Praten en kijken op de tast

Een gesprek met iemand die niet kan horen én niet kan zien. Onmogelijk? Niet als het aan hoogleraar Marleen Janssen van de master communication and deafblindness ligt. De master, die tien jaar bestaat, is de enige ter wereld die gericht is op communicatie met doofblinde mensen.
Door Wigger Brouwer / Video door Beppie van der Sluis

Probeer het maar eens: een koptelefoon op en een blinddoek voor, en je dagelijks leven leiden. Dat valt niet mee. De simpelste dingen als koffie zetten of de was doen, moeten ineens allemaal op de tast.

En communiceren is al helemaal een onmogelijke opgave. Hoe kun je duidelijk maken wat je bedoelt? En als je doofblindheid aangeboren is, hoe kun je dan een taal leren?

De master communication and deafblindness gaat vooral over communicatie met mensen die vanaf hun geboorte doofblind zijn. Die mensen een taal leren is vooral een kwestie van routines aanleren. ‘Als je een doofblind persoon wat wilt leren, dan gaat dat op gevoel’, zegt hoogleraar Marleen Janssen.

‘Je gaat samen dingen doen, en herhaalt bepaalde bewegingen net zo vaak tot hij er een betekenis aan gaat koppelen. Als een bepaalde beweging betekent dat je wat wilt drinken, dan weet hij dat na verloop van tijd. En zo kun je dat uitbreiden naar allerlei dagelijkse handelingen.’

Uniek

Marleen Janssen is de enige hoogleraar ter wereld op het gebied van communicatie met doofblinden. Dat is niet zo heel gek, want er is ook maar één opleiding op dit gebied. De master is uniek, en studenten komen daarom uit alle uithoeken van de wereld naar Groningen om het programma te volgen.

Janssen: ‘Een dame uit Kenia die de opleiding volgt, probeert een methodiek te ontwikkelen voor communicatie met doofblinden in haar land. Ze voelt de verantwoordelijkheid voor haar hele land, want ze is de enige masterstudent in Kenia die onderzoek doet naar communicatie met doofblinden.’

Over het algemeen is er weinig onderzoek naar communicatie met doofblinden. Er zijn ‘slechts’ vierduizend mensen in Nederland met aangeboren doofblindheid, dus dat zou een reden kunnen zijn voor het weinige onderzoek.

‘Maar’, stelt Janssen, ‘een doofblind iemand heeft te maken met  een flink aantal opvoeders of communicatiepartners, die vaak met hun handen in het haar zitten. Dat zijn er ongeveer vijfhonderdduizend in Nederland. Dan heb je toch een flinke stad te pakken. Met dit verhaal heb ik de RUG ook overtuigd om deze opleiding op te starten.’

Steeds bekender

Ook het aantal studenten dat in tien jaar is afgestudeerd, is niet zo groot: 65. Dat komt doordat de opleiding eerst bekend moest worden. De capaciteit kan ook niet heel hoog zijn, omdat Janssen zelf de opleiding coördineert en de buitenlandse docenten en alle scripties superviseert. Janssen: ‘Het kostte moeite om studenten te krijgen. Maar op een gegeven moment krijg je mond-tot-mondreclame en dan wordt het steeds bekender. Nu hebben we elk jaar in januari al 25 aanmeldingen en kunnen we een capaciteit van twaalf tot vijftien studenten aan.’

Ondanks de relatief lage aantallen studenten, is de RUG zeer tevreden met de opleiding. Dat komt door de hoge kwaliteit, maar ook door de aandacht die de RUG erdoor krijgt. ‘Niemand heeft zo’n opleiding, dus kijkt de hele wereld naar de RUG. Daar zijn ze natuurlijk heel blij mee’, zegt Janssen.

Marleen Janssen vindt dat het onze plicht is om doofblinde mensen een taal te leren en onderwijs te bieden. ‘Iedereen heeft recht op onderwijs, dus ook doofblinden. Ze hebben recht op net zo’n volwaardig leven als jij en ik, en alles wat ze daarvoor nodig hebben, dat moeten we ze bieden. Dat vind ik heel vanzelfsprekend.’

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in