Wetenschap
Foto Reyer Boxem

Man-vrouwverschillen in de spreekkamer

De genderschaal van Ballering

Foto Reyer Boxem
Vrouwen worden bij klachten minder vaak doorverwezen naar een specialist. Ook krijgen ze minder vaak een diagnose. ‘Mijn eerste reactie was inderdaad: “Dit kán toch niet?”’
27 september om 12:50 uur.
Laatst gewijzigd op 29 september 2021
om 11:27 uur.
september 27 at 12:50 PM.
Last modified on september 29, 2021
at 11:27 AM.

Door Laura Nederveen

27 september om 12:50 uur.
Laatst gewijzigd op 29 september 2021
om 11:27 uur.

By Laura Nederveen

september 27 at 12:50 PM.
Last modified on september 29, 2021
at 11:27 AM.

Laura Nederveen

Frits, 60 jaar en bouwvakker, gaat naar de dokter met kortademigheid. Die stuurt hem door en oeps… longontsteking. Een paar dagen later loopt Carla de praktijk binnen. Ze is 55 jaar en huisvrouw en ook zij heeft last van kortademigheid. De dokter doet een bloedonderzoekje. Niks aan de hand, gaat u maar weer naar huis, mevrouw.

Niet helemaal eerlijk? Toch is dit aan de orde van de dag. 

‘Mijn eerste reactie was inderdaad “Dit kán toch niet?”’, vertelt Aranka Ballering, promovendus bij het Interdisciplinair Centrum voor Psychopathologie en Emotieregulatie in het UMCG. Maar al snel kwam ze erachter dat het genuanceerder ligt. 

Klachten

Ballering richt zich in haar onderzoek op alledaagse lichamelijke klachten waar men veel mee bij de huisarts komt. Hoofdpijn, spierpijn, vermoeidheid, (lage) rugpijn en kortademigheid. 

Vrouwen hebben hier vaker last van dan mannen, maar vrouwen krijgen minder vaak een diagnose. De oorzaak van de klachten blijft dus vaker onbekend. Ballering wil graag weten hoe dat komt. 

Ze ontdekte dat mannen vaker lichamelijk onderzoek, röntgenfoto’s of een doorverwijzing krijgen naar een specialist, terwijl er bij vrouwen vaker laboratoriumonderzoek gedaan wordt. En daaruit volgt minder snel een diagnose.

Heel gek

Moeten vrouwen dan vaker worden doorverwezen? Volgens Ballering ligt het niet zo simpel. Vrouwen hebben bijvoorbeeld vaker last van blaasontsteking en daarbij is labonderzoek juist wel gewenst.

Hoe weet je of een methode even goed werkt voor mannen en vrouwen, als de meetmethode het probleem is

En er is nog iets aan de hand. Want als er dan toch lichamelijk onderzoek gedaan wordt, dan is de kans kleiner dat er bij een vrouw iets gevonden wordt dan bij een man. En dat is ‘heel gek’, aldus Ballering, want je zou verwachten dat bij dezelfde klachten en hetzelfde onderzoek net zo vaak een diagnose volgt.

Neem bijvoorbeeld de röntgenfoto’s bij kortademigheid. Daar wordt bij mannen vaker wat gevonden dan bij vrouwen. Dus zou het weleens terecht zou kunnen zijn dat vrouwen minder röntgenfoto’s krijgen. Dat ze bij dezelfde klachten inderdaad minder vaak een onderliggende ziekte hebben, zoals een longontsteking. 

Methoden

‘Maar je weet natuurlijk niet of er ziektes gemist worden bij vrouwen,’ zegt Ballering, ‘bijvoorbeeld omdat de methoden geënt zijn op mannen, en dus minder sensitief en specifiek zijn voor vrouwen.’ Ballering zou dat dolgraag uitzoeken, maar dat is erg lastig. ‘Hoe ga je kijken of een methode even goed werkt voor mannen en vrouwen, als de meetmethode juist het probleem is?’

En waarom hebben vrouwen eigenlijk vaker last van deze klachten? Misschien hebben ze deze symptomen daadwerkelijk vaker, weegt de onderzoekster af. ‘Maar het kan ook zijn dat ze de klachten duidelijker erváren, of dat ze bij hetzelfde ongemak sneller geneigd zijn naar de huisarts te gaan.’ En dan is het ook niet zo gek dat er bij vrouwen minder vaak iets gevonden wordt.

Mannen hebben misschien wel een hogere pijngrens

Maar het kan ook zo zijn dat mannen niet zo snel naar de huisarts gaan, bijvoorbeeld omdat ze een hogere pijngrens hebben. Of: dat zij minder direct in contact staan met hun huisarts dan vrouwen die bijvoorbeeld mantelzorg verrichten. Sociale patronen en verwachtingen zouden daarbij dus weleens een rol kunnen spelen, vermoedt Ballering. Dat is wat ze nu onderzoekt voor het ZonMw-programma Gender en Gezondheid.

Aranka Ballering Foto Reyer Boxem

Rolpatronen

Ze kijkt daarbij zowel naar geslacht als naar ‘gender’. Geslacht gaat dan over biologische kenmerken zoals genen, hormonen en anatomie, terwijl gender meer gaat over de sociale en maatschappelijke kant van het man of vrouw zijn.

Een traditionele genderrol is voorbeeld dat vrouwen worden geacht om voor de kinderen te zorgen en dat mannen veertig uur moeten werken. 

In hoeverre iemand zich voegt naar die verwachtingen en rolpatronen, verschilt van persoon tot persoon. Ballering heeft daarom een schaal gemaakt waarin kenmerken van die rolpatronen zijn meegenomen. 

Ze maakte daarbij gebruik van het Lifelines-onderzoek, waar ruim 150 duizend mensen uit Noord-Nederland aan meedoen. De deelnemers werd onder andere gevraagd naar hobby’s, werk, gezinspatronen en dieetvoorkeuren; punten waar vrouwen en mannen over het algemeen verschillend op antwoorden. 

Genderpunten

Over het algemeen. Want hoe sterker iemand een eigenschap heeft die geassocieerd wordt met het vrouwelijke geslacht, hoe meer ‘genderpunten’ diegene op de schaal van Ballering krijgt.

‘We zagen dat er best wel wat mannen zijn die een vrouwelijke gender-score hebben, maar dat zijn niet noodzakelijkerwijs transgender mannen. Dat zijn gewoon mannen die meer vrouwelijke psychosociale kenmerken hebben dan mannelijke. Genderrollen zijn heel fluïde. Bijna niemand is honderd procent mannelijk of honderd procent vrouwelijk, iedereen heeft wel iets mannelijks en vrouwelijks in zich.’

Hoe meer vrouwelijke eigenschappen, hoe meer genderpunten

En als je dan kijkt naar veelvoorkomende lichamelijke klachten, dan associeert dat met gender, ongeacht het geslacht, ontdekte Ballering. Het gaat dus niet alleen om vrouwen die meer klachten ervaren, maar om mensen met veel vrouwelijke rolpatronen. Bij mannen was dat het sterkst zichtbaar. 

Stoïcijns

‘Het zou kunnen dat mannen die een typisch mannelijk rolpatroon hebben, de klachten minder snel uiten,’ redeneert Ballering nog even verder. ‘Voor mensen met een vrouwelijk gender is het meer sociaal geaccepteerd om open te zijn over lichamelijke klachten. Terwijl van mensen met mannelijke genderrollen verwacht wordt een “stiff-upper-lip”-houding te hebben en er stoïcijns mee om te gaan.’

‘Juist doordat vrouwen sneller open zijn over hun klachten, kan een huisarts denken dat als een man met een klacht komt, het wel écht erg moet zijn.’ En omgekeerd: ‘Dat de klachten van vrouwen minder ernstig zijn.’ Dat er bij mannen ook vaker iets gevonden wordt dan bij vrouwen, versterkt dat idee ook nog eens.

Of het terecht is dat mannen vaker een doorverwijzing krijgen, weet Ballering niet. Maar dat gender een rol speelt, dat staat voor haar wel vast. En dát inzicht kan de huisarts in de praktijk helpen om betere beslissingen te nemen. ‘Het belangrijkste is dat er een oplossing komt voor de mensen die zonder diagnose met hun klachten blijven zitten. Of dat nu mannen of vrouwen zijn.’

English