Wetenschap
Merel Keijzer Foto Reyer Boxem

Laat elke bejaarde een taal leren

Verweer tegen de ouderdom

Merel Keijzer Foto Reyer Boxem
Mensen die meerdere talen spreken worden later dement dan anderen en herstellen sneller van een beroerte. Maar kun je taal ook inzetten als therapie? Merel Keijzer gaf ouderen gitaren en een taaldocent om het uit te zoeken.
Door Christien Boomsma en Mariam Jamureli
1 maart om 13:11 uur.
Laatst gewijzigd op 2 maart 2022
om 11:56 uur.
maart 1 at 13:11 PM.
Last modified on maart 2, 2022
at 11:56 AM.

Taal, zegt ze, is er altijd. Je kunt het niet uitzetten, je kunt er niet even níet mee bezig zijn. Zelfs als je een eenzame strandwandeling maakt, of als je ’s avonds in je bed kruipt, ben je in gesprek met jezelf. Ook je gedachten – je inner speech – nemen immers de vorm van taal aan.

En iedereen heeft het geleerd. Vanaf het moment dat je geboren wordt leer je de betekenis van bepaalde klanken. Je leert hoe de volgorde van die klanken goed kan zijn, of verkeerd. Je leert langzaam maar zeker de nuances onderscheiden. 

‘En meer dan de helft van de wereldbevolking is ook nog eens tweetalig’, vertelt taalkundige Merel Keijzer. ‘Mensen die naast hun standaardtaal nog een of meer talen spreken, of een dialect.’

Het heeft haar altijd mateloos gefascineerd. Ze kan in een bus zitten, luisteren naar andere mensen die zitten te telefoneren. ‘Dan hoor je ze soms middenin een gesprek moeiteloos overschakelen naar een andere taal. Waarom? Misschien omdat wat ze zeggen privé is en ze niet willen dat iemand anders het hoort? Of is het zo persoonlijk dat het alleen gezegd kan worden in je eerste taal?’

Vertraging

Wat ís dat voor mechanisme, wilde ze weten. En wat gebeurt er in je hoofd als je switcht van de ene taal naar de andere? Want dat kost namelijk moeite. ‘Je merkt het zelf misschien niet’, legt Keijzer uit, ‘maar onderzoek laat zien dat er een vertraging optreedt in de hersenen wanneer je wisselt.’ 

Het duurt dan een fractie van een seconde langer voor je een woord kunt opdiepen uit je brein, of voor je een grammaticale constructie herkent. Nauwelijks merkbaar in de praktijk, maar wel een signaal dat het niet vanzelf gaat. 

Als je brein zich moet inspannen kun je gezonde jaren winnen

Niet zo gek misschien. ‘Het is niet zo dat Duits in het ene deel van je brein zit en Nederlands in het andere’, glimlacht ze. ‘Alles zit in hetzelfde taalcentrum en als je iets nieuws leert gaat het per definitie de competitie aan met wat er al zit. Het moet een plekje vinden.’

Maar dat mentale jongleren, ontdekte Keijzer al een aantal jaren geleden, blijkt verrassende effecten te hebben. Een brein dat zich voortdurend moet inspannen om twee talen uit elkaar te houden, blijft langer jong. ‘Het is niet zo dat je langer leeft’, legt ze uit, ‘maar je kunt er wel gezonde jaren mee winnen.’ Je herstelt sneller van een beroerte bijvoorbeeld, en dementieklachten blijven langer weg. ‘Je hebt gewoon meer cognitieve reserve. Het is weliswaar niet zo dat je brein langzamer achteruit gaat, maar die achteruitgang blijft wel langer hanteerbaar. Je merkt er in het dagelijks leven niets van.’

Latere leeftijd

Haar onderzoek richtte zich aanvankelijk voornamelijk op mensen die hun hele leven al tweetalig waren. Maar de laatste jaren zoekt Keijzer het in een andere hoek. Want wat als je een tweede taal leert op latere leeftijd? Zijn de heilzame effecten er dan ook nog? 

En nee, er is geen enkele reden te denken dat ouderen niet nog een taal zouden kunnen leren. ‘Deze levensfase is er een van leren, niet van vergeten’, benadrukt Keijzer.

Wel leren ouderen anders dan jongeren, ontdekte ze. Al is het maar omdat ze een leven lang hebben kunnen ontdekken wat ze wel en niet willen. ‘Ze zeggen bijvoorbeeld: ‘Vergeet die grammatica, dat wordt niks. Ik wil me gewoon kunnen redden.”’ 

En dan is er nog de vraag of het effect zich beperkt tot taal. Want zou je niet net zo goed een muziekinstrument kunnen leren bespelen? Sudoku’s kunnen oplossen? En kun je taallessen inzetten als therapie, om depressie of dementie te bestrijden?

Keijzer heeft de laatste vier jaar hard gewerkt om precies die vragen te beantwoorden. En inmiddels is ze – met behulp van haar promovendi en een Vidi-beurs van 800.000 euro – een aardig eind op weg. 

Lifelines

Er was al het onderzoek dat ze doet met Lifelines: het langlopende epidemiologische onderzoek waarin de gezondheidsgegevens van 167.000 inwoners uit het noorden van het land zijn verzameld over drie generaties. Dat levert informatie over hoe meertaligheid de cognitieve en mentale gezondheid beïnvloedt van mensen die al hun hele leven meertalig zijn. 

We hebben zestig gitaren uitgedeeld aan ouderen

Maar het zijn de interventies die momenteel het meest vernieuwend zijn. Hiervoor ronselden Keijzer en haar promovendi tientallen ouderen van 65 tot 85 jaar, die gedurende drie maanden Engelse les kregen, óf met een gitaar aan de slag gingen. Een derde groep kreeg niets. Tenminste: ‘Dat was de passieve controlegroep, die gewoon bij elkaar kwam, maar niet echt iets leerde.’

Verschillende promovendi richtten zich vervolgens op de effecten van de lessen op verschillende groepen ouderen. Degenen die nog kerngezond waren, degenen die last hadden van vergeetachtigheid en ouderen die worstelden met depressieve klachten.

Dat ging aanvankelijk heel erg goed. Er werden docenten geregeld die precieze instructies kregen hoe ze het onderwijs moesten aanpakken. ‘We hebben zestig gitaren aangeschaft en uitgedeeld’, vertelt Keijzer. ‘Die gitaren mochten ze na het experiment ook houden.’ Ouderen waren enthousiast.

Corona

Maar toen kwam corona. En waar eerst een enthousiaste docent voor een knus groepje ouderen stond, moest er ineens gewerkt worden met een Google Meet-omgeving. Niet altijd gemakkelijk voor 65-plussers. Het sociale aspect, waar de proefpersonen van genoten, viel ineens weg. 

‘We hebben geprobeerd het zo goed mogelijk op te vangen’, vertelt Keijzer. ‘Er was bijvoorbeeld altijd een student-assistent al een uur van tevoren aanwezig in de digitale ruimte om te helpen.’ 

Maar ook het analyseren van de data bleek een moeilijke klus. Want welke effecten waren te wijten aan corona en welke aan de interventie? ‘Ouderen werden bijvoorbeeld soms depressiever tijdens het experiment’, legt Keijzer uit. Dat was natuurlijk precies níet de verwachting. Maar de omstandigheden waren dan ook uitzonderlijk. Wie werd er niet somber tijdens een lockdown waarin bezoek verboden was?

We gingen er heel cognitief in, maar de sociale kant bleek ook belangrijk

Zij en haar promovendi hebben met man en macht gewerkt om het ‘corona-effect’ uit de data te filteren. En nu – ongeveer een maand voordat haar eerste promovendus Saskia Nijmeijer haar proefschrift afrondt, dat zich richtte op senioren met zelf-gerapporteerde geheugenproblemen – komen de eerste resultaten aan het licht. ‘Als we ons richten op verbeterde cognitie en cognitieve flexibiliteit, dan zien we dat deelnemers veelal stabiel blijven tijdens de drie maanden van het onderzoek’, zegt Keijzer. ‘En dat laatste is op deze leeftijd ook een uitkomst, hè?’ Tegelijk bleek echter het verschil tussen muziek en het leren van een taal nauwelijks te verschillen.  

Cognitief

Is dat niet vreselijk jammer, als je al jaren bezig bent met het onderzoek naar het heilzame effect van taal? 

Keijzer glimlacht. Niet echt, vindt ze. Ten eerste: dit zijn pas de eerste uitkomsten en de andere onderzoeken – naar de ouderen met depressie bijvoorbeeld – zijn nog niet af. Ten tweede: ze vindt het prachtig om te zien hoe ouderen opleven. En als het leren van een taal daarbij kan helpen, des te beter. 

‘We gingen er heel cognitief in’, zegt ze. ‘Zo van: kunnen we een cognitief effect meten met EEG of in gedrag? Zien we een vooruitgang of stabilisatie? Taal of muziek was het doel, niet het middel.’

Maar langzaam maar zeker wordt duidelijk hoe belangrijk de sociale kant van dit onderzoek is. ‘Deze mensen richtten hierna WhatsApp-groepen op en er ontstonden nieuwe sociale contacten. We kunnen heel erg focussen op die cognitieve uitkomsten, maar dat grotere plaatje moeten we niet uit het zicht verliezen.’

English