Meer vrouwelijke hoogleraren, RUG scoort middelmatig

Meer vrouwelijke hoogleraren, RUG scoort middelmatig

Aan bijna alle Nederlandse universiteiten is het aantal vrouwelijke hoogleraren vorig jaar gestegen, tot 23,1 procent. Ook de RUG telde in 2018 meer vrouwelijke hoogleraren dan het jaar daarvoor, maar scoort over de hele linie middelmatig.
13 december om 13:18 uur.
Laatst gewijzigd op 22 november 2020
om 16:18 uur.
december 13 at 13:18 PM.
Last modified on november 22, 2020
at 16:18 PM.

Door Rob Siebelink

13 december om 13:18 uur.
Laatst gewijzigd op 22 november 2020
om 16:18 uur.

By Rob Siebelink

december 13 at 13:18 PM.
Last modified on november 22, 2020
at 16:18 PM.

Dat blijkt uit de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2019 van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH). De stijging was in Nederland nog nooit zo hoog als vorig jaar: gemiddeld 2,2 procentpunt.

Daarmee is er nog altijd sprake van een grote oververtegenwoordiging van mannen in de hoogste echelons van de wetenschap en staat Nederland op plek 24 van de 28 EU-landen, stelt het netwerk. Het zal nog tot 2042 duren voordat er evenredigheid zal zijn bereikt, zo liet het LNVH berekenen.

In absolute getallen werken aan de Nederlandse universiteiten 3350 hoogleraren. Daarvan zijn er 2605 man en 745 vrouw. Eind 2018 kwamen er per saldo 125 bij, waarvan 94 vrouwen en 31 mannen.

Graadmeter

De RUG telde in 2017 19,6 procent vrouwelijke hoogleraren, in 2018 was dat 21,7 procent, oftewel een stijging van 2,1 procentpunt. Dat is minder dan de gemiddelde stijging in Nederland en dat is een belangrijke graadmeter, aldus het LNVH; traditionele ‘mannenbolwerken’ als de technische universiteiten in Eindhoven en Twente doen het wat dat betreft beter dan Groningen.

De RUG wil dat in 2020 een kwart van alle hoogleraren vrouw is, maar het is de vraag of dat gaat lukken. Van de veertien Nederlandse universiteiten staat de RUG op een bescheiden achtste plaats, samen met de universiteit van Tilburg.

De Open Universiteit scoort het beste in de monitor: het percentage vrouwelijke hoogleraren ging daar van 30,1 naar 34,7 procent. Opvallend is dat de Erasmus Universiteit Rotterdam onderaan bungelt (van 13,5 procent in 2017 naar 14,5 procent in 2018), nog onder de technische universiteiten.

Leegvissen

Uit de monitor blijkt ook dat in 2018 het percentage vrouwelijke universitair hoofddocenten juist is gedaald. Dat is mogelijk een rechtstreeks effect van de stijging van het percentage vrouwelijke hoogleraren, vermoedt het LNVH.

‘Het ‘leegvissen’ van de pool met vrouwelijke UHD’s is zeker iets dat aandacht behoeft’, stelt het netwerk, dat universiteiten oproept dan ook niet alleen te sturen op de percentages vrouwelijke hoogleraren, maar ook te kijken naar de doorstroom van UD naar UHD. Ook zijn vrouwen nog altijd lager ingeschaald dan de meeste mannelijke collega’s, aldus het LNVH.

English

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in