UMCG brengt met nieuwe ‘scanstraat’ aantal dierproeven terug

Meer data, minder dierproeven. Dat is het idee achter GronSAI, de nieuwe ‘scanstraat’ bij de Centrale Dienst Proefdieren (CDP) in het UMCG. 

De ‘Groningen Small Animal Imaging’-faciliteit bestaat uit vijf apparaten in één deel van het gebouw. Twee zijn nieuw; een mini-MRI-scanner en een gecombineerde PET-MRI. De andere drie had het UMCG al staan, maar die stonden niet bij elkaar in de buurt.

De apparaten tonen verschillende soorten weefsel. De een maakt hersenscans, een ander brengt spierweefsel in beeld. ‘Nu je die verschillende scans kunt combineren heb je niet één puzzelstukje, maar kun je meerdere puzzelstukjes tegelijk aan elkaar leggen’, zegt adjunct-hoofd Catriene Thuring van de CDP.

Goed voor dieren

Dat levert een efficiëntieslag op die niet alleen goed is voor de onderzoeker, maar ook voor de dieren. Hen simpelweg in een doosje van de ene scanner naar een scanner verderop in het gebouw brengen ‘is niet zorgvuldig omgaan met dieren’, zegt Thuring. ‘Dat doen we niet.’

Om goede beelden te krijgen moeten de proefdieren namelijk stil liggen. ‘Maar zeggen dat een dier stil moet liggen, zoals bij mensen gebeurt, werkt natuurlijk niet.’ Dus worden ze onder narcose gebracht, maar die tijd is beperkt.

Wil je meerdere scans doen, dan zou je ze eerst wakker moeten laten worden, ze verzorgen, netjes vervoeren en daar weer onder een roesje brengen, legt Thuring uit. ‘Dat is heel belastend voor een dier. Zo’n roesje klinkt heel vriendelijk, maar het is niet niks.’ Dat mag dus ook niet zonder dat er goede redenen voor zijn.

Geen andere manier

Hoeveel minder dierproeven de scanstraat oplevert, durft Thuring niet te zeggen. ‘We streven continu naar minder.’ Ze worden ook alleen gedaan als er echt geen andere manier is om die kennis te verkrijgen, zegt ze.

‘We zitten nu op het niveau dat je moet zoeken naar slimme oplossingen om dat getal verder naar beneden te krijgen. En ik kan je zeggen: makkelijk was dit niet.’

De moeilijkheid zat hem onder andere in de kosten, zegt Thuring. ‘In de zes nullen’, geeft ze prijs. Het gaat namelijk om bijzondere apparatuur. En om veiligheid, vanwege de radioactieve straling die erbij vrij komt.

Corona

Afgelopen jaren schommelde het aantal dierproeven in het CDP. In 2017 waren er 18.113, twee jaar later 18.731 en daarna daalde het tot 16.473 vorig jaar. Die daling heeft meerdere oorzaken, meldt het jaarverslag: van onderzoek naar vissenlarven die niet als dieren meetellen, tot de coronabeperkingen, waardoor mensen niet op het werk konden komen.

In het CDP wordt vooral onderzoek gedaan naar verouderingsziekten als kanker, alzheimer en parkinson, en daarnaast naar hart- en vaatziekten en erfelijke aandoeningen.

Lees ook:

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een of meerdere links worden niet gepubliceerd.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in