Nobel

Vorige week werd er op de deur van mijn werkkamer geklopt. Pas nadat ik drie keer met toenemend volume ‘ja’ had geroepen, werd er voorzichtig open gedaan en stapte een jongedame met een groot dienblad vol taartjes mijn kamer in.
Door Gerrit Breeuwsma

Ik schrok. Was ik al weer jarig? Maar gelukkig, dat was het niet. Het was ter ere van de Nobelprijs van Ben Feringa en warempel, dat stond ook op de taartjes. Ik mocht, zei ze, zo’n taartje pakken, waar ik enthousiast op reageerde; jongedames en taart zijn dan ook een geweldige combinatie.

Je ziet het wel eens in een film; dat er een schaars geklede juffrouw uit een enorme taart springt. Dat zou ik graag eens meemaken, maar het zou hier niet gaan, want daar waren de taartjes te klein voor.

Hoe dan ook, dertigduizend Nobeltaartjes voor studenten en medewerkers, las ik op het Twitteraccount van de rector. Het zou zomaar kunnen dat hij persoonlijk de bakker heeft gebeld om ze te bestellen, want dat vind ik wel het mooie aan onze rector: hij doet alles zelf. Zo hield hij – als een iets te trage mandekker die de behendige spits probeert te volgen – de microfoon vast bij de eerste reacties van Feringa op de prijs, maakte hij de foto’s voor de Volkskrant en belde hij dus met de bakker.

‘Uw warme bakker.’

‘Ja, met Sterken. Ik wil voor morgen graag taartjes bestellen.’

‘Dat kan, hoeveel had u gedacht?’

‘Dertigduizend.’

‘…’

Prank, dacht de warme bakker even, maar inmiddels weet hij dat het met zijn jaaromzet over 2016 wel goed zit.

Sterken had trouwens op basis van een ingenieus statistisch programma voor dit jaar acht Nobelprijzen voorspeld en zit er dus zeven naast, wat voor economen helemaal geen slecht resultaat is.

Maar goed, ik was net als iedereen verheugd over Feringa’s Nobelprijs die, zo werd niet nagelaten op te merken, van eigen kweek was: geboren en getogen in Barger-Compascuum en opgeleid in Groningen. Mooier kon eigenlijk niet. Toch vrees ik dat het College van Bestuur er net zo gemakkelijk weer een argument in ziet om onze universiteit aan China te verkwanselen.

Over China gesproken. Later die week kreeg Bob Dylan de Nobelprijs. Sterken was in geen velden of wegen te bekennen, dus bakte mijn vrouw maar een appeltaart met appels uit de tuin. Ondertussen las ik de commentaren in de krant. Of Dylan het wel verdiend had, of het wel literatuur was (of het wel scheikunde was – ‘man, er komt geen reageerbuis aan te pas’ – daar hoorde je niemand over), enzovoort. De Nobelprijs voor de Literatuur aan een liedjesschrijver? Dan is het hek van de dam.

Eerlijk gezegd denk ik dat met Dylan het hek voorgoed gesloten is, want met zijn keuze ligt de lat zo hoog dat daar voorlopig geen liedjesschrijver overheen komt. Dus fans van Kraantje Pappie: maak je geen illusies.

Dylan deed in 2011, toen bijna 70 jaar, voor het eerst China aan met zijn concerttour. Daar waren jarenlange onderhandelingen met de autoriteiten aan voorafgegaan en hij had zijn setlist moeten voorleggen aan het Chinese Cultuurministerie. Ook mocht hij zich niet uitlaten over de Chinese kunstenaar Ai Weiwei, die destijds gevangen zat.

Van zijn liedjes kwamen alleen Blowin’ in the wind en Desolation Row niet door de censuur. Misschien wel om de woorden How many times can a man turn his head and pretend that he just doesn’t see, maar eerlijk gezegd zit Dylans oeuvre vol met ambigue zinnen waar je in kunt lezen wat je wilt.

Het is een beetje zuur dat een artiest die zich nooit heeft willen laten voorschrijven wie of wat hij moet zijn, meebuigt met de autoriteiten. Maar het is niet aan mij om er over te oordelen.

Voor de zekerheid heb ik Dylans werk er wel even op nageplozen of hij niet ergens een hint aan de RUG geeft om niet naar China te gaan, en ik vond het volgende op een van zijn bootleg-albums dat het dichtst in de buurt komt: Lay him on the rug, you ain’t goin’ nowhere.

Maar ook als dat nergens op slaat, en die kans is groot, zou ik niet gaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in