Studeren

Hoe spreek jij je docent aan?

Yo Professor of Dag Mijnheer?

Code
‘Geachte meneer De Vries’, ‘Beste Willem’, of ‘Dag professor’. Veel studenten twijfelen over de vorm waarop ze hun docenten horen aan te spreken. Hoe voorkom je dat je de plank misslaat? En wanneer mag je tutoyeren?
Door Freek Schueler / Illustratie Kalle Wolters

Joep Franssen (19) twijfelt wel eens. Hoe je docenten aanspreekt, is niet zo eenvoudig, vindt hij. ‘Het heeft te maken met hun leeftijd en de manier waarop ze college geven. Soms is dat heel informeel, soms formeler. Als de docent boven de vijftig is of heel formeel lesgeeft, begin ik een mail met ‘Beste meneer X’. Anders gewoon ‘Beste Voornaam’.’

Geneeskundestudent Daan Haarsma (20) beaamt dat. ‘Met de ene docent ga ik anders om dan de andere. Ik gebruik dan gewoon ‘Hi’ in plaats van ‘Beste’.’ Ook voor ‘u’ of ‘jij’ bestaat volgens de studenten geen éénduidige manier van aanspreken.

Geschikte plek

Wat zien docenten zelf het liefst? Volgens Stefano Fazi, universitair hoofddocent aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde (FEB), is de universiteit een geschikte plek om te oefenen. Fazi, van oorsprong Italiaan, is jong, vlot en makkelijk aanspreekbaar. Dat merkt hij aan de manier waarop studenten hem mailen.

‘In de mail word ik regelmatig met mijn voornaam aangesproken. Ik denk dat als ik wat ouder was geweest, dat minder zou zijn.’ Erg vindt hij dat niet en verbeteren doet hij al helemaal niet, maar ongepast is het soms wel.

‘Studenten laten zien dat ze hun huiswerk hebben gedaan als ze Dr. Fazi zeggen. Dat ze weten met wie ze praten.’ Fazi vindt het geen probleem dat er veel flexibiliteit is binnen de universiteit. ‘Maar we zijn geen vrienden’, zegt hij doelend op de band tussen student en docent.

Mijn studenten moeten soms brieven schrijven naar ambassadeurs. Dan kun je niet aan komen met ‘hallo’

Ook Hans van Koningsbrugge, hoogleraar geschiedenis en politiek van Rusland, ziet de meest vreemde mails langskomen. ‘Schrijf nou gewoon ‘geachte heer’, vertelt hij. ‘In ieder geval geen ‘hoi’, ‘hallo’ of dat soort uitingen.’

Afsluiten doe je verder met ‘Met vriendelijke groet’, adviseert hij. Van Koningsbrugge probeert net als Fazi de student voor te bereiden op de maatschappij. ‘Mijn studenten moeten soms brieven schrijven naar ambassadeurs, voor een stageplaats. Dan kun je niet aan komen met ‘hallo’.’

U of jij?

Van Koningsbrugge vindt vousvoyeren de enige juiste manier om een docent aan te spreken. Gezien het leeftijdsverschil en het feit dat hij de opleider is, is ‘u’ gewoon fatsoenlijk, stelt hij. ‘Vroeger, bij mij thuis, werd dat er nog ingeramd. Dat is niet meer zo.’

Op de FEB, waar Jaap Wieringa hoogleraar is, heerst een ‘tutoyeercultuur’. Wieringa: ‘Ik ben daar vrij liberaal in, maar ik merk ook dat er studenten zijn die daar problemen mee hebben.’ Wat hij wel belangrijk vindt, is dat het niet te joviaal wordt. ‘Er moet een zekere afstand tussen ons en de student blijven bestaan. Maar ik laat het zoveel mogelijk over aan de studenten zelf, waar ze zichzelf prettig bij voelen.’

Het kantelpunt tussen ‘u’ en ‘jij’ ligt volgens zowel Wieringa als Van Koningsbrugge op het moment van afstuderen. ‘Zodra een student verandert van masterstudent naar PhD-student, wil ik wel graag dat ze vanaf dag één mij met m’n voornaam aanspreken’, vertelt Wieringa.

Chagrijnig

Volgens Beatrijs Ritsema, schrijfster van onder meer Het Grote Etiquetteboek, zijn er een paar regels waar je je aan moet houden – zodat je nooit de mist in gaat. ‘Degene die het oudste is, of de meeste macht heeft, bepaalt of er gevousvoyeerd of getutoyeerd wordt’, vertelt ze. ‘Het kan niet het initiatief van de student zijn. Om te beginnen moet het dus altijd ‘u’ zijn.’

De titels hoef ik niet. Iedereen die wat voorstelt op de universiteit is doctor of professor

Ritsema benadrukt, net als Fazi en Van Koningsbrugge, dat de universitaire omgeving dé plek is om je voor te bereiden op het werkende leven. ‘Je kunt maar beter het spelletje spelen zoals het in de rest van de maatschappij ook gespeeld wordt. Dan ben je daar maar vast aan gewend.’ Het gevaar van ‘het spelletje’ niet spelen zoals het hoort, is dat mensen geïrriteerd raken en chagrijnig worden. ‘Dan krijg je opmerkingen als: Ik heb toch niet met jou in de zandbak gezeten?’ vertelt Ritsema.

Wat betreft de aanhef van een mail, zijn er twee opties, vervolgt Ritsema: ‘Geachte heer De Vries’ voor de juiste formele aanhef, of ‘Beste Willem de Vries’ in een meer informele mail. Titels hoeven niet genoemd te worden, zegt ook Van Koningsbrugge: ‘De titels hoef ik niet. Iedereen die wat voorstelt op de universiteit, is doctor of professor.’ Wat je in ieder geval niet moet doen: ‘Beste heer De Vries’ of ‘Beste meneer De Vries’. Ritsema: ‘Dat staat ontzettend kinderachtig.’

Hoog in het vaandel

De etiquette verandert zodra we de grens over gaan. ‘In Italië hebben we formaliteit hoog in het vaandel staan en benoemen we altijd de titels. In Nederland zijn de omgangsvormen losser. Het één is niet beter dan het andere. Maar als je bijvoorbeeld naar een internationaal congres gaat, kun je maar beter goed voorbereid zijn’, vertelt Fazi. Ook Van Koningsbrugge merkt verschillen op. ‘In Rusland wordt ‘jij-en’ echt niet gewaardeerd. Dan is het gelijk klaar.’

De regels zijn wederzijds. Als een docent informeel reageert op de formele mail van een student, kun je dat volgens Ritsema zien als een uitnodiging: vanaf nu mag het informeel.

Ook de manier waarop een docent zijn mail ondertekent, is van belang. Doet de docent dat alleen met de voornaam? Dan kan ‘Beste Willem’ prima. Zo niet, houd het dan formeel om ongemakkelijke situaties te voorkomen. Bovendien is vragen naar wat de docent het liefste heeft, in geen enkel geval onbeleefd. Ritsema: ‘De docent moet de keuze maken of het spelletje informeel of formeel gespeeld wordt en moet daar ook duidelijk in zijn.’

4 REACTIES

  1. Van Koningsbrugge: ‘Iedereen die wat voorstelt op de universiteit, is doctor of professor’.

    Nou, ondersteunend personeel: steek die maar in je zak. Je stelt niets voor!

    • Wat een onzin om dit zo op te vatten. Het gaat over het contact tussen studenten en docenten en het is belangrijk om dit citaat in die context te lezen. Helemaal omdat hij pleit voor het wéglaten van de titel, in plaats van dat hij zich voorstaat op zijn hoogleraarschap.

      • Hij pleit ervoor om de titel weg te laten in een ‘ouwe-jongens- krentenbrood’-setting. Dat wil niet zeggen dat hij daarmee ook automatisch bedoelt “Een titel is niet belangrijk, dus laat die maar achterwege”.

        Zelfs als het originele citaat niet tot op het bot beledigend bedoeld was, dan nog is het een uiterst ongelukkige manier van uitdrukken.

    • Ja, wat een treurigheid! Daar gaat het dus heel vaak fout. Denken dat iedereen met een Universtaire studie achter de rug ook maar direct een goede mangager, bestuurder of leidingggevende is. Dat heeft meestal helemaal niets met elkaar te maken. En verder gewoon maar meneer of mevrouw, daarmee kun je nooit fout gaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Reacties met een link worden beoordeeld en kunnen worden geweigerd. / Comments containing a link will be reviewed and may not be published.

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in