Studenten rechten willen meer mogelijkheden om online college te volgen

De regels om colleges online te mogen kijken, zijn veel te streng, vinden rechtenstudenten. Voor corona was een medische beperking nog een geldige reden, nu niet meer.

Wie een functiebeperking heeft of een vereniging bestuurt, kon voorheen rekenen op coulance en mocht de colleges ook online bekijken. Maar het nieuwe beleid is strenger. 

En onduidelijk en inconsequent, vindt Quincy Veltmaat van Ten Behoeve van Rechtenstudenten (TBR), de studentenfractie in de faculteitsraad van rechten. ‘Verzoeken worden nu afgedaan met: het is niet volstrekt onmogelijk om op de uni te komen.’

Concentreren

Maar dat is voor iemand met adhd of autisme nooit een reden geweest om colleges online te willen kijken, zegt Veltmaat. ‘Het gaat er niet om dat ze niet fysiek aanwezig kunnen zijn of niet, het is juist omdat zij zich niet langdurig kunnen concentreren en willen dan online kijken wat ze hebben gemist.’

Ook studenten die fulltime bestuursfuncties hebben, krijgen niet meer automatisch toestemming. Volgens directeur onderwijs Jaap Dijkstra gebeurt het meeste bestuurswerk ‘s avonds en is dat dus geen reden om overdag niet op college te verschijnen.

TBR-fractievoorzitter Sander van den Tillaard baalt daarvan. ‘Het is al lastig genoeg om studenten te porren voor actieve functies in studieverenigingen’, klaagt hij.

Vijfhonderd verzoeken

Zo’n vijfhonderd verzoeken zijn de afgelopen maanden binnengekomen om colleges online te bekijken, schat rechtendecaan Wilbert Kolkman. Tussen de honderd en tweehonderd zijn toegewezen. De rest moet in de collegebanken verschijnen.

Dat is voor hun eigen bestwil, aldus Dijkstra. Zijn angstbeeld is een herhaling van de dramatische resultaten van afgelopen jaar, toen alle studenten online konden kijken. ‘Er is nog nooit zo slecht gestudeerd.’

Hij waarschuwt studenten dan ook voorzichtig te zijn met wat ze wensen: ‘De verleiding tot uitstelgedrag is gewoon heel erg groot als je colleges ook online kunt kijken.’

Inconsequent

De regels zijn niet alleen onduidelijk voor studenten, zegt Van den Tillaard, die er boze berichten over krijgt van studenten. Ze worden ook inconsequent toegepast, hoort hij. Waar de een wel toestemming krijgt, wordt een soortgelijk verzoek van een ander afgewezen.

Dat is mogelijk, geeft decaan Wilbert Kolkman toe. ‘Er zijn een aantal mensen die zich hiermee bezighouden en die zullen gelijksoortige gevallen misschien net iets anders hebben geïnterpreteerd.’ Maar het beleid is nog nieuw, dat groeit wel naar elkaar toe, verwacht hij. Overigens gaat het om maar zes uur per jaar, nuanceert hij.

De decaan gaat komende maand met de directeur onderwijs en de beoordelaars om tafel om feiten boven water te krijgen, belooft hij. Of de regels ook aangepast zullen worden, wil hij nog niet toezeggen.

Lees ook:

5 REACTIES

  1. Laten we niet vergeten dat er ook veel mensen zijn (dus ook studenten) met lichamelijke beperkingen. Niet iedereen kan elke dag naar de uni toe met de fiets of lopend EN geen 2 dagen zijn hetzelfde voor een persoon met een beperking. We moeten ook gewoon in het kader van inclusiviteit de mogelijkheid aan iedereen bieden om aan een college online te kunnen meedoen. Dat is van toepassing voor mensen met een neurologisch- of spieraandoeningen bijvoorbeeld, maar ook voor mensen met een gebroken been.

  2. Het is schrijnend dat beleid wordt ontwikkeld aan een academische instelling dat puur gebaseerd is op onderbuikgevoel en niet op kennis.
    De redenering is dat het verbod op online colleges voortkomt uit de dramatische slagingspercentages. Echter, elke uitvraag naar de wijze waarop de tentamens zijn vormgegeven in die tijd, wordt met stilte beantwoord. “Docenten hebben de verantwoordelijkheid voor tentaminering en zij hebben tijdens covid aanwijzingen gekregen over dat diende te gebeuren.”
    Echter veel studenten geven aan dat er amper wat met die aanwijzingen is gebeurt. In twee uur tijd enorme lappen tekst voorschrijven en verlangen als antwoord. Grote hoeveelheden deelvragen. Te weinig ruimte voor vragen die uit eerdere jaren kwamen met meer ruimte, om aan een tijdvereiste te kunnen voldoen. Het is allemaal al langs gekomen, maar er blijft worden uitgegaan van de heiligheid van de docent.
    Echter, het feit dat er vakken zijn waar het slagingspercentage niet achterblijft, zou een andere werkelijkheid moeten verraden.
    Zou het kunnen zijn dat er beleid wordt gemaakt omdat sommige collegezalen leeg blijven? Zou het kunnen zijn dat sommige vakken zodanig een kopie zijn van een boek dat men niet hoeft te komen? Is het mogelijk dat als studenten een keuze maken, ze met aanwezigheid aangeven wat werkt en wat niet? En is het mogelijk om nu Pathé zalen niet meer voor veel geld te huren?
    Een goed fysiek college is geweldig, maar studenten een keuze in studie methode onthouden gebasseerd op halve kennis en de leeggelopen ego’s van hoogleraren is precies het tegen over gestelde van de lessen die geleerd kunnen worden.

    • Het vaker fysiek bijwonen van colleges correleert met betere studieresultaten en het causale verband daartussen wordt keer op keer aangetoond. Dat is geen onderbuikgevoel. Jouw klaagzang over slechte tentamens lijkt daar wel op gebaseerd.

      Er is genoeg aan te merken op het beleid, maar op andere punten. De zorgen van TBR zijn bijvoorbeeld begrijpelijk.

      Ik denk overigens dat de ‘echte’ Ajold Ongering (prof. Röling) beduidend minder taalfouten maakte dan jij.

      • 1) Slechte tegenargumenten voor een docent rechten. Correlatie tussen college bezoek en studieresultaten ziet nog niet op het uitsluiten van toegang tot videocolleges. Daarnaast is het merendeel van het onderzoek gebaseerd op de tegenstelling zelfstudie en college bezoek. Daarnaast wordt in veel van onderzoek verwezen naar ritme dat college bezoek brengt in het leerproces. Geen van deze punten vindt zijn weerslag in dit draconische beleid.
        2) Er is geen enkele reactie geweest op veelvuldig aangedragen klachten van studenten. Er is geen evaluatie van toetsing tijdens covid geweest die ziet op inhoud en studeerbaarheid. Dat gaat niet over onderbuik gevoel, maar over klachten en het uitvragen naar oorzaken.
        3) Wel wordt er steeds ingegaan op de beleving van docenten. Daarbij is er veel sympathie voor de arme docent voor de lege klas. Echter, uitvraging naar de reden voor het uitblijven van college bezoek onder studenten vindt amper plaats. Dat is jammer, want daardoor blijft de presumptie bestaan dat college hoe dan ook goed zijn. Waar studenten 8 keer per jaar wordt gevraagd om een proeve van bekwaamheid af te leggen, is dit bij de lector nooit het geval.
        4) Voor sommigen is Nederlands niet hun eerste taal.

  3. Ik zou niet weten waarom een bestuursfunctie een reden zou moeten zijn om vrijstelling voor aanwezigheid bij hoorcolleges te moeten krijgen. Ja, een bestuursfunctie kan absoluut een verrijking voor je curriculum zijn, maar mijns inziens prevaleert dat niet boven de studie: studie eerst, dan bestuursfunctie.

    Als je je wel volledig op de bestuursfunctie wilt richten, is de oplossing simpel: minder vakken volgen en een deel doorschuiven naar een volgend semester (of al je vakken doorschuiven; tussenjaar).

    Het is de omgekeerde wereld dat de universiteit het curriculum c.q. de voorwaarden van het curriculum op de nevenfuncties van de student zou moeten aanpassen.

    Wat mij betreft, wordt het ook gewoon een en/en-situatie.

    – Een aanwezigheidsplicht – mits de gezondheid dit toelaat – voor hoorcolleges en dit met een presentielijst bijhouden

    – Iedereen de mogelijkheid bieden om terug te kijken. Er kan je tijdens het hoorcollege namelijk altijd iets ontgaan zijn. Dan is het handig dat je dit terug kunt kijken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in