Universiteit

Dagboekgeheimen

Een kruisje voor masturbatie

Met kruisjes in zijn dagboek hield Leo Polak bezorgd bij wanneer hij masturbeerde. Zelfbevrediging leidde immers tot vreselijke ziekten. Tegenwoordig vertellen die kruisjes over een ongrijpbaar stukje geschiedenis, ontdekte Leonieke Vermeer.
Door Christien Boomsma
Hij had het er maar moeilijk mee. Steeds weer was er die dwingende, verlokkelijke aandrang waaraan hij niet mocht toegeven. Steeds weer ook ging zijn lichaam zijn eigen gang. Maar de student, die zou uitgroeien tot de beroemde vrijdenker en filosoof Leo Polak (1880-1941), wist dat nachtelijke zaadlozingen hoogst ongezond waren. En dat daadwerkelijk masturberen – onaneren, om in de termen van zijn tijd te blijven – vreselijke gevolgen kon hebben. Het zou zijn geheugen kunnen aantasten, zeker vlak voor de examens een schrikbeeld. Het verlies aan ‘levenskracht’ zou hem verzwakken en hem vatbaar kunnen maken voor allerlei ziektes.

Polak dacht na over de mogelijke oorzaak. Te veel woelen misschien? Had hij op zijn arm geslapen? Verkeerd gegeten? En gebeurde het niet te veel? En dus hield hij het nauwgezet bij, door het zetten van kruisjes in zijn dagboek, dat vorig jaar door zijn dochters aan de Universiteit van Amsterdam werd geschonken. Soms ook verschijnen er hekjes in de tekst. Dan praten we niet meer over natte dromen, maar over bewust masturberen.

Lege pagina’s

Al die symbolen trokken de aandacht van RUG-cultuurhistorica Leonieke Vermeer. Zij gebruikt dagboeken om de geschiedenis van het lichaam te onderzoeken. ‘Zeker toen ik hieraan begon, dacht ik dat die bij uitstek geschikt zouden zijn om emoties of dagelijks leven te bestuderen’, vertelt ze.

Ze wil weten hoe nieuwe wetenschappelijke theorieën uit de negentiende eeuw doordrongen in het persoonlijk leven. Denk aan inzichten rond hygiëne, zoals de ontdekking van bacteriën als ziekteverwekkers rond 1882 en het besef dat handen wassen ziektes kan voorkomen. Of dat borstvoeding veel kindersterfte kan voorkomen. ‘Maar dat viel nogal tegen. Niemand schrijft in zijn dagboek: “Ik heb mijn handen maar weer eens gewassen”’, zegt ze. ‘Of: “Ik ga mijn kind borstvoeding geven, want…”’

Maar ze vond wel iets anders. Stiltes. Lege pagina’s. En symbolen zoals de kruisjes en hekjes van Leo Polak. Ze ontdekte dat ook wat niet gezegd wordt heel veelzeggend kan zijn en bovendien licht kan werpen op een van de moeilijkste onderwerpen denkbaar: de manier waarop mensen dachten over hun lichaam en seksualiteit.

Gruwelijke dood

Want Polak was niet de enige die op deze manier zijn seksuele gedrag in de gaten hield. Vermeer bestudeerde het verschijnsel in totaal zes dagboeken, maar ze twijfelt er niet aan dat er veel meer zijn. ‘Je kunt het een beetje vergelijken met de manier waarop vrouwen hun menstruatie bijhouden door een kruisje in hun agenda te zetten.’

Met dit verschil dat ‘onaneren’ niet zo onschuldig was als een maandcyclus. Sinds de achttiende eeuw gold masturbatie als een enorm medisch probleem. ‘Het was een “totale ziekte”’, legt Vermeer uit. ‘Je kreeg er ruggenmergtering van, dacht men. Je kon impotent worden. Maar het leidde ook tot geelzucht, zwaarmoedigheid, koorts, epilepsie en uiteindelijk een gruwelijke dood.’

De campagne tegen masturbatie begon met een anoniem Engels pamflet uit 1712: Onania, or the Heinous Sin of Self-Pollution. Het werkje beschreef niet alleen de kwalen waarmee ‘lijders’ te kampen hadden, maar leverde in één moeite door de oplossing: een strenthening tincture, te verkrijgen bij uw lokale apotheek.

Het pamflet sloeg aan en werd ook in het Nederlands vertaald. Maar toen de Zwitserse arts Samuel Tissot in 1760 met een boek kwam over hetzelfde onderwerp, was ‘zelfbevlekking’ voor de eerstkomende 250 tot 300 jaar een enorm probleem.

Minder privé

Ouders bonden hun zoons én dochters anti-onaneergordels om: constructies die zelfbevrediging onmogelijk maakten, bijvoorbeeld doordat scherpe punten aan de binnenkant een erectie in de kiem smoorden. Van de Nederlandse schrijver Lodewijk van Deyssel is bekend dat hij er een moest dragen van zijn vader, toen hij herstelde van syfilis.

Ook lieten ouders hun kinderen dagboeken bijhouden om hun gedrag te kunnen controleren. Oók op seksueel gebied. ‘Dagboeken zijn vaak minder privé dan we denken’, benadrukt Vermeer. ‘Ouders lazen ze, mensen lieten ze aan vrienden zien. Polak liet zijn dagboeken aan zijn moeder lezen.’

En dat maakte code, of symbolen voor de onderwerpen waar je terughoudend over was, des te belangrijker. Polak wilde ook nog wel eens sleutelwoorden in het Latijn schrijven.

Vermeer gelooft dat het Verlichtingsdenken een belangrijke reden was voor deze ontwikkeling. ‘Het had te maken met de disciplinering van het lichaam. Dat zou je tot een beter mens maken’, zegt ze. ‘Opvoeding werd belangrijk gevonden. Niet alleen voor morele verbetering, maar ook als het ging om de maakbaarheid van het lichaam.’

Vrees van spermaverlies

Wat de dagboeken van Polak extra interessant maakt, is het feit dat hij niet alleen zijn zaadlozingen zorgvuldig in de gaten hield, maar ook dat hij filosofeerde over zijn seksuele gedrag. Zo schreef hij in maart 1903: ‘Waarom eigenlijk kruisjes in plaats van pollutie?’ Of in datzelfde jaar: ‘Ten onrechte heb ik mij down laten maken door vrees van te veel spermaverlies. Ik telde van 02-03 in het geheel 58.’

Nog belangrijker is het feit dat Polak in 1936 met zijn boek Sexuele ethiek kwam. In dit boek pleit hij hartstochtelijk voor vrijheid en autonomie ten opzichte van het eigen lichaam én rekent hij af met de ‘kwakzalverleugens’ rond masturbatie die hem – en vele anderen – zo lang in hun greep hadden gehad. ‘De zelfbevrediging is op zichzelf zomin immoreel als vies als de geslachtsgemeenschap’, schrijft hij dan. ‘En de eenzame strijd daartegen met zijn trieste nederlagen is geen schandelijke, te verheimelijken slechtheid, noch iets ziekelijks, ongezonds of abnormaals.’

Heel veelzeggend, vindt Vermeer. ‘Hij rekent af met datgene wat hem in zijn jonge jaren zo dwarszat’, denkt ze. En dat geeft de dagboeken nog veel meer waarde. Ze geven inzicht in een stukje geschiedenis waarvoor nauwelijks bronnen bestaan. En tegelijk laten ze zien hoe Polaks latere filosofie omtrent ethiek en seksualiteit zich ontwikkelde.

Masturbatiepak

Vandaar ook dat Vermeer vindt dat ze deze dagboeken mag gebruiken. Zelfs al voelt het soms wat ongemakkelijk als ze meekijkt naar zulke intieme momenten, of wanneer ze brieven leest met het opschrift ‘ongelezen verbranden’. ‘Het heeft een groter doel: inzicht in de geschiedenis, of in Polaks filsosofie.’

Na de jaren dertig raakte masturbatie langzaam maar zeker zijn negatieve imago kwijt. ‘Zelfbevlekking’ werd ‘zelfbevrediging’. ‘Pollutie’ werd ‘ejaculatie’. En de anti-onaneergordels konden in de vuilnisbak. En tegenwoordig?

Vermeer grinnikt. ‘Er is nu zelfs een app om je masturbeergedrag mee in de gaten te houden.’ En voor vrouwen is er het ‘masturbatiepak’ dat designstudente Maud van der Linden vorig jaar ontwierp. Daarmee kunnen ze zichzelf ‘overal en altijd verwennen’.

Met kruisjes in de kantlijn noteerde Anne Lister, een notoire lesbienne, haar seksuele escapades.

En de dames dan?

Niet alleen mannen, ook vrouwen gebruikten symbolen in hun dagboeken om zelfbevrediging te documenteren. Maar het bestuderen van vrouwelijke seksualiteit is nog lastiger dan bij mannen, stelt Vermeer. Er zijn veel minder dagboeken van vrouwen bewaard gebleven. ‘Voor de twintigste eeuw is slechts 10 procent van een vrouw.’

Dat komt niet alleen omdat vrouwen minder schreven. Wel omdat hun werk als minder belangrijk werd gezien. ‘De dagboeken van mannen werden vaker bewaard in archieven, omdat ze schrijvers of wetenschappers waren. Het is een genderprobleem’, zegt Vermeer.

Bovendien gold vrouwelijke seksualiteit als problematisch in de negentiende eeuw. Vrouwen werden niet gezien als seksuele wezens, maar enkel als moeders en echtgenoten.

Bekend is het dagboek van Anne Lister (1791-1840). Lister leefde openlijk als een lesbienne en schreef uitgebreide dagboeken. Over haar seksuele escapades schreef ze in code en ze zette kruisjes in de kantlijn voor masturbatie of ‘erotische leessessies’.

Ook interessant is het dagboek van de Amsterdamse Caroline van Loon (1833-1899). Zij beschreef in haar tienerjaren uitgebreid haar pianolessen of de gesprekken met haar vriendinnen, maar zweeg nadrukkelijk over haar veranderende lichaam. Ook zij wist dat haar dagboek gelezen werd. Haar verloofde Maurits schreef commentaar in de kantlijnen en zijzelf beplakte passages waarin ze blijk gaf van haar ‘kokende liefde’ voor haar ‘Mausjen’.

English

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here