Verkiezingen VS: de misverstanden

De verkiezingscampagnes lijken al eeuwen te duren, maar nu staan de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 toch echt voor de deur. In aanloop naar 8 november praat de UK met Amerikanen aan de RUG over het belang van de verkiezingen voor hen en hoe het is om – vanaf deze kant van de oceaan – alle krankzinnigheid in de VS gade te slaan.
Door Traci White / Vertaald door Sarah van Steenderen

Vraag: Wat denk jij dat Nederlanders niet begrijpen van de verkiezingen en van Amerikanen in het algemeen?

Toen Trump net in opkomst was, verbaasde ik me wel over de hoeveelheid Nederlanders die dachten dat veel bedrijven hem zouden steunen, omdat hij zelf zo’n zakenman is.

Ik denk bij Trumps bedrijven altijd aan de faillissementen en nauwelijks legale zwendel, maar blijkbaar is niet iedereen in en buiten de VS daarvan op de hoogte. Ik denk dat mensen het feit dat de VS zo stelselmatig heterogeen is het schokkendst vinden. Het idee dat Groningen en Delfzijl bijvoorbeeld verschillende regels zouden hebben over hoe er in een landelijke verkiezing gestemd moet worden, zou voor veel Nederlanders belachelijk zijn. Maar in de VS is dat normaal. Dat komt nu weer naar boven, omdat diverse zaken voor het Hooggerechtshof in een gelijkspel zijn geëindigd. En er zijn nationale wetten die in verschillende delen van het land verschillend geïnterpreteerd moeten worden vanwege onopgeloste conflicten in lagere rechtbanken.

Ik denk dat het grootste verschil hem zit in de manier waarop de verkiezingen gehouden worden en hoe de uitkomst bepaald wordt.

Amerikaanse verkiezingen gaan vaak heel erg over de sensatie en de kandidaten. Nederlandse verkiezingen zijn vaak nuchterder en kijken meer naar de argumenten. Ik denk dat het meer een cultuurding is daar, en het contrast is wel leuk om te zien.

Ik denk dat de omvang en diversiteit van de Verenigde Staten heel moeilijk te begrijpen is.

Hoe vervreemd we van elkaar kunnen raken in een samenleving die zo groot is. Als een liberale wereldburger die jaren in Europese steden heeft gewoond, heb ik meer gemeen met soortgelijke Nederlanders dan met de meeste Amerikanen.

Dat is een lastige vraag.

Ik denk dat veel Nederlanders (en veel Europeanen) de Amerikaanse verkiezingen op de voet volgen, en dat ze redelijk goed snappen wat er aan de hand is. Ze snappen ook waarom zo iemand als Trump op het moment zo populair is in de VS, aangezien soortgelijke politici (van Wilders tot Le Pen) het op het moment ook goed doen in de Europese verkiezingen. Rassenkwesties en de manier waarop die de campagnes beïnvloeden, zijn misschien het moeilijkst te snappen. Ik denk dat de discussie over racisme in de VS erg verschilt van die in Europa. Racisme is wel een enorm probleem aan beide kanten van de Atlantische oceaan, maar ik denk dat Amerikanen het veel sneller als probleem accepteren (zie bijvoorbeeld Clintons optreden tijdens het debat), ook al komen ze daar niet echt verder mee.

Het is een soort jurysysteem.

Het idee dat het je gelijken zijn die oordelen vellen in plaats van geïnformeerde, getrainde experts, lijkt sterk op het idee om individuen te verkiezen, in plaats van partijen. In Nederland maakt het wel uit wie er op de lijst staat, maar de verkiezingen gaan echt niet alleen maar om de namen op die lijst. Volgens mij kunnen niet-Amerikanen het essentiële, historische wantrouwen van veel Amerikanen moeilijk begrijpen.

Ik denk dat mensen niet echt doorhebben hoe irrelevant de politieke partijen geworden zijn op landelijk niveau.

What’s the matter with Kansas” van [Thomas] Frank is wel een goed boek over Republikeinen. Ik denk dat de persoonlijkheden van de kandidaten ook belangrijker zijn geworden door de tanende rol van de partijen, maar ik zie hetzelfde gebeuren in Nederland en Europa. En mensen onderschatten Trump. Die is heel slim en zoekt heel praktisch (niet-ideologisch) kwesties uit waar hij mee kan scoren. Nederlanders zijn over het algemeen best goed geïnformeerd, maar veel mensen vinden banale nationale stereotypen toch wel fijn – niet alleen over de VS, maar ook het Verenigd Koninkrijk, België, Duitsland, Italië, Rusland, etc. De VS is een groot land, en niet iedereen was betrokken bij lynchpartijen, niet iedereen heeft een stapel wapens, en veel Amerikanen weten heus wel dat Denemarken niet de hoofdstad van Brussel is. En Europeanen zijn altijd maar verbaasd dat er verschillende partijen op het stembiljet staan.

Het feit dat presidentskandidaten van eventuele derde partijen bijna geen toegang hebben, komt nauwelijks aan bod in de media (of elders).

Individuen kunnen zich als onafhankelijk kandidaat verkiesbaar stellen, maar elk van de vijftig staten heeft andere regels over hoe zo iemand op het stembiljet kan komen te staan. Deze kandidaten, die dus niet Democraat of Republikein zijn, moeten meer dan 800.000 handtekeningen verzamelen, willen ze hun naam er in elke staat op hebben. Dit jaar zijn er drie onafhankelijke kandidaten in de verkiezingen: Jill Stein van de Groene Partij, Gary Johnson van de Libertairen en Evan McMullin, die voornamelijk gesteund wordt door Republikeinen die tegen Trump zijn.

Veel Amerikanen vinden dat stemmen op een derde partij hetzelfde is als stemmen op de tegenpartij (een Democraat beschouwt een stem voor Jill Stein bijvoorbeeld als een stem voor Trump, terwijl Republikeinen een stem voor Evan McMullen als een stem voor Clinton zien). Maar in werkelijkheid is een stem voor Trump een stem voor Trump, een stem voor Clinton is een stem voor Clinton, en een stem voor Stein, Johnson of McMullin is een stem voor Stein, Johnson, of McMullin. En niet anders.

Ik vraag me bij deze verkiezingen voortdurend af: wie zijn toch die mensen die zeggen dat ze op Trump gaan stemmen?

Ik kom uit Louisiana, dus ik ken wel een paar mensen die hem steunen. Maar ik ging ervan uit dat slechts een minderheid van de Amerikanen op Trump zou stemmen. Ik vind zijn aanhoudende populariteit schokkend en verontrustend. Het doet me beseffen dat mijn Amerika maar een klein onderdeel is van Amerika als geheel.

Ik denk dat de omvang van het land moeilijk te bevatten is. Ik was tijdens de verkiezingen in 2008 in San Francisco. Ik wist dat Obama in Californië zou winnen en ging er dus van uit dat de meeste mensen in Noord-Californië op hem gingen stemmen. Maar een vriendin vertelde dat de mensen in haar kleine stadje in Noord-Californië absoluut niet op Obama gingen stemmen. Ze zei dat het hen maar om één ding ging: wapenbeperkingswetten. Zij wilden hun wapens houden en zullen alleen al daarom altijd op een Republikein stemmen. Dat deed me beseffen hoe groot en divers de staat Californië alleen al is. Elke regio heeft z’n eigen politieke profiel. En er zijn ontiegelijk veel regio’s in dit land. Ik denk dat dat verklaart waarom er overal in het land clubjes Trump-aanhangers zijn, al ben ik ze niet tegengekomen. Hopelijk zijn er te weinig om de verkiezing voor hem te winnen. Hup, Clinton!

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in