals ik mijn kostbare tijd zat te verdoen met schaar en lijmpot. Als een soort eigentijdse Bouvard en Pécuchet, naar de gelijknamige roman van Gustave Flaubert, deed ik verwoede pogingen om alle kennis over de wereld te verzamelen en te rubriceren; een onderneming die bij beide heren grenst aan de waanzin.

Ik maakte echter vaak genoeg gebruik van mijn archief – voor eigen schrijfdoeleinden, maar ook in het onderwijs – om al die inspanningen te rechtvaardigen, meende ik. Bovendien liet een medewerker van wat toen het Archief en Documentatiecentrum van de Nederlandse Psychologie heette zich eens ontvallen dat zij er beslist belangstelling voor hadden, zou ik het ooit van de hand willen doen.

Eens zou ik er blij mee zijn, maar ik werd er vooral een beetje treurig van

Achteraf gezien waren dat waarschijnlijk de hoogtijdagen van mijn archief. Rond de eeuwwisseling begon het me boven het hoofd te groeien. Steeds meer informatie kwam digitaal beschikbaar, zodat ik aanvankelijk mijn bronnen flink kon uitbreiden, maar al gauw leverde dat zoveel materiaal op dat ik er op een maandagochtend niet meer doorheen kwam. Op mijn bureau stapelden zich de onverwerkte knipsels op.

Mijn archief werd een anachronisme (als het dat altijd al niet was). Want als ik iets zocht, kon ik het steeds vaker sneller op internet vinden dan in mijn eigen archief. Een aantal jaren geleden moest ik van een grote naar een kleine kamer verkassen en zag ik me al genoodzaakt flink te snijden in mijn archief. Eén kast kon ik meenemen naar mijn nieuwe kamer; de rest verdween uit het zicht in voornoemde achterafkamer.

Maar nu stond ik een paar uur de ene na de andere map in een blauwe container te kieperen. Aanvankelijk zonder aarzelen, zoals je een pleister het beste in een keer kunt afrukken, maar na een tijdje begon ik te bladeren en te lezen. Ik begon steeds beter te begrijpen waarom ik de knipsels destijds bewaard had.

Ondertussen kwamen er collega’s langs die er wel iets vermakelijks in zagen hoe ik stond te zwoegen. Ze ontpopten zich als aanhangers van opruimgoeroe Marie Kondo, die als criterium heeft dat je alleen iets moet houden als het je gelukkig maakt. Dat was dan ook steeds wat mijn collega’s me voorhielden: eens zou ik er blij mee zijn. Ik werd er vooral een beetje treurig van.

Ik zal het echter onder ogen moeten zien. Vergeleken met vroeger is mijn verleden flink gekrompen. Dat wordt de komende jaren alleen maar erger tot er op den duur niets meer van me over blijft.  

GERRIT BREEUWSMA    

2 REACTIES

  1. Wat verschrikkelijk (en) herkenbaar! De week voor mijn pensioen sta ikzelf nu voor twee indrukwekkende stalen kasten met mijn archief. Die moeten wijken voor een verbouwing, en niemand lijkt meer geïnteresseerd in de onvervangbare eerste en laatste versies van mijn schrijfsels, om maar slechts een van de historisch toppers te noemen. Weg, weg, alles moet weg. En alles geeft mij sparkels, Marie Kondo! Sterkte, Gerrit!

  2. Gelukkig blijven uw columns op internet tot de ‘eeuwigheid’ bewaard. Wellicht komen ze zelfs in het boek over 100 jaar UK wel op papier (als er dan nog een boom gekapt mag worden om papier te maken) te staan zodat iemand ze weer uit kan knippen.
    En, wat een toeval op deze dia de los muertos, er blijft pas niets van u over wanneer niemand meer aan u denkt.

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.