‘We geven donorlevers een jumpstart’

RUG-onderzoeker Rianne van Rijn heeft een missie: meer succesvolle levertransplantaties. Het doorspoelen van een donorlever door middel van een perfusiemachine, kan de kwaliteit van de transplantaties verbeteren, denkt ze.
Door Anne Floor Lanting

Hoe zorg je ervoor dat een patiënt na een levertransplantatie toch nog happily ever after leeft? Ook als de donorlever misschien van iets mindere kwaliteit is? Dat wilde transplantatiecoördinator Rianne van Rijn uit het UMCG weten. ‘Vanaf het moment dat de lever uit het lichaam van de donor is gehaald, zit deze zonder zuurstof. In die tijd bouwt de lever een soort energieschuld op.’

Plaats je die lever vervolgens in het lichaam van de ontvanger, zou hij meteen moeten gaan werken. Maar die energieschuld is er nog wel. ‘Een donorlever begint dus met een flinke achterstand’, legt ze uit.

Machine perfusie

Voor haar promotieonderzoek onderzocht Van Rijn methodes die de achterstand van de donorlever moesten ondervangen. Machineperfusie speelde hierbij een belangrijke rol. ‘Daarmee geven we de lever een soort jumpstart en kan deze na transplantatie meteen goed werken.’

Daarvoor worden de bloedvaten van de lever, de slagader en de poortader, aan slangen verbonden, waarna de lever wordt doorgespoeld met een koude vloeistof die zuurstof en allerlei voedingsstoffen bevat. ‘Zo krik je het zuurstofgehalte van de lever op tot een normaal niveau’, vertelt Van Rijn. De schadelijke processen die zijn gestart terwijl de lever buiten het lichaam was, kun je zo wegvangen’, legt de toekomstige chirurg uit.

Veelbelovend

Haar onderzoek betrof slechts tien patiënten,maar de resultaten zijn veelbelovend.‘We zagen geen nadelige effecten en sommige voordelige effecten bleken significant te zijn, zoals hogere energiewaardes, betere bloedwaardes na transplantatie én bescherming van de schade aan de galwegen’, legt Van Rijn uit.

De lever kan echter (nog) niet langer buiten het lichaam bewaard blijven. ‘Op het moment dat de lever het UMCG binnenkomt, koppelen we deze aan de perfusiemachine. Tegelijkertijd begint een ander team  met de operatie van de ontvanger. We stellen alles in het werk om geen tijd te verliezen.’

Zonder de perfusie echter, ligt zo’n lever gewoon in de koelbox energie te verliezen, terwijl de ontvanger geopereerd wordt.

Winst

Haar promotieonderzoek is nu afgerond, maar Van Rijn werkt nog aan een internationale studie onder 160 patiënten. Hierin probeert ze te ontdekken of er verschillen zijn in complicaties na levertransplantaties met en zonder perfusie. De studie richt zich op donorlevers die daadwerkelijk getransplanteerd worden, maar de toekomstige chirurg zou haar onderzoek graag verder uitbreiden.

Van de 250 orgaandonoren die er in Nederland jaarlijks ongeveer zijn, wordt immers bij slechts 30 procent de lever gebruikt. ‘Die andere 70 procent dus niet. Dat heeft alles te maken met verhoogde risico’s rond leeftijd, vervetting, alcohol- en medicijngebruik van de donor. Noem maar op. Bij die 70 procent valt hartstikke veel winst te behalen. Daartussen zijn vast nog wel een aantal levers die wel goed getransplanteerd zouden kunnen worden.’

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in